Door: Redactie Golfersmagazine Fotografie: Golfsupport
World
3

(Nieuwe) coaches

Hoe groot is de invloed van (nieuwe) coaches volgens Jan Kees van der Velden?

Is Gary Woodland een one day wonder, zoals we die in het U.S. Open wel meer hebben gezien, of staat de man uit Kansas aan het begin van een mooi vervolg van zijn carrière? Dat is de vraag die de komende maanden mogelijk al kan worden beantwoord.

Woodland stond bij het grote publiek vooral bekend als de man die de bal ver sloeg. En laag, indien nodig. Zijn stinger – eigenlijk het handelsmerk van Tiger Woods – wordt al tijden door zijn collega’s geroemd. Voor het U.S. Open waren de statistieken van Woodland vrij beroerd. Zijn approaches, korte spel en zijn putten waren niet goed genoeg om een Major te winnen. Maar de Amerikaan profiteerde in het derde Major van het jaar volop van de lessen die hij van twee nieuwe coaches leerde. Butch Harmon is al jaren zijn vertrouwde swingcoach, maar twee Europanen hebben er voor gezorgd dat Woodland een volwassen speler is geworden. Phil Kenyon en Pete Cowen zijn de mannen die de ontbrekende stukjes van de puzzel aan de nieuwe kampioen hebben gegeven.

Kenyon, de puttingcoach die ook met Justin Rose, Francesco Molinari en Henrik Stenson werkt, leerde Woodland hoe hij beter moest oefenen en hoe hij de greens beter moest lezen. ‘Met mijn stroke was niets mis’, aldus Woodland. ‘Dat gaf mij veel vertrouwen. Daar lag het dus niet aan. Ik wist deze week hoe de "right spots" te bepalen op de greens.’ En dus barstte Gary Woodland van het zelfvertrouwen.

Pete Cowen is sinds december aan het team van de kampioen verbonden. ‘Jij en Butch hebben goed werk verricht’, zei de Engelsman, die ook aan de basis stond van Stensons zege in The Open. ‘Maar je moet leren begrijpen wat je doet. Je moet je swing beter begrijpen. Als je dat kunt, ben je in staat om te weten wat je doet.’

‘Het was alsof ik weer op school was’, zegt Woodland. ‘En nu ben ik in staat om in de baan, tijdens een toernooi dingen te veranderen. Dat werkte al in het PGA (waarin hij achtste werd, red.) en helemaal deze week.’

Pete Cowen en Phil Kenyon zijn aan de andere kant van de oceaan geen bekende namen, maar de twee hebben precies gedaan wat een goede coach moet doen. Er zijn tal van voorbeelden van spelers die wel doen wat hun coaches zeggen, maar niet in staat zijn om zelfstandig beslissingen te nemen.

De overwinning van Gary Woodland toont aan de Britten hem hebben leren nadenken over wat hij doet en hoe hij in geval van nood Plan B uit de kast moet halen. ‘Pete Cowen kan niet voortdurend naar Amerika komen’, zegt Woodland. ‘En hij wil ook niet dat ik hem voortdurend ga bellen of appen. Wat moet ik dus doen? Zorgen dat ik de telefoon niet hoef te pakken.’

Voor ik met een kop koffie – na een korte nacht vanwege Woodland c.s. – achter mijn bureau ging zitten, las ik in een heel ander verband een uitspraak van de Zwitserse psycholoog Jean Piaget, die in de vorige eeuw onderzoek deed naar het ontwikkeling van de kennis bij kinderen. ‘Intelligentie’, zei Piaget. ‘is wat je gebruikt wanneer je niet weet wat je moet doen.’ Intelligent was en is Woodland al. Kenyon en Cowen hebben hem vervolgens geleerd hoe je die intelligentie aanwendt. Dat is wat goede coaches doen.

Gerelateerd nieuws