Door: Redactie Golfersmagazine Fotografie: Golfsupport
Banen, clubs & amateurs
10

Lekker lang lezen: Groen en gezond

Internet staat vooral vol met korte stukjes, maar waarom zou je er niet af en toe eens lekker voor gaan zitten? Voor een long-read uit Golfers Magazine bijvoorbeeld?

NGF-president Willem Zelsmann is er in feite wel trots op. ‘De golfbanen in Nederland zijn aangelegd en worden onderhouden zonder subsidie van welke overheid dan ook.’ Heel goed, maar toch zou de sport zichzelf best meer in de kijker mogen spelen.

Tekst Jan Kees van der Velden

Maar wie weet dat naast een aantal ingewijden? Golf heeft bij het grote publiek – de 98 procent van de bevolking die de sport niet beoefent – over het algemeen geen sterk imago. Men vindt golf vaak elitair, niet toegankelijk, niet veelzijdig en ook geen familiesport. Dat bleek uit een dit jaar gehouden onderzoek en dat bevestigt in feite een rapport van een jaar of tien geleden dat in opdracht van het Pim Mulier Instituut werd gemaakt. Er is in de tussenliggende tijd weinig veranderd.

En laten we wel wezen. De meeste golfclubs en -banen doen nauwelijks hun best om zich met de gemeente waarin ze zijn gevestigd te bemoeien. Dat zal deels te maken met het feit dat golfcourses meestal niet dicht bij de bebouwde kom liggen en dat het gros van de leden vaak uit andere plaatsen komt.

En, denk nog even aan de woorden van Zelsmann, golfclubs zijn gewend om hun eigen boontjes te doppen. Dat ligt bij bijna alle sportclubs anders, getuige deze woorden van André Bolhuis, voorzitter van NOC*NSF. De koepelorganisatie heeft met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 twee brochures uitgegeven: ‘Zo zet je sport op de lokale agenda’ en ‘Investeren en meedoen’.

‘Het gaat goed met de sport in Nederland’, zegt Bolhuis in laatstgenoemde uitgave. ‘Per maand zijn maar liefst tien miljoen Nederlanders minstens één keer per week aan het sporten. Dat is een record.’

Maar de preses van NOC*NSF benadrukt de rol die gemeenten voor de meeste sportclubs vervullen: ‘Jaarlijks stroomt er meer dan een miljard euro vanuit de gemeenten naar de plaatselijke sport. Daar blijft het niet bij. Gemeenten doen nog veel meer. Vraag een willekeurige sportclub wie voor hun wel en wee het belangrijkste is en de kans is groot dat men u zal berichten dat dit de gemeente

is, naast – vanzelfsprekend – de eigen leden, vrijwilligers en donateurs.’

Onverstandig

De door de golfclubs zelf gekozen afstandelijkheid stamt grotendeels uit de tijd dat golfers bijna vanzelf lid werden en dat banken geen enkel probleem hadden met het verstrekken van een lening. Na een soms lang vergunningentraject – er zat en zit gemiddeld zeven jaar tussen de oprichtingsvergadering en de officiële opening – werd de gedwongen samenwerking tussen club en gemeentelijke overheid meestal tot een noodzakelijke minimum beperkt.

Maar is dat verstandig? Onbekend maakt onbemind en veel clubs doen er te weinig aan om de contacten met de lokale gemeenschap te versterken. Dat is zeker onverstandig, in de eerste plaats omdat je als golfclub in tal van opzichten afhankelijk bent van gemeenten. Denk aan structuur- en bestemmingsplannen, ruimtelijke ordening, groene buffers, milieu- en tal van andere vergunningen. Omgekeerd moet de golfclub kunnen aantonen waarom golf in het algemeen en de club in het bijzonder van belang is voor de gemeente: sport voor alle leeftijden, welzijn, GEO, groen, sociale betrokkenheid en voorts dat de club, in samenwerking met de gemeente en relevante instanties (natuurverenigingen, sociale werkplaatsen), bereid is een wezenlijke bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijke belang.

Stiltecentra

Laten we een paar belangrijke zaken eens onder de loep nemen.

Nu het niet meer vanzelfsprekend is dat golfers lid worden van een club, kan het nuttig zijn als golf zich aansluit bij wat NOC*NSF propageert: de Open Club-gedachte. ‘Een Open Club denkt vraag- en buurtgericht’, zegt Bolhuis. ‘De Open Club stelt voortdurend vast wat de behoeften van de gemeenschap zijn en hoe daar zo goed mogelijk op kan worden ingespeeld. Een Open Club nodigt leden en buurtbewoners uit om te sporten en betrokken te raken en te blijven; een Open Club is daarom ondernemend, opereert vanuit een langetermijnvisie en staat nooit stil. Open Clubs werken nauw samen met instellingen uit de zorg, het onderwijs, welzijn, cultuur en het lokale bedrijfsleven.’

