'Ik ben totaal niet gelovig of zweverig, maar dat is toch te toevallig?', zegt de 22-jarige Sophie Korthuijs als ze net een anekdote over Leontien van Moorsel heeft verteld. Enige tijd werkte de Nederlandse intensief samen met de voormalig wereld- en Olympisch kampioen, maar tegenwoordig ziet ze haar nog maar zelden. Omdat Van Moorsel het heel druk heeft, maar vooral omdat Korthuijs genezen is van de anorexia die haar in haar late tienerjaren in de greep hield. Toen de uit Babyloniënbroek afkomstige golfster vorig jaar na haar eerste internationale zege (het Portugal Global Junior Golf) in het vliegtuig stapte, trof ze daar de viervoudig winnares van de gouden medaille. 'Dat kán bijna geen toeval zijn, denk je dan toch even. Dat heb ik wel vaker, hoor. Dat er iets gebeurt wat op het eerste gezicht toeval lijkt, maar wat dan wel precies op het goede moment op je pad komt.
‘Neem mijn vriendschap met Fernand Osther, de oud-golfer. Jaren geleden volgde ik een trainingsprogramma bij hem en we hadden meteen een klik. Het was niet dat we elkaar wekelijks spraken, maar wel regelmatig. Op een gegeven moment appte hij me opeens, net op het moment dat ik echt niet goed in mijn vel zat. Het was een leuk appgesprek, gewoon over van alles en nog wat, maar niet veel later belde hij en zei: “Volgens mij gaat het niet goed met je, klopt dat?” Ik dacht: hoe weet je dat? Maar hij had gelijk. Ik heb hem alles verteld en hij luisterde alleen maar. Zonder oordeel. Hij nodigde me uit om een keer langs te komen. “Je hoeft je golfclubs niet mee te nemen als je daar geen behoefte aan hebt.” Dat hij me uitnodigde, deed me echt wat. Ik dacht: er is toch nog iemand die me gewoon leuk vindt, die me ziet als mens en niet als dat meisje met die eetstoornis.'
Eetstoornis
Het is geen gekke aanname om te denken dat de anorexia die zich rond 2020 openbaarde, ook met haar fanatisme te maken had. Korthuijs beaamt dat. 'Aan een eetstoornis kan veel meer ten grondslag liggen dan alleen een probleem met voeding. En bij mij was dat zeker het geval. Ik was niet gelukkig. Op school niet. Thuis niet. Nergens. Ik deed mijn ding, werkte, trainde, en kon prima de schijn ophouden, maar het ging echt niet goed. Mijn ouders zagen me een enorme bak watermeloen wegwerken en dachten: ze eet, toch? Maar wat zit daar nu helemaal in? Niets. Water. Ik verloor veel gewicht, en hoewel dat het doel was, wist ik ergens wel dat het niet goed was. Tegelijkertijd geeft het je een gevoel van controle. Op school had ik dat niet. Ik was dat meisje dat alleen maar goed was in golf, maar ook dat kon ik nauwelijks nog. Calorieën tellen, altijd maar bezig met het behalen van mijn doel. Dat had ik in de hand, maar ten koste van wat? Van alles. Toen ik op een gegeven moment weer in het donker sit-ups aan het doen was, doodongelukkig en met nul energie, wist ik dat het zo niet langer kon.'
Ze kwam bij de GGZ terecht, maar dat bleek niet de oplossing. Integendeel. 'Toen ik daar binnenkwam, woog ik een kilo of 25 en zeiden de hulpverleners dat het zo echt niet verder kon. Nou, dat moet je dus niet zeggen tegen iemand die zo fanatiek is. Ik dacht: dat zullen we nog wel eens zien. Ik verloor niet alleen nog meer gewicht, ik wilde ook echt niet geholpen worden en had bijna als doel dat de therapeuten niet in hun missie zouden slagen. Ik denk dat ik in de eerste maanden wel vijf therapeuten heb versleten. Tegen de een zei ik helemaal niets. Tegen de ander dat ik als topsporter juist heel goed bezig was en dat ze er niets van begrepen. En tegen weer een ander zei ik: “Wat zou je doen als jouw dochter dit deed?” Waarna ze heel emotioneel werd en zei: “Ik kan dit meisje niet helpen.” Nee, ik was niet zo’n leuk persoon toen.' Bijna onmerkbaar schudt ze haar hoofd als ze terugdenkt aan die donkere periode.
