Afgelopen winter nam onze hoofdredacteur zich voor eindelijk weer eens structureel aan zijn spel te gaan werken en nam hij les. Een deel van zijn bevindingen verscheen eerder dit jaar in Golfers Magazine en op deze site. Nu jij misschien ook klaar bent voor je winterlessen zetten we alle stukken nog eens op een rijtje.
Deze winter ook aan de slag? Informeer bij je homecourse of head pro naar de mogelijkheden voor (groeps)les of kijk op www.pgaholland.nl voor informatie over pro's bij jou in de buurt.
'Maar wat is je doel eigenlijk, Martijn?' Ik val even stil en merk dat ik daar nog geen seconde over heb nagedacht. Het is oktober 2024 en ik heb net aan Mariëtte de Groot, al jaren professional op Golfbaan Kralingen, verteld dat ik van plan ben om van de winter les te nemen en daar verslag van te gaan doen. Ze juicht het toe dat ik met mijn kwarteeuw golfervaring eindelijk weer eens ga lessen, maar de vraag die ze ongetwijfeld ook aan haar leerlingen stelt, is direct een confronterende.
Wat ís mijn doel eigenlijk? Een lagere handicap? Een mooiere swing? Een stok achter de deur om te gaan oefenen?
Bij mijn eerste lessen ooit was het doel wel duidelijk. Na een aantal keer rommelen op de driving range en korte baan van Golf Waterland wilde ik maar wat graag ook eens de grote baan in, en daarvoor was het golfvaardigheidsbewijs nodig. Mijn toenmalige pro, Vasco Tilon, begeleidde me daar in enkele maanden (‘Nee, dat kan echt niet in één weekend’) vakkundig naartoe.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FTfB0tM5ZhmzLWT1766052928.jpg)
Tussendoorlesjes
De tweede keer dat ik een langere periode les had, was jaren later en inmiddels alweer een jaar of tien geleden. In een poging mijn ultrakorte backswing wat langer te maken, hoor ik nog steeds het 'up, up, up' van de pro van dienst. Het mocht niet baten.
En dan waren er de ‘tussendoorlesjes’. Een gestolen tip hier, goed opletten tijdens een instructieshoot voor dit magazine daar en natuurlijk nu en dan lessen in het kader van een artikel. Maar nooit meer nam ik structureel les. Niet uit onwil (nou ja, een beetje misschien), wel uit tijdgebrek (gebrek aan prioriteit, hoor ik je terecht zeggen) en vanwege een handicapkaartje dat zegt dat het ook zonder les best oké gaat.
Na enig nadenken wist ik een antwoord te formuleren Mariëttes vraag. Iedere golfer, van welk niveau dan ook, zal het herkennen: de ene dag weet je precies wat je doet en luistert de bal naar je opdrachten. De volgende dag lijkt het of je voor het eerst een club in handen houdt. Ik hoef geen lagere handicap en ik hoef geen mooiere swing. Wat ik wel wil, is korte metten maken met de enorme uitschieters in mijn score. Het zou mooi zijn als ik mijn beste score kan verbeteren, maar ik wil vooral af van die uitschieters naar boven. Ooit een 74 of beter binnenbrengen is veel minder belangrijk dan wegblijven van scores halverwege de negentig die er soms ook tussen zitten.
Aan de slag dus. Dit jaar ga ik écht aan mijn golfspel werken.
16 januari - Wintergroepsles
Goed. Les dus. Maar hoe? En bij wie? De lessen die ik tot nu toe heb gehad, waren allemaal privélessen. Maar is dat eigenlijk wel wat voor mij? Ja, de één op één aandacht is goed, maar ik ken mezelf: voor ik het weet, heb ik van de vijftig minuten er veertig staan kletsen. Golf is tenslotte niet alleen mooi om te doen, maar ook heerlijk om over te ouwehoeren.