Johan Wakkie, voormalig directeur van de hockeybond èn golfer, heeft zich nog weleens kritisch uitgelaten over het besloten karakter van golf. Hij noemde clubhuizen in interviews ‘stiltecentra’, waarin veel leden liever geen kinderen zien.

Wakkie ondersteunt het idee van de Open Club en pleit voor het organiseren van tal van activiteiten voor (nog) niet-golfers om zo te laten zien dat golfers aardige mensen zijn (…) en dat – daarover later meer – golfbanen steeds groener en duurzamer worden. En waarom zou een Open Club-gedachte uiteindelijk niet meer leden opleveren?

Seniorengolf

Seniorengolf behoort niet tot de speerpunten van de NGF. Dat valt althans niet op te maken uit het meerjarenbeleidsplan 2016-2020. De Federatie zet in op jeugd- en familiegolf, en oudere golfers – die nu meer dan de helft van het ledenbestand vormen – moeten het met een korte zin in het plan doen: ‘Daarmee zeggen we nadrukkelijk niet dat de “belangrijkste” groep, de 55-plussers, geen aandacht verdient. Behoud je bestaande basis maar investeer in een noodzakelijk verjonging.’

Maar waarom niet én/én?

Momenteel is een op de zes Nederlanders 65 of ouder. In 2030 is dat een op vijf en in 2025 een op vier. Golf is een sport voor jong en oud. Een goed seniorenplan – en er zijn clubs die dat in de praktijk brengen – laat het mes aan twee kanten snijden: een continue instroom van nieuwe leden en een signaal aan de overheid dat golf een zeer goede bijdrage kan leveren aan het fysiek en sociaal actief houden van ouderen en zo ook bij te dragen aan een betere gezondheid.

De nieuwe adviezen van de Gezondheidsraad sluiten perfect aan op wat je met golf doet: een goede wandeling van een kilometer of vijf, zes met daarnaast de nodige beweging – het beoefenen van een fascinerende balsport.

Onderzoek van een Schotse universiteit toont bovendien aan dat golfers langer dan gemiddeld leven. Het voornamelijk Britse Golf & Health Project (www.golfandhealth.org) is op dit gebied zeer actief met publicaties en aansprekende infographics. En die zeggen, zie elders op deze pagina’s, vaak meer dan duizend woorden.

Dat zijn zaken die veel niet-golfers en ongetwijfeld ook veel gemeentebestuurders niet weten. Clubs kunnen deze feiten meenemen als ze in de aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart aanstaande contact leggen met kandidaten van de diverse partijen. In dat licht bezien is het niet onverstandig als golfclubs ‘de plaatselijke politiek’ eens uitnodigen om de sterke kanten van de vereniging en golf in het algemeen voor het voetlicht te krijgen.

Golf en natuur

Signalen aan de overheid geeft golf momenteel als het om groen en duurzaam gaat.
Golf telt nu ongeveer 240 banen en in het bestand van de NGF staan ruim 375 duizend namen. Als de je de oppervlakte van alle Nederlandse golfaccommodaties optelt, kom je tot een gebied dat groter is dan de 5600 hectare tellende Oostvaardersplassen, een parel van de Nederlandse natuur.

Waarom die vergelijking?

Golf is een sport die wordt beoefend op terreinen die steeds milieu- en natuurvriendelijker worden aangelegd en onderhouden. Een 18-holesbaan heeft een oppervlakte van zo’n 50 hectare. Flora en fauna zijn vaak zeer gevarieerd, omdat twee derde van een golfbaan uit rough, water en bomen bestaat. Bovendien kan een golfbaan een goede buffer vormen tussen stedelijke en industriële bebouwing.

Waren golfclubs en natuur- en milieuorganisaties vroeger tegenpolen, tegenwoordig trekken ze vaak samen op.

De Nederlandse Golf Federatie heeft bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden met Natuur en Milieu, Vogelbescherming Nederland en de Vlinderstichting.

Het is goed dat ook de NOC*NSF de relatie tussen sport en natuur benadrukt, al is het jammer dat men op Papendal, waar het hoofdkwartier is gevestigd, kennelijk niet durft golf wat meer op de voorgrond te zetten. Toch dat elitaire imago.

