This course thrills you and sometimes frightens you'
Heb je zin om lekker uit te waaien aan de andere kant van het kanaal, maar zie je op tegen de eindeloze rijen op Schiphol? Na iets meer dan vijf uur rijden sta je in Kent op een prachtige linksbaan voor een eerste rondje golf. Een retourtje met de trein door de Eurotunnel kost rond de tweehonderd euro, dus met een vierbal in de Volvo is dat prima te overzien. Vier golftassen in de achterbak (een trolley huur je in Engeland voor vijf pond), de weekendtassen erbovenop, en rijden maar. Vanuit Amsterdam zit je in zo'n vier uur in Calais. Geen paniek als je bij Antwerpen even in de file staat. Overdag gaan er minimaal twee tot drie treinen per uur onder het kanaal door, en er is bijna altijd wel plek op de volgende als je de geplande vertrektijd mist. Daar doen ze niet moeilijk over. In 35 minuten sta je aan de overkant, waar links rijden en linksbanen de standaard zijn.
Op de krijtrotsen
Hier hebben ze uitwaaien waarschijnlijk uitgevonden, merken we een paar uur later. We staan boven op de krijtrotsen, die hun witte kleur te danken hebben aan de skeletten van zeedieren die hier honderd miljoen jaar geleden rondzwommen. Dat klinkt niet als 's werelds meest stabiele ondergrond en er breekt inderdaad nog wel eens een stuk af. Maar Walmer & Kingsdown ligt hier al meer dan een eeuw, dus die vier uur die wij er rondploeteren, zal de erosie zich wel in toom houden.
Op zaterdag 17 april 1909 werd 'the course on the cliffs' geopend met een matchplaywedstrijd tussen Harry Vardon en James Braid, twee van de beste golfbaanarchitecten van hun tijd. De laatste won op zijn kersverse ontwerp met 3 & 2. Ook wij slaan af op een zaterdag in april, maar daar houdt de vergelijking op. Hoe bijzonder het ook is om 's ochtends vroeg in de auto te stappen en aan het begin van de middag in een ander land op de tee te staan, vijf uur autorijden is niet de beste voorbereiding voor een rondje golf. En met veel wind en een paar smerige regenbuien maakt de baan het ons ook niet gemakkelijk. Veel greens zijn 'ingegraven' en worden beschermd door een steile richel. Het zorgt voor een karakteristieke uitstraling, maar ze zijn er bijzonder lastig door aan te spelen en regelmatig worden we getrakteerd op een schier onmogelijke ligging. Daarnaast blijkt het plateau op de kliffen behoorlijk heuvelachtig, zodat we regelmatig buiten adem bij de green arriveren. Na elke klimpartij wachten echter prachtige uitzichten op de zee en de omliggende heuvels.
Toch zijn we blij als we tussen de bomen achter hole tien de Halfway Hut zien liggen. 'Je kunt hier het hele jaar spelen, want de kliffen hebben een soort natuurlijk drainagesysteem', zegt Anne trots, als ze ons met een broodje worst weer een beetje weet op te warmen. Ook vertelt ze ons dat Walmer & Kingsdown na de Tweede Wereldoorlog op sterven na dood was. De kliffen waren een geweldig verdedigingspunt, waardoor de baan werd volgegooid met prikkeldraad en afweergeschut, om vervolgens door bombardementen onherkenbaar te worden beschadigd. Twee prominente leden kochten het land, lieten de schade herstellen en schonken de baan in 1949 aan de leden. Dankzij Theodore Instone en Harry Weedon kunnen wij hier nu nog golfen boven op de White Cliffs. Het is dit soort verhalen dat wind, regen en bogeys in perspectief plaatst.
In The Lodge
De ontberingen zijn sowieso vergeten zodra we naar onze uitvalsbasis rijden, die een half uur verderop ligt: de lodge van Prince's Golf. Het smalle kustweggetje ernaartoe loopt dwars door Royal Cinque Ports (1892) en langs de randen van Royal St. George’s (1887), twee wereldberoemde championship links waar meerdere malen The Open werd gespeeld. Hier hielden Harry Vardon, Walter Hagen, Sandy Lyle en Darren Clarke The Claret Jug omhoog. Voor die historie betaal je wel de hoofdprijs: met greenfees rond de driehonderd euro zijn dit de duurste banen van Kent. Als het budget het toelaat, moet je ze zeker spelen – Royal St. George's wordt gezien als de beste baan van Engeland – maar onze bestemming is buurman Prince's, de meest noordelijk gelegen baan op deze prachtige strook linksland aan de Engelse oostkust. The Open werd er 'alleen' in 1932 gespeeld en dat maakt Prince's meteen de helft goedkoper.
