Tips

Statistieken: spelen we in het najaar beter dan in het voorjaar?

Ben jij in het vroege voorjaar ook wat roestig en onzeker, terwijl je in het najaar vrijuit swingt, verder slaat en beter putt? Ja toch? Wat zeggen de statistieken hierover?

Team GM Leestijd 2 minuten
statistieken in golf
instructietips
Statistieken: spelen we in het najaar beter dan in het voorjaar?

Het is een van de meest ingesleten ideeën in golf: dat golfers in het vroege voorjaar roestig, inconsistent en onzeker zijn, terwijl we na een seizoen van spelen en oefenen in het najaar veranderen in spelers die vol zelfvertrouwen rechter slaan en beter putten. Of iets in die trant. Het klink logisch, maar onderschrijven de data dit? En waarom wel of niet? We duiken in de statistieken van Shot Scope en kijken of we iets kunnen leren van hoe ons spel zich door het seizoen heen ontwikkelt.

1. Van de tee

Elke golfer, van scratch tot handicap 25, slaat in het najaar verder dan in het voorjaar. Hogere handicappers hebben van de tee een voorjaarsgemiddelde van 162 meter, dat stijgt naar 173 meter aan het eind van het seizoen. Bij andere niveaus is de winst bescheidener, gemiddeld zo'n vijf meter.

Het is verleidelijk om dit op te hangen aan een vrijere swing in het najaar, maar we moeten ook rekening houden met het feit dat banen in de zomer harder worden. Belangrijker is wellicht dat we in het najaar ook iets rechter slaan. Bij een 15-handicapper zakt het aantal 'drives in de problemen' in de loop van het jaar van 4,3 naar 4,0. En dat patroon zien we terug bij alle handicapniveaus.

2. Approaches

Onze drives worden dus wat langer en rechter naarmate het seizoen vordert en je zou verwachten dat dit resulteert in meer greens in regulation (GIR). Dat is ook zo. De winst is klein – een 5-handicapper stijgt van 7,7 naar 7,9 GIR's per ronde en een 15-handicapper van 3,9 naar 4,3 – maar het patroon is consistent bij alle categorieën en laat zien dat meer spelen resulteert in betere prestaties.

De duidelijke verbetering van zowel onze drives als ijzers aan het eind van het seizoen, geeft een indicatie van wat we zouden kunnen bereiken als we in februari en maart wat meer tijd in onze seizoensvoorbereiding zouden stoppen.

3. Kort spel

Laten we de prestaties in het korte spel vergelijken op basis van de statistiek 'meerdere chips': holes waarbij we binnen de 45 meter meer dan één slag nodig hebben om de green te vinden. Dat is een duidelijk teken van een 'roestige' golfer. Ook hier worden de cijfers in het najaar beter. Een 25-handicapper daalt van 3,9 naar 3,5 holes, terwijl de 15-handicapper verbetert van 2,8 naar 2,5. Zelfs een scratchspeler daalt van 1,1 naar 0,9.

Dit vertelt ons dat de oorzaak van een geflufte chip net zo goed een gebrek aan speelminuten kan zijn als een technisch probleem. Ga dus niet meteen radicaal dingen veranderen als je een chip te vet raakt.

4. Putten

Een seizoen vol ervaring en oefening zou moeten betekenen dat we in het najaar minder putts van binnen de 1,5 meter missen. Maar dat klopt niet helemaal. Een scratchspeler mist van deze afstand per ronde 0,9 putts in het voorjaar, tegen 1,1 in het najaar. Een 20-handicapper stijgt van 3,8 naar 4,0. De lage en mid-handicappers winnen iets, maar het is marginaal.

Waarom we op de green achteruitgaan, is onduidelijk. Zou het kunnen dat eventuele verbeteringen door spelen en oefenen teniet worden gedaan door 'mentale littekens' die we in een seizoen oplopen? Zijn onze zenuwen in het najaar murw gebeukt?