Dit staat er overigens in de al eerder genoemde brochure, en golf kan deze passage uitknippen en gebruiken:

‘De Rijksnatuurvisie 2024 Natuurlijk Verder beschrijft het natuurbeleid

voor de komende tien jaar. Kernpunt is een omslag in het denken: natuur hoort midden in de samenleving. De nota geeft aan dat mensen behoefte hebben aan meer groen in de directe omgeving; om te ontspannen, te sporten en vrijheid te ervaren. Naast het kunnen bewegen, is ook het kunnen beleven van een aantrekkelijke, spannende en uitdagende omgeving van belang.

Op de overgang van de bebouwde omgeving naar het platteland of natuurgebied valt nog veel te winnen voor wandelaars, hardlopers, fietsers, mountainbikers, bootjesvaarders, vissers, schaatsers, paardrijders, golfers en vele andere sporters. Door een slimme inrichting van het buitengebied van steden kunnen allerlei belangrijke functies worden gecombineerd, zoals waterberging, natuur, recreatie en sport. Dit komt de biodiversiteit ten goede. Daarnaast profiteren zowel de recreant als de buitensporter hiervan. Door te investeren in natuurbescherming kunnen gemeenten hieraan bijdragen.’

Nu is papier geduldig en de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.

Maar laat golf die voornemens op het gebied van duurzaam beheer nu nog eens waarmaken ook. Nederland is wat dat betreft Europees koploper. Van de ongeveer 240 golfbanen is ruim de helft actief in GEO, de afkorting van het internationale platform – intensief gesteund door onder andere de Royal and Ancient – dat een erkend systeem heeft opgezet waarmee clubs en banen aantonen dat zij hun beheer op een duurzame wijze uitvoeren. De NGF wil overigens dat in 2020 tweehonderd banen actief zijn in GEO.

‘In veel opzichten loopt de golfsport in NL op de thema’s duurzaamheid, bio diversiteit en welzijn voorop’, vertelde Tjeerd de Zwaan, voorzitter van de NGF-commissie Duurzaam!Golf half september tijdens een seminar. ‘En toch heeft golf nog steeds te maken met publieke en politieke vooroordelen. Naast het veel gehoorde “elitair, gesloten en duur”, kan dit worden toegeschreven aan: golf is natuur, natuur is schaars, en daarmee is golf automatisch onderdeel van een politieke discussie, inclusief het daarbij behorende verbale geweld. Golf dopt voornamelijk zijn eigen boontjes, hangt dit niet aan de grote klok en, indachtig het bekende NL-gezegde, maakt onbekend nu eenmaal onbemind. Terecht of ten onrechte, de toon is gezet en daarmee zullen we rekening moeten houden.’

Green Deal

De NGF en de clubs kunnen in maatschappelijk opzicht scoren met duurzaam beleid. Niet alleen met GEO, maar ook met de zogenaamde Green Deal.

Golf en andere ‘grassporten’ hebben tot 2020 van de overheid de tijd gekregen om aan te tonen dat zij er alles aan doen om het beheer van hun accommodaties zonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit te voeren. Alleen dan is er mogelijk in bepaalde gevallen een dispensatie mogelijk om bij noodgevallen een specifiek middel te gebruiken.

Het zal duidelijk zijn: als je niet aantoont dat je er inderdaad alles aan hebt gedaan, zal de overheid met ingang van 2020 geen coulance tonen. Lees: een totaalverbod van gewasbeschermingsmiddelen.

Andere sporten – denk aan voetbal – zijn lang zo ver nog niet als golf. De NGF steekt in samenwerking met organisaties als de NVG (baaneigenaren) en de NGA (greenkeepers) geld en mankracht in het nakomen van de afspraken. Het feit dat Wageningen University & Research een speciale leerstoel Turfgrass Ecology – betaald door onder andere de golfwereld – heeft ingesteld is eveneens een positief signaal.

Kortom, er valt in de eigen gemeente een wereld te winnen voor de clubs. Dat vraagt om een gestructureerde bestuurlijke aanpak en enige creativiteit als het gaat om de presentatie. Maar dat moet voor een beetje golfclub toch geen probleem zijn. Immers, een kans als deze krijg je maar eens in de vier jaar en het kan tevens de basis zijn voor een gezonde relatie met de plaatselijke overheid. En wie weet waar die toe kan leiden.

 

(Dit artikel stond eerder in Golfers Magazine 9 / 2017)

 

Gerelateerd nieuws