En een betere 'base of operations' kun je je niet wensen. The Lodge is het oude clubhuis van Prince's en ligt op een smalle strook land tussen het strand en de drie lussen van negen holes, wat een onvergetelijk uitzicht biedt. De appartementen hebben twee slaapkamers, een lounge met televisie, een koffiezetapparaat en ijskast, plus een ruime hal met opbergplekken voor vier golftassen. What more do you need? Eh, wat dacht je van een enorme green naast het gebouw, waar je de pauze tussen de rondjes golf kunt opvullen met chippen en putten? Check.
Een verblijf in de Lodge is inclusief prima à la carte-ontbijt en ook voor een hamburger of visje na de ronde ben je hier aan het goede adres. De bar en het restaurant zijn lang open, de sfeer is ontspannen en het personeel even vriendelijk als professioneel. Ofwel: alle ingrediënten om uitgebreid na te praten over de onvermijdelijke ups and downs van de ronde. En drie minuten nadat je je herinnerde dat je morgen toch wel weer heel vroeg aan de bak moet, rol je je bed in. Ideaal.
Door de wind
'Jullie hebben zevenentwintig holes gespeeld? Met deze wind?' Het lid van de Prince's Golf Club kijkt ons aan met een combinatie van bewondering en onbegrip. 'Waaien doet het hier altijd, maar dit is mij te extreem om te golfen.' Zijn hond ligt uitgeteld onder tafel en we moeten ons inhouden om er niet naast te gaan liggen. Het is dat de barman net aankomt met een blad pints en grote borden curry. Tien minuten later begint de brandstof zijn werk te doen en hebben we weer volop praatjes. Want met windkracht zeven achtereenvolgens de drie lussen van Prince's spelen is natuurlijk voer voor sterke verhalen. Je moet alleen niet meer naar je scorekaart kijken. En dan hadden we nog de mazzel dat de wind het gros van de holes redelijk recht mee of tegen was – met een cross wind is het helemaal lastig om de bal in het spel te houden.
Kwalitatief doen de negen holes van Himalayas, Shore en Dunes niet voor elkaar onder. De laatste twee vormen samen de championship course, maar de wat kortere Himalayas is een favoriet van veel leden en doet, zeker sinds de recente upgrade door Martin Ebert, dapper mee met zijn grote broers. De eerste paar holes geven je nog niet echt het linksgevoel, maar daarna word je langzaam maar zeker naar de kust geleid. Hoogtepunten zijn de recht naar de zee spelende par-3 vijfde, de dubbele green van hole vier en acht, en de blinde drive naar de fairway van de negende, gevolgd door een korte maar razend moeilijke approach naar een green die wordt bewaakt door de Sarazen Bunker. Gene Sarazen ontwikkelde speciaal voor The Open zijn beroemde 'sand iron' en won met deze club de editie van 1932 op Prince's met maar liefst vijf slagen voorsprong. Dankzij hem hebben we vandaag de dag in ieder geval een káns om uit de vele diepe potbunkers te komen.
Prince's opende in 1907, maar werd zoals zo veel banen aan de kust van Kent in de Tweede Wereldoorlog bijna volledig verwoest. Met kunst en vliegwerk wisten ze zeventien van de originele greens te redden en te integreren in een nieuw ontwerp met 27 holes. In 1952 werd de 'links and a half' heropend. Het is een linksklassieker met golfende fairways, verhoogde greens, diepe potbunkers en stugge rough. Bij recente aanpassingen zijn ook veel tees verhoogd, zodat je goed ziet waar je naartoe moet – iets wat niet op elke links het geval is.
Zoals de naam al doet vermoeden, volgt Shore voor het grootste deel de kustlijn, waar je de volle lading van de weergoden om je oren krijgt. Maar de fairways zijn beduidend breder dan die van de Himalayas. Dat helpt dan weer. Dunes bevindt zich aan de landkant van het weggetje dat van The Lodge naar het clubhuis loopt, en speelt richting buurman Royal St. George’s. Je bevindt je een kleine honderd meter meer landinwaarts, maar het blijft een echte links, waar je – zeker met windkracht 7 – nog steeds bijna uit je onderbroek waait. En met zijn overdaad aan bunkers is het een pittige strategische puzzel.
Ja, 27 holes linksgolf op een dag is hard werken, maar ga ervoor. Plan desnoods een uitgebreide lunchpauze tussendoor, maar zorg dat je alle lussen van Prince's speelt. Je mist echt wat als je er een laat schieten.
