Loyaal zijn aan je club

De gezondheidscrisis heeft ook zijn invloed op de golfwereld. Zelfs als de banen ergens in mei misschien weer voor iedereen open gaan, zijn de problemen nog lang niet voorbij.
Baan

In België gaan de banen op 4 mei open, in Oostenrijk is golf ook mogelijk en in Duitsland is het in enkele deelstaten toegestaan om weer te gaan spelen. Ook de Denen hebben de stokken uit de schuur kunnen halen.

In Groot-Brittannië lijkt het ook niet al te lang te gaan duren eer de poorten van de golfcourses geopend gaan worden.

Nederland wil zo ver nog niet gaan, althans niet voor iedereen. Jeugdgolf kan weer, maar eer de rest van de 390 duizend golfers kan spelen? Dat zal niet voor half mei zijn – op zijn vroegst.

Gelukkig is er een zeer gedetailleerd protocol dat op bijna elke vraag een antwoord geeft. Helaas was dat voor de overheid nog niet voldoende om golfers nu al het groene licht te geven.

 Er zijn ongetwijfeld veel Nederlanders van mening dat golf een sport is waarin zo veel geld omgaat dat men het wegvallen van inkomsten wel kan opvangen. Je zou als antwoord willen geven: was het maar zo.

 Als je je oor in de wandelgangen te luisteren legt, dan hoor je dat het bij driekwart van de clubs en banen slecht tot heel slecht gaat.

Dat is niet zo verbazingwekkend, want een groot gedeelte van de geldstromen is opgedroogd. Denk aan horeca en greenfees. En zelfs als de banen over een paar weken weer open mogen, dan zullen die twee elementen van de inkomsten geen tot weinig zoden aan de dijk zetten.

‘Ik maak mij dan ook zorgen over de branche’, zegt Hans Blaauw, directeur van een van de grotere ‘ketens’ van golfbanen in ons land. ‘Deze crisis heeft een enorme impact op het businessmodel – ook het onze. We hebben de horeca bijvoorbeeld in eigen beheer. Geen inkomsten dus uit greenfees en horeca. De greenkeeping hebben we op onze vier banen uitbesteed. Dat werk gaat door. Dus we hebben ook die uitgaven plus de loonkosten van onze medewerkers.’

 ‘In deze tijden is het voor ons belangrijk dat de leden – dat zijn er zo’n vierduizend – loyaal zijn aan ons. En dat is gelukkig ook het geval. Slechts een heel klein gedeelte betaalt nu niet. Maar wij zijn straks ook loyaal aan onze leden. Als de banen weer open gaan, zijn de starttijden de eerste twee weken exclusief voor hun.’

 ‘Maar als we weer open gaan’, vervolgt Blaauw. ‘Dan nog wordt het een moeilijk verhaal. Geen vier- maar tweeballen. Geen horeca, vooralsnog. Geen of zeer weinig evenementen. Het verdienmodel wordt moeilijker.’

 Het probleem is dat golf in de eerste, tweede en derde plaats een sport is, maar dat een club en een baan gerund moeten worden als een bedrijf. En dan wel als een bedrijf waarin de marges buitengewoon smal zijn. Van het in eigendom hebben van een golfbaan word je in Nederland niet rijk.

Het gros van de clubs en banen redt het om de golfbaan draaiende te  houden op basis van de jaarlijkse geldstromen: contributies, greenfees, horeca en bedrijfsdagen. Maar er blijft in te veel gevallen te weinig over voor (her)investeringen in – onder andere – machines, het clubhuis, inventaris en de baan.

 Dat is al een zorgelijke situatie. Maar het sluiten van de golfbanen in deze coronacrisis zorgt ervoor dat voor veel clubs en banen de jaarlijkse geldstromen ook niet meer toereikend zullen zijn. Ze hebben de inkomsten van de leden/vaste golfers wel al binnen (vaak tussen de zestig en tachtig procent van de begroting), maar greenfees? Horeca?

Dat veroorzaakt een achterstand die je gewoon niet meer inloopt dit jaar. Althans niet helemaal. Daardoor zullen veel clubs aan het einde van 2020 met tekorten worden geconfronteerd. Ook al omdat veel uitgaven gewoon gedaan zullen moeten worden.

Het onderhoud bijvoorbeeld zal door moeten blijven gaan.

 ‘Natuurlijk kun je besluiten om wat terug te schakelen’, zegt Joris Slooten, operationeel directeur van de Hollandsche Greenkeeping Maatschappij, die iets meer dan twintig volwaardige en negen pitch & puttbanen in onderhoud heeft.

