Banen & Reizen

Golfreizen - Noord-Ierland: Verhalen voor het leven

Door The Open stond Noord-Ierland vorig jaar zomer volop in de spotlights. Maar de bestemming verdient altijd onze aandacht.

Martijn Paehlig
8 minuten
golfreizen
Golfreizen - Noord-Ierland: Verhalen voor het leven

Langzaam komt de oude man richting het grote hek geschuifeld dat de achtste green van Royal Belfast scheidt van het gemeentelijke wandelpad. Leunend op zijn stok begint hij door het ijzerwerk heen een gesprek. Nou ja, gesprek. Het is meer een spervuur van vragen dat hij op ons afvuurt. Of we hier lid zijn. Waar we vandaan komen. Wat we van de baan vinden. En of we zíjn baan al hebben bezocht. 'Ik vermoed het niet’, zegt hij. ‘Ik ben lid op Royal County Down en alle starttijden voor dit én volgend jaar zijn al uitverkocht.' Hij zegt het met nauwelijks verholen trots over dé baan van Noord-Ierland. 'De beste baan van de wereld en het afgelopen jaar hebben ze alsnog voor ruim vier miljoen pond gerenoveerd. Je moet wat om Amerikanen te blijven trekken. Weten jullie wat een rondje nu kost? Vierhonderd pond! Omdat ik tachtigplusser ben, betaal ik dat voor een heel jaar...' Hij grijnst breeduit, waarna hij ons een prettige voortzetting van de ronde toewenst en zijn weg langs de kust vervolgt.

Het gesprekje met de oude man zegt veel over golf in Noord-Ierland. Dat iedereen oprecht geïnteresseerd is in buitenlandse bezoekers. Dat ze weten hoe bijzonder hun land als golfbestemming is. Dat ze van een dolletje houden. En dat ze uiterst gastvrij zijn bovendien. Zelfs als we de homecourse van Rory McIlroy binnenlopen met de vraag of we misschien wat foto's mogen nemen, gaat head pro Ciaran Lavery ons direct voor op een toer door het clubhuis. Het even buiten Belfast gelegen Holywood GC wordt overspoeld door golfers die iets van Rory’s roots willen zien (zie ook Golfers Magazine 2), maar Lavery doet alsof we de eersten zijn met dit verzoek. Nog een voorbeeld? Als we na een lange dag op de baan in de nummer 1 pub van Belfast aankomen, het iconische The Crown Liquor Saloon, en genoegen moeten nemen met een staanplaats aan de bar, worden we direct op onze schouders getikt door een andere bezoeker, die zijn tafeltje aan ons afstaat om zelf met zijn Guinness naar elders te vertrekken. Zelfs de douaniers – over het algemeen toch niet de grootste lachebekjes – beginnen, nadat we gezegd hebben dat we een paar dagen komen golfen, meteen geïnteresseerd te vragen waar we dan gaan spelen en spreken hun hoop uit dat het met het weer zal meevallen. 'Met een beetje geluk blijft het droog de komende dagen', zegt een van hen lachend. 'Heel veel geluk.'

De roots van Rory liggen op Holywood GC

Aan golfbanen geen gebrek

We waren al eerder in Belfast. Natúúrlijk waren we al eerder in Belfast. Want aan golfbanen is er geen gebrek. Als we in het Grand Central Hotel, waar we een magnifiek uitzicht over de stad hebben, op Google kijken hoeveel golfbanen er in de buurt liggen, dan vinden we de eerste exemplaren op nauwelijks 2 kilometer afstand, nog eens 2 handen vol binnen de 5 kilometer en in totaal een stuk of 40 binnen de 25 kilometer.

De stad die de laatste decennia van de vorige eeuw synoniem stond voor The Troubles, heeft dat beeld de laatste jaren grondig van zich afgeschud. Met een kleine 2 miljoen hotelovernachtingen per jaar, meer dan 150 inkomende en vertrekkende cruiseschepen en ruim 500 miljoen pond aan inkomsten uit toerisme is Belfast (en omgeving) van groot belang voor de economie van Noord-Ierland. En golf draagt daar een stevig steentje aan bij, aldus Naomi Montgomery, de office administrator van de uit 1881 stammende Royal Belfast Golf Club. 'Exacte cijfers heb ik niet paraat,' zegt ze, staand voor de deur van het statige clubhuis, 'maar als ik kijk naar het aantal buitenlandse gasten en de ontwikkeling van die cijfers, dan kan ik niet anders dan vaststellen dat golftoerisme heel belangrijk is voor de regio. Of alle banen in gelijke mate profiteren, dat betwijfel ik. Amerikanen die deze kant op komen, willen in de eerste plaats naar de links. Maar de regio heeft ook schitterende parkbanen in de aanbieding.'

