Elke golfer kent de sensatie van een dun geraakte bunkerslag. In plaats van het zand raakt de club de bal, die vervolgens als een kogel over de green vliegt of zich in de bunkerwand boort. Het zijn fouten die je scorekaart kunnen ruïneren. In deze instructie leg ik uit wat de meest voorkomende oorzaak van een dunne bunkerslag is en leer ik je hoe je het zand een paar centimeter achter de bal kunt raken.
De fout: gebogen voorste arm (foto links)
Voor goed bunkerspel moeten we een ondiepe zanddivot onder de bal vandaan slaan. Dit lukt alleen als we de wijdte onder in de swing kunnen controleren. Als de swingboog te smal wordt, komt de club te vroeg uit het zand en raken we de bal clean of zelfs dun. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat we te weinig onze core gebruiken, en alleen met onze handen en armen slaan – een beweging die normaal gesproken resulteert in een gebogen voorste arm die de swingboog versmalt.
De oplossing: één geheel (foto rechts)
Om je swingbeweging te verbeteren en controleren, bind je met je riem je voorste arm tegen je bovenlichaam aan. Als je nu ballen slaat, voorkomt de riem dat je voorste arm loskomt van je borst (de beruchte chicken wing) en ben je genoodzaakt je armen en bovenlichaam als één geheel te gebruiken. Dit houdt de swingboog constant en verbetert de consistentie van je contact met het zand. Probeer het eens.