Ken jij elke regio van Spanje al? Vast niet...

Golfen, dorpen bezoeken waar de tijd heeft stilgestaan en je onderdompelen in een wellness centre: het leven in Zuid-Spanje is zo slecht nog niet. En verrassend onbekend bovendien.

spanje

Het is een stukje Spanje dat wat minder bekend is. Het ligt ten westen van de Costa del Sol, waar de golfbanen zich aaneenrijgen, en ten zuiden van de beroemde driehoek Sevilla, Cordoba en Granada. We hebben het over het stukje Spanje bij Jerez de la Frontera en dan naar het zuiden naar de zee, naar de Golf van Cádiz. Her en der liggen wat golfbanen verspreid, en het is ook de streek van de ‘pueblos blancos’, oftewel de witte dorpen. En dan heb je nog Cádiz, wat de oudste stad van Spanje schijnt te zijn, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er wat twijfel over die claim is.

Maar we kwamen om te golfen en nemen onze intrek in het Barceló Montecastillo Golfresort, een luxe hotel op de gelijknamige baan. Dat maakt een golfvakantie zo heerlijk ontspannen, je loopt zo de eerste tee op. Golflegende Jack Nicklaus ontwierp de baan en na een paar holes is al duidelijk dat de Golden Bear niet van kleine bunkertjes hield. Het aantal vierkante meters zand kon de caddiemaster ons niet geven, maar het zijn er flink wat. In combinatie met de diverse waterpartijen en hoogteverschillen maakte Nicklaus er een afwisselende baan van met lastige holes, maar die worden vrijwel elke keer gevolgd door een exemplaar met een brede fairway, zodat je weer even op adem kunt komen.

Over de eerste hole ligt nog een deken van dauw als we afslaan. Het is een lekkere hole om mee te beginnen, een niet te lange par-4. Wel meteen met een stevige bunker, maar met een stroke index van 17 goed speelbaar. Ook de volgende holes lijken je wat in slaap te sussen, totdat op de zevende opeens een geweldige vijver aan de rechterkant opduikt. De driver stoppen we snel terug in de tas, want het landingsgebied is daar niet bepaald breed. De tweede slag naar de green mikken we iets meer op links uit angst voor het water, en dat straft zich natuurlijk af met een bogey. De vijver blijft ook op de par-3 achtste in het spel, evenals een bunker voor de green en een geniepige erachter. Voor de fotograaf levert het prachtige plaatjes op.

Overigens voelen niet alleen golfers maar ook vogels zich thuis op Barceló Montecastillo. Her en der staan borden met uitleg over de bijzondere soorten die we tegen kunnen komen.

De tweede negen is wat geaccidenteerder, maar ook hier stevige bunkers. Op hole zestien is sprake van een gigantische ‘laterale’ bunker aan de rechterzijde van de fairway, die je alle lust ontneemt om een gokje te wagen door de dogleg af te snijden. De green, eveneens omringd door bunkers en met water, is leuker voor de fotograaf dan voor de speler.

De achttiende hole vlijt zich uit voor het hotel. Links water waar ’s ochtends vroeg de eendjes kwaken en bij nadere bestudering ook schildpadden en grote vissen in blijken te zitten. We komen bij op het terras, dat een geweldig uitzicht biedt op de baan, zeker in het avondlicht. Hadden we het over vogels en golfers die zich hier thuis voelen: bij de ingang van het restaurant zien we ook een aantal voetbalshirts aan de muur hangen, waaronder dat van Fortuna Sittard. Navraag leert dat het resort ook een aantal voetbalvelden herbergt, waar clubs ’s winters nog wel eens een trainingsweek organiseren.

Kraakverse churro’s

De volgende dag rijden we naar Sherry Golf Jerez, maar eerst gaan we de stad in. Jerez is een levendige plaats met een overdekte markt met daaromheen veel terrassen waar de plaatselijke bevolking koffie drinkt met kraakverse churro’s, gefrituurde deegstengels met kaneel en suiker. Bodega’s, de zeventiende-eeuwse kathedraal, het mooie paleis de Alcazar van Jerez, de Koninklijke School voor de Rijkunst… in Jerez hoef je je niet te vervelen.