Dat laatste zegt ze duidelijk met een reden, want de in 1925 door Harry Colt ontworpen baan is hier een uitstekend voorbeeld van. Gelegen aan de Belfast Lough, de inham waarvandaan de Titanic ooit aan zijn fatale reis begon, en op nauwelijks vijftien kilometer van het centrum van de stad, zie je op nagenoeg elke hole de zee. Maar een linksgevoel heb je, op enkele holes na, nergens. De op een heuvel aangelegde baan komt tot op enkele meters van het water, maar ademt vooral de sfeer van een statige parkbaan.

Dat begint al met de lange entree naar het clubhuis (de toegangsweg doorsnijdt meerdere holes en loopt vlak langs enkele greenside bunkers) en het schitterende clubhuis. En dan is er de fraaie begroeiing. Dat Royal Belfast meermaals is uitgeroepen tot beste parkbaan van het land, snappen we maar al te goed. 'Gelukkig weten buitenlandse bezoekers ons steeds beter te vinden. Dat Rory met zijn spel de aandacht op de regio weet te vestigen, draagt daar zeker aan bij', zegt Montgomery. 'Hopelijk blijven golfers ons vinden.'

Royal Belfast kijkt uit over Belfast Lough.

Oudste clubhuis

Rory McIlroy, 's werelds nummer 2, groeide op even buiten Belfast, in de voorstad Holywood. Op zijn homecourse is niet te missen dat daar zijn wortels liggen. Ze zijn er dan ook trots als een pauw op hun beroemde landgenoot. Tijdens ons bezoek vond toevallig het Iers Open plaats, en zijn zege in Dublin was bij wijze van spreken honderden kilometers verderop nog te horen. Ware het niet dat de wind zó hard woei op de Ardglass Golf Club dat we zelfs de starter van dienst nauwelijks konden verstaan. 'Jullie hebben een mooie dag uitgekozen om hier te komen', zegt hij lachend en zet zich schrap om niet door de wind omver te worden geblazen. 'Het schijnt dat het vanmiddag iets minder gaat waaien. Dat zou mooi zijn. Dan hebben jullie geen vijf club wind, maar misschien drie club.' Snel zoekt hij het clubhuis op, om de horizontaal over de baan trekkende regen achter zich te laten.

Van de Amerikanen die vlak voor ons door een touringcar waren afgeleverd – van de tienduizend greenfeerondes per jaar wordt zeker de helft door Amerikanen geboekt – hoorden we er meerdere zeggen dat ze het helemaal niet zagen zitten om in deze omstandigheden naar buiten te gaan. 'Zo kun je toch niet golfen!', zei er een, terwijl hij zijn regenpak nog wat verder probeerde dicht te ritsen. Waarop een van de begeleidende caddies het niet kon laten om op te merken dat ze dan misschien niet naar Noord-Ierland hadden moeten komen. Zich tot ons wendend: 'Wat dachten ze dan? Zon en een strakblauwe lucht? Yeah, alsof iedereen altijd dat geluk heeft.'

Ardglass Golf Club ligt iets verder van Belfast, maar is meer dan de moeite van het bezoeken waard. Het clubhuis piept en kraakt onder het geweld van de wind, maar het gebouw dat deels uit 1405 (!) stamt, zal ook deze storm wel weer weten te doorstaan. Het “oudste clubhuis van de wereld” is misschien nog wel ouder dan op de website staat. De haven waar het clubhuis gevestigd is, was de plek waar Sir John de Courcy al in 1177 een kamp opsloeg bij zijn invasie van Ierland, 'dus het is heel wel mogelijk dat de basis van het clubhuis nog verder teruggaat dan de zeshonderd jaar waar we nu vanuit gaan,' zegt de starter. Dat de wind door de kieren giert, de deuren constant openwaaien, je hier en daar moet bukken om onder de oude gewelven door te kunnen lopen, en de 'driving range' een net achter een eeuwenoude muur is: het is allemaal even charmant. En oud.

