Hou de double en triple bogeys zo veel mogelijk van de kaart en er komt sowieso een fatsoenlijke score uitrollen. En het mooie is dat je hiervoor niets aan je swing hoeft te veranderen. Je moet gewoon wat beter je hersens gebruiken. Speel slimmer, houd de schade beperkt en je eindigt het seizoen gegarandeerd met een lagere handicap dan waarmee je begon. Vier gouden regels.
1. Speel weg van problemen
Je doel bij een drive moet niet het vinden van de fairway zijn, maar het in het spel houden van de bal. Kies dus een doel dat ver weg ligt van problemen als bunkers of water. Die zijn namelijk een stuk 'duurder' dan een bal in de lichte rough.
2. Midden green is prima
Dreigt er gevaar bij je approach, wees dan conservatief in het kiezen van je doel. Midden green is in veel gevallen de beste optie, zeker als de vlag aan de rand is gestoken. Je maakt sneller twee putts dan een up and down.
3. Mis de green niet twee keer
Green toch gemist? Zorg er dan voor dat je volgende slag sowieso een putt is. Neem geen risico om de bal bij een lastig gestoken vlag te krijgen, maar kies voor de veilige optie. Liever een lange putt dan weer moeten chippen.
4. Snelheid is belangrijker dan lijn
Op de green is afstandscontrole koning. Zelfs bij een slechte lijn houd je met de juiste snelheid bijna altijd een maakbare tweede putt over, terwijl andersom vaak een probleem is. Oefen op je snelheid en check voor een ronde altijd de snelheid van de greens.