Zomer
Voor de derde stop op onze trip verlaten we de kustlijn en gaan we de heuvels is. Het is ruim een uur rijden, maar Chart Hills is de rit meer dan waard. Tenminste, in normale omstandigheden. We waren een dag eerder al gewaarschuwd dat de baan in de zomer op zijn best is, terwijl het nu dus begin april is, en we midden in een extreem nat voorjaar zitten. Daar heeft dit design van Sir Nick Faldo in het hart van 'the garden of England' beduidend meer moeite mee dan de linksbanen aan de kust. De greens zijn geweldig, maar de fairways en in het bijzonder de rough hebben het vele hemelwater nog niet kunnen afvoeren. Hierdoor speelt de lange championship course nog lastiger dan normaal, en we zijn blij dat we een tee naar voren zijn opgeschoven.
Ondanks de verre van ideale omstandigheden laat Chart Hills nu al duidelijk zien hoe glorieus hij er over een paar maanden bij zal liggen. De baan uit 1993 ligt op een enorm stuk glooiend land en Faldo en co-designer Steve Smyers hebben hier volop gebruik van gemaakt. De robuuste holes golven loom over de natuurlijke contouren en zijn voorzien van gigantische bunkers, met de bijna tweehonderd meter lange Anaconda bunker op de par-5 vijfde als het ultieme spektakelstuk. Al dat zand kan soms intimiderend zijn, maar geeft de vaak brede holes wel een prachtig raamwerk. Het is een visueel spektakel dat in zijn overdaad meer Amerikaans dan Engels aandoet. 'This course thrills you and sometimes frightens you', aldus Smyers. Daarmee slaat hij de spijker op zijn kop.
Het gigantische clubhuis boven op de heuvel trekt deze lijn door. De pro shop torent als de boeg van een cruiseschip boven ons uit en het is bijna onmogelijk om niet geïntimideerd te raken door al dit groot, groter, grootst. De caddiemaster blijkt gelukkig net zo vriendelijk als Captain Stubing van The Love Boat en het personeel is professioneel en servicegericht. Je merkt aan alles dat dit een baan is waar ze gewend zijn om de lat hoog te leggen. Chart Hills was wat afgezakt in de ranglijsten, maar na een recente renovatie kan het niet anders dan dat de baan zijn plek bij de beste vijftig van Engeland weer herovert.
In de tijdmachine
In een team met wereldsterren kan het lastig zijn om je in the picture te spelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Littlestone Golf Club, die ook nog eens enigszins uit de route ligt. Bijna elke golfer slaat bij het verlaten van de kanaaltunnel in Folkstone automatisch rechts af, omdat daar met Royal Cinque Ports, Royal St. George’s en Prince's drie wereldberoemde banen naast elkaar liggen die samen achttien keer The Open organiseerden. Logisch misschien, maar soms kan een minder voor de hand liggende keuze geweldig uitpakken. Ofwel: sla eens links af. Je bent immers in Engeland.
Na een half uur rijden langs de kust richting het zuiden parkeer je in een onopvallende Engelse woonwijk van het dorpje Littlestone-on-Sea en loop je met de tas op je rug tussen de huizen door tot je gras onder je voeten voelt. 'Ben ik hiervoor helemaal naar Engeland gereden?', schijnt een journalist van De Telegraaf ooit gezegd te hebben toen hij dit kale stuk land zag. (Vier uur later was hij compleet verslingerd aan linksgolf.)
Maar eerst beklimmen we de trappen van het gedateerde clubhuis, dat te gezellig is om statig genoemd te worden. Het is net of je een grote woonkamer uit het begin van de twintigste eeuw betreedt, met een houten vloer, een stel forse chesterfields en een uitbouw met een paar tafels en banken langs de muur. Achterin zijn nog een kleine open bar en minuscule keuken gepropt, waar ze geweldige sandwiches blijken te maken. Voor die op tafel staan, zijn we druk in gesprek met twee krasse tachtigers die trots vertellen over de geschiedenis van hun homecourse. Terecht, als we horen welke grote namen zich sinds 1888 met deze links bemoeiden.
Littlestone werd ontworpen door de eerste voorzitter van de club, William Laidlaw Purves. Een begaafd chirurg uit Schotland die een jaar eerder de laatste hand had gelegd aan het verderop gelegen Royal St. George’s. Kort na de opening werd James Braid aangetrokken om de baan van bunkers te voorzien. De Schot, die later vijf keer The Open zou winnen, werkte in die tijd als professional op Walton Heath en zijn aanpassingen droegen bij aan de reputatie van Littlestone. Maar het was uiteindelijk Alister MacKenzie die de baan perfectioneerde. De in Yorkshire geboren architect, die later naar de Verenigde Staten verhuisde en daar meesterwerken als Augusta National en Cypress Point ontwierp, werd in 1924 ingehuurd door Littlestone en kwam met een lange lijst verbeteringen voor de in de Eerste Wereldoorlog beschadigde baan. Deze aanpassingen promoveerden Littlestone tot een van de beste banen op de Britse eilanden. Sinds die tijd zijn er alleen wat nieuwe tees gecreëerd om de baan langer te maken (tip: van wit of blauw is de baan op zijn mooist), maar verder is de klassieke links nauwelijks veranderd. Tijd om in de tijdmachine te stappen.
