Wees eerlijk: hoelang is het geleden dat je besloot te oefenen met chippen en putten, in plaats van ballen weg te beuken op de driving range? Elke greenkeeper zal bevestigen dat de short game area's op golfbanen nauwelijks gebruikt worden, terwijl spelers in de rij staan voor een plekje op de mat. Logisch, want een heerlijk geraakte drive heeft iets wat een gevoelige chip niet kan bieden, hoe lekker hij ook spint.
Maar welke invloed heeft onze voorkeur voor volle slagen op ons spel? Hoe zien we het terug op de scorekaart? We doken in de berg data van Shot Scope om op zoek te gaan naar de antwoorden... en om te leren welk effect verbetering van het korte of lange spel kan hebben op onze score.
Strokes Gained
De beste manier om het lange en het korte spel te vergelijken is via Strokes Gained-statistieken. Deze vergelijken elke slag met het gemiddelde van golfers van jouw niveau in een vergelijkbare situatie, en hangen hier een waarde aan. Die is positief als jouw slag beter was dan het gemiddelde, en negatief als je iets hebt laten liggen. Met behulp van dit systeem verwerkt Shot Scope de data van honderdduizenden korte en lange slagen om tot een totaalwaarde te komen. Hoe verhouden het korte en lange spel zich tot elkaar? En welk effect zou het hebben als je beter wordt op een van beide gebieden?
Winnen... of verliezen?
We kijken naar spelers met handicap 5, 15 en 25, waarmee we een flinke groep clubgolfers te pakken hebben. Kijkend naar het lange spel zien we dat drives en approaches ons in alle handicapcategorieën minder slagen kosten dan verwacht. De 15-handicapper zit strak op het gemiddelde met + 0,01, een 5-handicapper wint 0,16 slagen en een speler met handicap 25 verliest 0,11 slagen. Het korte spel (binnen de 45 meter, inclusief putts) vertelt een ander verhaal. Hier laat elk handicapniveau bijna hetzelfde gemiddelde Strokes Gained-cijfer zien: -0,9. We verliezen dus meer slagen bij het korte spel dan bij het lange.
Vijf keer beter
Om meer inzicht te krijgen in hoe dit je scores beïnvloedt, moeten we het aantal lange en korte slagen per ronde meenemen. Bij een speler met handicap 15 zit 62 procent van de slagen binnen de 45 meter en is slechts 38 procent lang spel. Dit maakt het grotere verlies bij het korte spel nog belangrijker. Als we nu een verbetering van 10 procent in de Strokes Gained-cijfers van het korte en het lange spel invoeren, komen we tot een verbazingwekkend resultaat: in het lange spel scheelt dit nauwelijks een slag, terwijl dezelfde verbetering in het korte spel op alle handicapniveaus maar liefst vijf slagen oplevert. Vijf!
Scherper trainen
Niemand ontkent dat het heel belangrijk is om de bal in het spel te houden, en verdere drives kunnen heel nuttig zijn. Maar uiteindelijk is vooral solide lang spel belangrijk om kansen te creëren om te scoren. De cijfers zijn duidelijk: als 10 procent verbetering je in het korte spel vijf keer zoveel slagen oplevert als in het lange, dan moet je trainingstijd reserveren op en rond de oefengreen. Denk daaraan als je de volgende keer automatisch weer naar de driving range loopt om drives te gaan slaan. Je korte spel trainen is veel effectiever om je scores omlaag te krijgen.