Het verhaal van Ardglass Golf is eveneens oud, maar niet zó oud. In 1896 werd er voor het eerst gegolfd (zeven holes), om pas in de jaren zestig van de vorige eeuw door te groeien naar de 18 holesbaan die het nu is: een ongekende linkservaring hoog boven de Ierse Zee. Keer op keer stoppen we om nog even wat foto's te maken van de baan of de ruige kust.

Voor slagen van honderd meter gebruiken we de langste ijzers in de tas. En bij elke approach roepen we de golfgoden aan of ze ons alsjeblieft de diepe bunkers willen besparen. Wat een baan. Wat een ervaring. Als je hier niet van kunt genieten, dan is linksgolf misschien niets voor jou, zeggen we na de ronde tegen elkaar. De wangen rood en een glas Guinness voor onze neus.

Ardglass is een ongekende linkservaring hoog boven de Ierse Zee.

Yanks

Hoe anders was het een dag eerder op Malone Golf Club. Waar Ardglass een echte links is, en Royal Belfast een parkbaan met hier en daar wat linkstrekjes, is Malone een echte parkbaan. Eentje met een mooie geschiedenis en gastvrije leden. Op het parkeerterrein worden we al aangesproken door een van hen. Of we gasten zijn die komen spelen en dat we in dat geval een uitstekend moment hebben uitgekozen. Alsof hij in dienst is bij de baan, werpt John zich op als ambassadeur, welkomstcomité en gids tegelijkertijd. Een klein half uur neemt hij ons mee door het clubhuis dat voorheen een landhuis was. 'Moet je kijken, dit was ooit de woonkamer', zegt hij als hij weer een deur opent. 'Kun je je voorstellen dat je hier woont en dat dit je uitzicht is?' Hij maakt een weids armgebaar naar het deel van de baan dat je vanaf het terras kunt zien. 'Als je in het voorjaar bij ondergaande zon op het terras zit en je ogen iets toeknijpt, dan lijkt het net Augusta National.'

Dat laatste gaat misschien een beetje ver, al is het deel dat rond de enorme forelvijver krult wel erg fraai. Vanaf hole 14 tot en met hole 18 speel je in de buurt van de enige significante waterhindernis die de baan telt, en we kunnen niet ontkennen dat dit het mooiste deel van de baan is. Als je voor je approach op hole 14 staat – een lange par 4, de een na moeilijkste van de baan – moet je alle zeilen bijzetten om je focus op de bal te houden en je blik niet te laten afglijden naar de vijver, het clubhuis en de lege baan. 'Weet je wat gek is?', zei John nog voor onze ronde. 'In de middag kun je hier meestal een kanon afschieten. Iedereen wil in de ochtend spelen. Ook “de Yanks”.’ Dat de Amerikanen zijn homecourse ook weten te vinden, daar heeft hij duidelijk gemengde gevoelens over. 'Naar mijn mening heeft het voor- en nadelen. Het nadeel is dat veel banen torenhoge greenfees vragen. Amerikanen denken dat als een ronde minder dan tweehonderd pond kost, een baan niet veel kan voorstellen. Dus gaan overal de greenfees omhoog. Hier valt het nog mee, volgens mij is de greenfee ongeveer honderdvijftig pond op dit moment. Het voordeel daarentegen is dat veel clubs het geld dat binnenkomt investeren in de baan, waardoor de kwaliteit alleen maar toeneemt. Dat lijkt me goed nieuws voor iedereen.'

Of honderdvijftig pond een bescheiden prijs is, is aan iedereen zelf om te beoordelen. Wij vinden het best veel geld, maar je krijgt er ook veel voor terug. Geweldige banen. Een enorme gastvrijheid. En niet te vergeten: herinneringen voor het leven.

Herinneringen voor het leven.

Abonnee worden?

Dit artikel was eerder te lezen in Golfers Magazine 3 en werd mogelijk gemaakt door Tourism Ireland. Voortaan alle inspirerende reisverhalen lezen? Sluit dan nu een abonnement af op Golfers Magazine en begin met het plannen van je volgende golfreis.