Sherry Golf Jerez ligt aan de rand van de stad. De club is ondergebracht in een Andalusische oude herenboerderij met in het midden een patio. Een metershoge boeddha met een fles gin op zijn handen kijkt vriendelijk op ons neer. Het gin-merk blijkt de hoofdsponsor van deze golfclub. Iets wat, bij navraag, niemand raar blijkt te vinden.

De eerste hole gaat flink omhoog. Een echte kuitenbijter. Tot en met hole vier liggen de holes wat hoger. Dat geeft op sommige punten een prachtig uitzicht over de stad. Op hole vijf ga je naar beneden en duikt het eerste water op, links van de fairway. Een voorbode slechts van wat ons vanaf de negende te wachten staat. Lateraal, vlak na de afslag, voor de green: water is er in alle vormen en maten en komt op allerlei momenten in het spel.

De dertiende is de moeilijkste hole van de baan, een par-4 van 365 meter. Het water links, dat meeloopt met de fairway, dwingt je de bal meer naar rechts op te zetten, maar bij een goede drive heb je een grote kans dat je bal daar de vijver in rolt. Toch heb je een goede afslag nodig, anders is de green niet te halen in twee. Het water loopt rechts door tot voor de green en links verzamelen zich drie bunkers op een rij. Onnodig te melden dat de score wat opliep.

Zo lang als de dertiende is, zo kort is de veertiende: 117 meter vanaf geel naar een green die aan drie zijden bewaakt wordt door water en bunkers. Ook vijftien en zestien zijn waterrijke holes, op zeventien kun je weer even op adem komen, maar de slothole is weer even goed concentreren om tussen de bunkers en het water veilig de green te halen.

Teruglopend naar het clubhuis ontwaren we nog een croquetveld. We sluiten af met een cappuccino met amandeltaart. Verrukkelijk.

Beroemd

Een van de beroemdste witte dorpjes van de streek, Arcos, ligt op een halfuurtje rijden. We besluiten dat we die kans moeten pakken. Het is een Moors plaatsje dat tegen een heuvel aan lijkt geplakt. De witgekalkte muren schitteren in de zon. Het is rustig in de kleine straatjes van het historische centrum. We lunchen buiten bij een klein cafeetje. De salmorejo (het zusje van de gazpacho, maar dan met gekookt ei) en de berenjenas (gefrituurde aubergines gezoet met honing) zijn om je vingers bij af te likken. Het kopje koffie nemen we ‒ een tip van de receptioniste bij Montecastillo ‒ op het terras van het luxe hotel (parador) om de hoek. Het uitzicht is fabelachtig.

We vervolgen onze tocht naar de kust, naar de Costa Ballena Ocean Golf Club. Niemand minder dan José María Olazábal, in 1989 winnaar van ons KLM Open, is verantwoordelijk voor het ontwerp van de ruim opgezette 27-holesbaan met drie gelijkwaardige lussen: Los Olivos, Las Palmeras en Los Ficus.

De olijvenholes liggen landinwaarts en lopen tussen de witte huizen door. Dankzij de brede fairways raak je je bal zelden kwijt. De oude olijfbomen hangen bomvol. Nog een paar weken en dan kan de oogst beginnen. Water komt in het spel bij de par-5 vijfde. Bij hole zes, een leuke par-3, kruisen we dezelfde hindernis. De negende hole komt terug bij het clubhuis. Het is een mooie, niet al te lange par.

We slaan af naar hole tien, de eerste hole van de palmenbaan. Daar gaan we richting de oceaan. De par-5 tiende is uitdagend: een dogleg langs het water met een green verscholen achter een paar ondulaties. Hole twaalf gaat richting de zee; dat weten we niet alleen door de plattegrond op onze scorekaart maar merken we ook aan de aantrekkende wind. Rond de green staan de palmen waarnaar de holes zijn genoemd. Hole dertien loopt parallel aan de Golf van Cádiz. We horen de branding, proeven het zilt op onze lippen, maar zien nog weinig water. De bosschages tussen de baan en de zee zijn zo hoog dat je alleen op de hoogste plekken op de fairway het blauw ziet. Verderop komen we bij de spectaculaire zestiende hole met de green midden in een vijver en ook nog bewaakt door bunkers. We zien maar een bal op de juiste plek in de flight voor ons, en eerlijk is eerlijk, ook wij vinden het water.

Ook de derde negen holes laten we niet liggen. We koersen weer meer landinwaarts. En wat voor de andere achttien ook geldt, zien we terug op Los Ficus. Leuke holes, de meeste niet al te lastig en veel afwisseling.

