Tips

Nooit meer vette (of dunne) chips

Niets zo frustrerend als vlak bij de green liggen en een chip te vet of te dun raken, zodat je wéér je wedge nodig hebt. Wij hebben de oplossing.

Team GM
instructietips
Nooit meer vette (of dunne) chips

Het is geen toeval dat goede chippers allemaal met een natuurlijke overtuiging lijken te spelen. Als we de oorzaak van slechte chips willen begrijpen – zowel te vet als te dun geraakte – hoeven we niet verder te zoeken dan naar het tegenovergestelde.

Twijfel, spanning en vertraging vormen samen een krachtig trio. Ze zorgen ervoor dat handen en armen afremmen, terwijl het clubblad slapjes door de bal beweegt. De club bereikt te vroeg zijn laagste punt, waardoor je óf eerst het gras raakt óf te vroeg omhoogkomt en de leading edge van je wedge tegen de bal komt. Laten we dit probleem nu eindelijk eens oplossen en je vertrouwen in chippen herstellen.

Stap 1: Geen backswing

We beginnen zonder bal en zonder backswing. Het klinkt misschien ongebruikelijk, maar deze oefening is bedoeld om je volledig te laten focussen op de follow-through en op een overtuigende beweging door de bal.

1. Pak je wedge en ga staan zoals je normaal zou chippen, met een smalle stand en een denkbeeldige bal in het midden daarvan. Leun iets op je voorste voet (boven links).

2. Vanuit deze positie duw je de club naar voren en laat je de zool van de club over het gras schuren. Deze eenvoudige beweging dwingt je handen en armen om de leiding te nemen, omdat je geen backswing hebt die momentum geeft. Tegelijkertijd blijft de club laag bij de grond, het tegenovergestelde van een aarzelende chip waarbij de club abrupt omhoogkomt (boven rechts).

3. Maak deze beweging af tot het clubhoofd ongeveer op kniehoogte zit. Je voelt hoe armen en club één geheel vormen, terwijl je borst meedraait. Dit verschilt sterk van een onzekere chip, waarbij de romp niet meedraait en de polsen knikken. Houd deze eindpositie even vast en neem haar in je op.

Stap 2: een derde, twee derde

Nu voegen we een bal en een backswing toe, maar wel een kleintje! We werken met een korte backswing en follow-through, om zo meer versnelling en overtuiging te krijgen.

1. Steek twee tees in de grond, ongeveer anderhalve meter uit elkaar en parallel aan de doellijn. Leg de bal ertussen, iets achter het midden, zodat een derde van de ruimte achter de bal zit en twee derde ervoor. Adresseer de bal. (boven links)

2. Vlak voordat je de club wegneemt, verplaats je je aandacht van de bal naar de tees. Door minder te focussen op één punt en te switchen naar een meer ontspannen perifere focus, voorkom je eventuele spanning. Het voorkomt dat je te veel op de bal gefixeerd raakt en daardoor verkrampt. Swing de club terug tot de achterste tee (boven midden).

3. Houd je aandacht op de tees en swing door de bal heen tot de club naar de voorste tee wijst (boven rechts). Vraag jezelf af:
• Hoe beïnvloedt het verleggen van de focus mijn spanningsniveau?
• Heeft de langere follow-through dan backswing invloed op mijn versnelling en commitment?

Mijn ervaring met deze twee stappen is dat ze al snel voor meer overtuiging en beter balcontact zorgen. Herhaal deze oefening regelmatig om te voorkomen dat de twijfel weer toeslaat.

Meer Tips