Tips

Een fout die we allemaal regelmatig maken

Je weet het, maar toch doe je het: te weinig club nemen. Als de green wordt gemist, is dat in tachtig procent van de gevallen 'te kort'. Doe er wat aan.

Foeke Collet
Een fout die we allemaal regelmatig maken

De miljoenen afzwaaiers die wij amateurs produceren, worden meedogenloos bijgehouden door Shot Scope, zodat we precies weten wat onze slechte beslissingen ons kosten.

Je weet het, maar toch doe je het. Als de green wordt gemist, is dat in tachtig procent van de gevallen 'te kort'. Een golfer met handicap 20 raakt per ronde gemiddeld vier greens-in-regulation, wat betekent dat hij er veertien mist – en elf daarvan haalt hij dus helemaal niet.

Waar missen we de green?

Lang 20%
Kort 80%

Kort links 33%
Kort rechts 47%
Lang links 8%
Lang rechts 12%

Greens-in-regulation per handicap

Hcp. 2 61%
Hcp. 8 45%
Hcp. 14 29%
Hcp. 20 22%
Hcp. 26 18%

(Bron: Shot Scope)

Shot Scope laat zien dat 72 procent van het gevaar (zand of water) vóór de green te vinden is. Te ver slaan is dus veel minder desastreus dan te kort. Ook laten de statistieken zien dat 96 procent van de golfers rechtshandig is en dat ze de green in 47 procent van de gevallen 'kort rechts' missen en in 33 procent 'kort links'.

Waarom zijn we te kort?

1. Veel golfers weten niet hoe ver ze hun clubs slaan. Ze denken dat ze hun ijzer-7 135 meter slaan, maar dat blijkt gemiddeld een club korter te zijn. Data 'uit de baan' geeft je een realistischer beeld over je afstanden, omdat dit is gebaseerd op echte condities.

2. Je equipment moet vergevingsgezind genoeg zijn. Met een set die makkelijker slaat, verlies je minder afstand als je een keer de sweetspot mist.

3. Een beetje grond achter de bal raken, of impact op de hiel of teen scheelt aanzienlijk in de afstand die de bal vliegt. De foto's laten zien hoe goed contact en krachtige compressie je helpen om de bal bij de vlag te krijgen.

Oplossing 1: twee clubs

Is het rustig in de baan? Sla dan twee ballen naar elke green. Bij de eerste neem je de club die je normaal zou kiezen en bij de tweede neem je van dezelfde plek een club extra – bijvoorbeeld een 5 in plaats van een 6. Maak de hole met beide ballen af en tel na achttien holes beide scores op. Heb je beter gescoord met het langere ijzer? Dan weet je dat je voortaan een club extra moeten nemen.

Oplossing 2: eerst de bal

Met deze drie stappen krijg je het gewenste 'eerst de bal, dan de grond'-contact. Je traint een boog in je swing, die een krachtige, enigszins neerwaartse invalshoek stimuleert. Ga eerst in slow-motion door de posities voordat je de snelheid opvoert.

Buigen, trekken en vasthouden.

Buigen
Speel de bal net voor het midden. In de backswing knik je de polsen en laat je de achterste elleboog buigen. Zo krijg je een compacte swing waarbij je boven de bal kunt draaien. Ook krijg je krachtige hoeken voor je swing.

Trekken
In de downswing gaat je gewicht richting het doel, waarbij je de hoeken in je polsen en elleboog door de impactzone trekt. Je wilt ze niet vóór impact verliezen. De hoeken houden je swingboog wat smaller, waardoor de club in een neerwaartse hoek bij de bal komt.

Vasthouden
Probeer na impact deze wijde, gestrekte positie te vinden, waarbij de hoeken in je polsen en ellebogen verdwenen zijn. Zo krijg je de 'smal-tot-wijd'-beweging door de bal. Het wijdste deel van de swingboog zit ná impact, waardoor je de bal tegen de grond kunt drukken (compressie).

Meer Tips