Massage

Na 27 holes is het goed bijkomen op het terras van het moderne clubhuis met uitzicht over de zee. Bijzonder aan de golfclub zijn ook de zeer uitgebreide oefenfaciliteiten. Naast een goede par-3-baan met negen holes en meerdere grote oefengreens voor putten en chippen, is er ook een ruime driving range. Geen wonder dat we Magnus, een IJslandse pro, tegen het lijf lopen, die voorbereidingen aan het treffen is om hier in de winter met een groep mede-Vikingen te trainen.

Het toetje van al onze inspanningen wacht in het hotel dat niet voor niets Elba Costa Ballena Beach & Thalasso Resort heet. In het wellnessdeel staat Sandra al klaar om met een rozentherapie, wat een eufemistische naam is voor een stevige massage, al onze spieren weer te revitaliseren.

Aan het begin van de avond rijden we naar Chipiona, tien minuten noordwaarts. Het is een mooi, vriendelijk kustplaatsje. De zee slaat tegen de kade met huizen, even verderop beginnen mooie zandstranden. De lokale bewoners slenteren door de straten, vaak met een plastic zak met vis in de hand. Je ziet winkels die we twintig jaar geleden nog in Nederland hadden, verstopte pleintjes en een met bougainville begroeide kerk waar tientallen kwetterende vogeltjes in en uit vliegen. De vuurtoren steekt voornaam boven het plaatsje uit. Als wij niet praten hoor je geen andere taal dan het Spaans.

De volgende dag, op weg naar Cádiz, doen we de iets grotere plaats Rota aan. Er heerst een zelfde vriendelijke, rustige sfeer, met veel lokale mensen op de terrassen. In de kerk zijn vijf vrouwen hard aan het schrobben voor de jaarlijkse processie die drie dagen later plaatsvindt.

Na de koffie op het strand vervolgen we onze weg naar Cádiz, een prachtige stad op een lange landtong. Hoge muren beschermen de stad tegen het water dat eromheen klotst. Vanwege de kleuren, de palmen en de huizen wordt Cádiz ook wel een Cubaanse stad genoemd. Slenter erdoorheen, geniet van de mooie gebouwen en drink en eet op een van de vele terrassen. Op de landtong was geen plaats voor een golfbaan, dus je hebt alle tijd.

Golfen aan de Costa de la Luz

Pin High Golftravel verzorgt verschillende golfreizen naar de Costa de la Luz, de Atlantische kust van Andalusië. Het oostelijke deel is het minst toeristisch. Wij verbleven in het Barceló Montecastillo Golfresort en het Elba Costa Ballena Beach & Thalasso Resort. Twee hotels met veel faciliteiten en beide gelegen op de golfbaan.

Bij Montecastillo is het ook mogelijk om in plaats van in het hotel in een villa te verblijven. Het hotel biedt ruime kamers. Het ontbijtbuffet is onovertroffen met veel fruit, smoothies, allerlei granen en zelfs belegde sandwiches. Het Elba Costa Ballena Beach & Thalasso Resort ligt aan het strand. Vanuit onze ruime kamers hebben we uitzicht op de mooie par-3-baan. Naar het clubhuis, drie minuten rijden, gaat een shuttle. Het hotel heeft een uitgebreid thalassocentrum met verschillende baden en massages. Ideaal voor na een rondje golf.

Pin High Golftravel heeft een breed scala aan arrangementen in het zuiden van Spanje. Het Barcelo Montecastillo Golfresort bestaat uit een vijfsterrenhotel, luxueuze villa’s en een 18-holes golfbaan van Jack Nicklaus. Het resort ligt in het uiterste zuiden bij de Costa de la Luz en niet ver van de culturele sherry stad Jerez de la Frontera. U vliegt op Sevilla.

Ben jij al abonnee van Golfers Magazine?

Dit artikel was eerder te lezen in Golfers Magazine. Tien keer per jaar verschijnt een nieuwe editie van Golfers Magazine met daarin alles wat je over de golfsport wilt weten. Met praktische tips als dit, instructies, reisverhalen, interviews, columns en meer. Neem nu een abonnement en mis nooit meer een verhaal uit hét golftijdschrift van Nederland.

Banen & Reizen
  • Marie-Thérèse van Ouwel