'Toen wist ik dat het zo niet langer kon'
Olympische hulp
De GGZ maakte zich dermate veel zorgen dat gedwongen opname als optie op tafel kwam. 'Het maakte me niet meer uit. Het was toch al geen leven. Ja, ik heb er zeker aan gedacht om er een eind aan te maken, om een overdosis paracetamol te nemen of zo. Mijn dromen om het te maken als golfer waren toch al voorbij', zegt Korthuijs. Om er zonder hapering aan toe te voegen: 'Maar er is altijd iemand die er alsnog voor zorgt dat je juist dan denkt: het gaat goed komen.'
In het geval van Korthuijs was dat in eerste instantie Fernand Osther, en direct daarna Leontien van Moorsel. 'Fernand was de eerste die me weer zag als mens, zoals ik al zei. Zonder oordeel, gewoon een arm om me heen. Leontien kwam wat later, nadat mijn ouders over haar stichting hadden gelezen. Heel eerlijk? Ik wist niet eens wie ze was en zat in eerste instantie vol in de weerstand. Maar ze was zó lief, zó begripvol. En ze zei: “Ik ga je helpen.” Maar net als bij die mensen van de GGZ dacht ik in eerste instantie: ik dacht het niet! Ik had geen doel meer in het leven, dacht dat het voorbij was met golf en had iedereen van me vervreemd. Dus hoezo helpen? Wat was er te helpen? Wie was ik zonder golf? Maar anders dan bij de hulpverleners kwam ik met mijn houding en antwoorden bij Leontien niet weg. Sterker nog, die wist soms al wat ik zou gaan zeggen of wat ik zelfs maar dacht voordat ik mijn mond had opengedaan. Ik dacht: huh, hoe weet ze dat? Maar ze had het natuurlijk zelf meegemaakt. Wat ook hielp: waar alle hulpverleners zeiden dat ik golf maar moest vergeten, zei zij dat ik nog alle kans had om de top te halen. Op die manier daagde ze me ook uit. Ze speelde in op mijn fanatisme. “Je bent toch geen watje dat nu al opgeeft?” en meer van dat soort teksten. Nee, dat is niet iets wat je moeten zeggen tegen iemand met een pestverleden of zo, maar voor mij waren het precies de dingen die werkten. Voor mij was het precies de goede knop waar ze op drukte, want natuurlijk wilde ik het haar wel even laten zien. Daarbij: bij een therapeut met een mooi diploma dacht ik: ik heb schijt aan jou. Maar als een meervoudig Olympisch kampioen zoiets zegt... Dan durfde ik dat niet, zoveel ontzag had ik voor haar. Leontien had hetzelfde traject doorlopen: helemaal omlaag, maar ook weer helemaal omhoog. Een beter voorbeeld kon ik me niet wensen.'
Instagram-mooi
'Natuurlijk denk ik nog wel eens terug aan die donkere momenten, toen het allemaal niet meer hoefde van me. Dat was echt geen leven. Tegen meiden die in een vergelijkbare situatie zitten, zou ik graag willen zeggen: je moest eens weten hoe mooi het leven kan zijn. Niet Instagram-mooi; dat is het perfecte plaatje dat mensen alleen maar ongelukkig maakt, omdat het niet echt is. Ja, het leven is ook omgaan met teleurstelling, is ook doorgaan na verdriet en verlies. Dat is zeker niet altijd makkelijk, maar in het donker in je kamer zitten is dat ook niet. Toen ik beter was, heb ik mijn hele tijdlijn op social media verwijderd. Een nieuwe start. Ik kijk heus nog wel eens naar foto's van toen ik zo ziek was en ik schaam me niet om mijn verhaal te delen. Maar ik ben meer dan dat en wil niet alleen bekendstaan als die golfer die wat heeft meegemaakt. Het is nog maar een paar jaar geleden en dit zal altijd onderdeel van mijn verhaal blijven, maar mijn droom om het als golfer te maken is veel meer dan dat. Het leven is het waard geleefd te worden.'
Vermoed je dat iemand die je kent aan zelfmoord denkt of denk je er zelf wel eens aan? Dan is het belangrijk dat je erover praat en/of hulp zoekt bij een huisarts, psycholoog of belt met 113.
Dit artikel is in zijn geheel te lezen in Golfers Magazine 2 dat nu in de winkel ligt en je ook hier kan bestellen.