Nagenoeg elk persbericht van LIV Golf begint tegenwoordig met deze zin: LIV Golf League, de wereldwijde golfcompetitie die topsport combineert met entertainment en cultuur om de golfsport wereldwijd te laten groeien …
Wie daarin gelooft, is een dromer of iemand die de wereld een rad voor ogen wil draaien.
Maar nu de Saoediërs de geldkraan hebben dichtgedraaid, is het aan CEO Scot O’Neil (foto boven) om dit project, verzonnen door zijn voorganger Greg Norman, voort te zetten.
Vanaf begin 2022 heeft het PIF, het investeringsfonds van het Saoedische koningshuis, in totaal ruim vijf miljard dollar in LIV gestoken. Eind augustus wordt de bankrekening opgeheven en is de topman van PIF, Yasir bin Othman Al-Rumayyan, qua golf helemaal uit beeld. Hij is er eindelijk achter gekomen dat je nooit zakelijke investeringen moet doen die voortspruiten uit je liefhebberij. Dat zal kroonprins Mohammad bin Salman, de facto zijn enige baas, hem wel hebben ingewreven.
Dus zal Scott O’Neil nog meer aan het werk moeten gaan. Hij heeft al een paar marketingexeperts in de directie opgenomen en Michael Kramer van zakenbank Ducera zal partijen moeten vinden die iets in LIV Golf 2.0 zien.
Er zijn wel sponsoren van enige faam (HSBC, WorkForce, Rolex) maar willen zij een volgende stap zetten? Een stap die miljarden kost?
Teams als Heilige Graal
O’Neil hield aan de vooravond van de volgende wedstrijd, op een baan van de president bij Washington, een persconferentie die op deze website integraal is terug te lezen.
Opvallend is dat LIV Golf het teamelement maar blijft promoten en O’Neil schuwde niet om onzin uit te kramen: ‘Ik denk dat het teamformat revolutionair is. We zien natuurlijk de Ryder Cup en de impact daarvan, en de impact die de Presidents Cup vroeger had toen daar alle beste spelers ter wereld aan meededen, en zeker de impact van teamgolf in collegegolf.’
Wie LIV en de Ryder Cup in één adem noemt, zit er behoorlijk naast. Het teamformat van LIV is bepaald niet revolutionair, ook niet aantrekkelijk en heeft totaal aan waarde verloren omdat alleen individuele prestaties met wereldranglijstpunten worden beloond. Jon Rahm is sinds eind 2025 van 84ste naar de 21ste plaats gestegen. En niet omdat zijn team het zo goed deed.
Het idee dat bij LIV Golf leeft dat elk team wel eens een waarde van een miljard kan hebben, mist elke vorm van realiteitszin.
Er zitten vier spelers in elk team en wat als mannen als Rahm en DeChambeau om welke reden dan ook niet meer spelen? Dan is de waarde minstens gehalveerd.
Stappenplan
Maar de toekomst dan? Hoe zit LIV Golf er in 2027 uit?
Natuurlijk heeft O’Neil lang niet alles geregeld, maar hij gaf wel aan hoe LIV vanaf nu te werk gaat: ‘Voor ons zijn de prioriteiten heel duidelijk. Ten eerste moeten we de spelers geruststellen, betrokken en gefocust houden op golf. Dat staat voorop.’
‘Ten tweede moeten we een plan creëren dat ook echt een businessplan is — een bedrijf dat werkt vanuit zakelijk oogpunt, vanuit winst- en verliesperspectief, net als elk andere onderneming ter wereld. En daar zijn we al ver mee.’
‘Ten derde — en misschien nog belangrijker — is dat je jezelf omringt met slimme, getalenteerde en ervaren mensen.’
Ga je daar de strijd mee winnen? Nu geeft LIV Golf 1.0 ongeveer honderd miljoen dollar per maand uit. Dat gaat LIV Golf 2.0 niet lukken, al ziet O’Neil wel mogelijkheden:
‘Ik kreeg dit weekend ongeveer twaalf telefoontjes van potentiële investeerders. Het ging om een mix van private equity, familiebedrijven en de traditionele vermogende investeerders — mensen die investeren in sport en sportteams. Dus dat is erg positief geweest.’
‘Kijk, het is nog vroeg. We zijn nog niet naar de markt gegaan. We hebben ons businessplan nog niet afgerond. We zijn nog steeds bezig met finetunen en testen. Maar we hebben inmiddels wel een goed idee waar we naartoe gaan. Tien dagen na nu weten we in grote lijnen wat de richting is en nu gaan we de details aanscherpen.’
Experts niet hoopvol
Dat Scott O’Neil hoopvol en optimistisch is, kun je hem niet verwijten. Hij moet zijn spelers geruststellen en de huidige en vooral toekomstige investeerders een mooi businessplan voorleggen.
Maar media als The Athletic en de Financial Times legden hun oor te luisteren en kwamen op basis van meningen van experts tot de conclusie dat het wel extreem moeilijk, zo niet onmogelijk gaat worden om dit project drijvende te houden.
Of zoals een door de Financial Times geïnterviewde het treffend zei: ‘Zelfs naar de toch al lage maatstaven van opkomende sportcompetities zorgde LIV voor een nieuw dieptepunt in het platte, lompe, luidruchtige en overdreven geld gedreven overboord gooien van normen. Allemaal als onderdeel van de zoektocht naar geloofwaardigheid.’