Uit de kunst
Tussen de trap van het clubhuis en de eerste tee zit een paadje van net een meter breed. Zo zien we het graag: hapje, drankje, afslaan. Zenuwen voor de priemende ogen van golfers achter het raam of op het terras zijn niet nodig: het brede stuk land dat voor je ligt is onmogelijk te missen. Bovendien ligt Littlestone in een van de droogste stukken van Engeland, wat zorgt voor volop rol – hoe je je drive ook raakt.
Ook hole twee begint op het 'veredelde grasveld' (een omschrijving van de eerder genoemde journalist van de grootste krant van Nederland), maar de approach belooft al dat er meer in het vat zit. Je moet over een kanaaltje heen en tussen twee enorme zandduinen door om de green te bereiken. Littlestone is voor het grootste deel redelijk vlak, maar op de hoge tees van hole drie en de fabuleuze par-3 zeventiende (daarover later meer) heb je een glorieus uitzicht over het enorme plateau langs het Nauw van Calais, waar de rest van de holes zich al 135 jaar verstoppen.
Littlestone speelt geen spelletjes met je. Alles is duidelijk zichtbaar van de tee en het is aan jou om de bal te krijgen waar hij moet zijn. Dat is overigens niet eenvoudig. Een uitstapje naar een fairwaybunker kost je – zoals meestal op linksbanen – sowieso een slag, de enorme greens zijn hard en snel en hebben subtiele slopes die de bal regelmatig een volledig andere kant op sturen dan je in gedachten had. De baan heeft overigens een prima mix van lastige holes en exemplaren waar je even op adem kunt komen.
Het echte spektakel wordt bewaard voor de back nine, die het dichtst langs de kust speelt en dus het meest ontvankelijk is voor de wind. En de closing stretch vergeet je nooit meer. De par-4 zestiende is een beest van een dogleg die omhoog speelt naar een green boven op de eerder genoemde rij zandduinen. Deze hole inspireerde Charles Blair Macdonald, oprichter van de USGA en ontwerper van de eerste 18-holesbaan van Amerika, tot misschien wel de beste hole op zijn meest gevierde baan: de vierde van Lido Golf Club. De Amerikaan vond zijn eigen ontwerp de beste 'two-shot hole' in de wereld, die door negentig procent van de golfers moest worden gespeeld als een 'three-shotter', maar was wel zo eerlijk om te zeggen dat hij het idee kreeg toen hij bij een bezoek aan Engeland in 1902 de zestiende van Littlestone speelde. Dat snappen we. Het is niet onmogelijk om hier een par te maken, maar negen van de tien keer heb je er wel een up and down voor nodig. De beloning is een meesterwerk van MacKenzie: de wonderschone par-3 zeventiende. Vanaf de hoge tee speel je zo'n 150 meter over een dal naar een sterk glooiende green die wordt bewaakt door een aantal enorme bunkers en steile run-off area's. Voordat we de trekker overhalen, kijken we vanaf ons uitzichtpunt nog een keer om ons heen naar de verder verlaten links. De zon strooit zijn laatste stralen over het kunstwerk vol pukkels, gaten en ruige begroeiing. Mooier wordt het niet.
Op z'n eind
Het is vroeg in de avond als de laatste putt van vier dagen golf in Kent valt. De leden van Littlestone zijn al naar huis en de parkeerplaats is verlaten. We proppen de tassen voor de laatste keer in de Volvo. Het is bijna tijd om het normale leven weer op te pakken. Eerder kregen we al de code van de kleedkamer en die komt goed van pas voor een laatste plaspauze voor de terugreis. Voor de zekerheid lopen we nog even de trap op om de deur naar de bar te checken. Tot onze verbazing is die open. Hoewel de laatste rekening al een uur geleden is betaald, hebben de bardames Lisa en Sarah op ons gewacht. Hier laten ze vier grote Hollanders niet op een lege maag vertrekken. Het ontroert, zo veel gastvrijheid. Dankbaar grijpen we deze onverwachte kans op uitstel. De normale wereld moet nog éven wachten. Eerst nog een pint en een laatste rondje sterke verhalen. 'Wat was jouw mooiste bal van de dag?'
Het hele artikel was eerder te lezen in Golfers Magazine. Elke editie bezoeken we meerdere bestemmingen en laten we zien wat de golfreiswereld allemaal voor moois in petto heeft. Wil je alle golfreisverhalen – en alle andere artikelen – lezen? Sluit dan nu een abonnement af en ontvang hét golftijdschrift van Nederland binnenkort thuis op de mat.