 ‘Maar je zult de baan toch weer helemaal in orde moeten hebben als er over een paar weken hopelijk weer kan worden gespeeld. Je ziet nu wel dat sommige banen er voor kiezen om groot onderhoud naar voren te halen. Dat is een goede oplossing, omdat fairways en greens nu iets minder vaak zullen worden gemaaid.’

‘De HGM is ook eigenaar van een baan: Golfpark Almkreek. We weten dus wat het is om deze moeilijke tijd door te komen. Dan vraag je ook iets extra’s van je mensen. En die begrijpen dat. Zo vind je onze sous chef in deze tijd op een maaier.’

En weer terug naar de clubs en banen: als je algemene reserve niet groot is of zelfs helemaal niet bestaat?  En wat als je een baan exploiteert die voor het leeuwendeel afhankelijk is van greenfeespelers? Dat is een kant van de medaille die nog doffer is.

De honderden golfpro’s in ons land, waarvan de meesten zijn aangesloten bij de PGA Holland, zitten ook al weken duimen te draaien.

‘Negentig procent is zelfstandig ondernemer’, zegt directeur Frank Kirsten. ‘Zij hebben zich bij het loket van hun gemeente moeten melden. Maar tal van clubs en banen verwachten wel dat de pacht van de lesfaciliteiten wordt betaald.’

‘Dat jeugdgolf – inclusief lessen – weer is opgestart, is een mooi begin. Ik zie het als een live test voor onze sport. Als we weer kunnen gaan lesgeven, dan is daar een goed protocol voor. De Europese PGA heeft daar aan meegewerkt en we kunnen als PGA Holland natuurlijk leren van andere Europese landen waar weer gespeeld en gelest kan worden.’

Kirsten wijst op de Franse Federatie, die vijf ton ter beschikking stelt aan pro’s die van dat geld jeugdlessen kunnen geven. Voorwaarde is wel dat het voor de kinderen gratis moet zijn – ook om de baan op te komen.

‘Men ziet het in Frankrijk als een kans om golf onder jongeren te promoten. Een uitstekend initiatief.’

De sportwereld klopt nu terecht bij de overheid aan voor steun. Het gevaar bestaat dat golfclubs en – banen als een onderneming worden beschouwd. Iets dat bij een voetbal-, tennis- of hockeyclub nooit of te nimmer zal geschieden.

Veel ‘normale’ bedrijven hebben de mogelijkheid om financiële gaten in volgende jaren weer in te halen, maar de marges in de sport en ook in de golfwereld zijn te klein om te verwachten dat de golfwereld deze dreun zelfstandig aankan.

En daar komt nog iets bij: het overgrote deel van de Nederlandse sportclubs is gewend om subsidie of een andere vorm van gemeentelijke ondersteuning te krijgen. Een paar jaar geleden wees de toenmalige NGF-President Willem Zelsmann er op dat golf altijd en overal de eigen broek heeft opgehouden. Zonder ook maar één cent van welke subsidie dan ook te ontvangen.

Daartegenover staat dat golf in ecologisch opzicht verantwoordelijk is voor een gezamenlijk stuk grond dat – opnieuw de woorden van Zelsmann - net zo groot is als de Oostvaardersplassen én dat de NGF met bijna vierhonderdduizend aangesloten spelers en speelsters een van de allergrootste sportbonden is. En dan ook nog een waarbij je tot op hoge leeftijd gezond kunt bewegen.

Reden genoeg dus om deze sport te ondersteunen. Maar van wie zou deze steun moeten komen?

Naar de overheid en NOC*NSF kijken is niet genoeg. De NGF gaat de uitgaven voor dit jaar ongetwijfeld stevig beperken, en zal – samen met de NVG – de clubs en banen met raad en daad bijstaan.

Maar een groot beroep wordt ook gedaan op de golfer. Hij of zij zal loyaal aan club of baan moeten blijven. Wie een beetje nadenkt en een echt golfhart heeft, zal begrijpen dat je in een sport met smalle marges de lusten maar zeker ook de lasten samen zal moeten dragen. Clubs, banen, NGF, NVG, PGA Holland en de spelers zelf moeten in staat zijn om hun sport in deze gitzwarte tijd overeind te houden.

 Solidariteit, loyaliteit, inventiviteit en optimisme zijn de sleutelwoorden.

Laatste nieuws