Mijn oog valt op de serie winterlessen die er op de rol staat op mijn homecourse Golf Waterland. Dé golfcursus voor iedere golfer stond er boven de aankondiging. Met daarbij onder meer de toevoeging dat er met een vaste kleine groep op jouw niveau, op een vast moment gedurende de hele winter gewerkt wordt aan je golfspel.
Waar in het verleden individuele lessen de regel waren, is de trend de laatste jaren onmiskenbaar aan het opschuiven naar groepslessen. 'Uit kostenoverwegingen, maar zeker ook vanwege de stok achter de deur die het geeft als je weet dat de rest van de groep wel gaat terwijl je zelf geen zin hebt', zegt Thomas Schukkink, de pro die deze winter op Golf Waterland de groep met handicap 0-18 onder zijn hoede heeft. 'Alleen je pro laten zitten is toch wat anders dan een hele groep', voegt hij eraan toe.
Helaas moet ik de eerste les vanwege eerder gemaakte afspraken missen. Een goed begin is het halve werk, maar een slecht begin dan toch zeker de andere helft? Als ik de komende weken gewoon goed mijn huiswerk doe, is er niets aan de hand. Althans, dat hou ik mezelf maar voor.
30 januari - Technologie helpt
‘Het is niet de boog, maar de indiaan.’ Deze uitdrukking hoor je vaker in de golfwereld en kun je samenvatten als: het maakt niet uit waar je mee speelt, je moet het toch echt zelf doen. Dat laatste is zeker waar. Tegelijkertijd: technologie helpt. Zo simpel is het. Probeer maar eens met een ijzer uit de jaren zeventig een bal te slaan, desnoods met een driver uit het begin van deze eeuw. Al na één slag merk je dat je huidige materiaal vele malen makkelijker speelt. De bal vliegt verder en bij een off-center geraakte bal kom je nog redelijk in de buurt van je doel.
Je hoeft echt niet elk jaar het nieuwste van het nieuwste aan te schaffen, maar als je net zoals ik een negen jaar oude driver in je tas hebt, dan begint het toch te kriebelen. En dat geldt helemaal voor die club die ik gebruikte om uit de bunker te komen. Hij deed het jarenlang redelijk, de ooit op een beurs op de kop getikte Diamond Spinner. Maar na mijn bezoek aan de Golfdokter, die na het doormeten van mijn set zei dat het knap was dat ik hier überhaupt mee uit de bunker kwam, lukte dat natuurlijk nauwelijks nog. Het vertrouwen in het materiaal nam met de ronde af en de noodzakelijk geachte aanpassingen aan mijn swing hielpen me alleen maar van de regen in de drup. Binnenkort komt daar hopelijk een eind aan. Na een fittingsessie bij Dylan Boshart van Titleist wacht ik nu op twee nieuwe wedges en een nieuwe driver. Aan het materiaal zal het dus niet liggen komend jaar. Wel even goed kijken wanneer de bunkerles op het programma staat.
27 februari - Slechte leerling
‘Je maakt het me wel moeilijk', verzucht Thomas als ik hem het antwoord op zijn vragen ('Waar denk je dat je club nu zit?' 'Weet je op welk moment je downswing begint?') schuldig moet blijven. Het klinkt als een verre echo van de woorden die de veel te vroeg overleden pro Meindert-Jan Boekel ooit uitsprak toen ik bij hem was voor een verhaal. Zijn 'ik zie een uitdaging' haal ik nog regelmatig aan als ik me verontschuldiging voor mijn swing, en ook op deze koude februari-avond op de driving range denk ik er weer aan. Ik weet het: ik ben een slechte leerling. Maar niet uit onwil. Waarom wel? De belangrijkste oorzaak is misschien wel een leraar van de lagere school. Frits. Ik was 9 of 10 en begreep iets niet. Niet na de eerste groepsuitleg, niet nadat de leraar het me nog een keer had uitgelegd en, zo merkte ik weer terug aan mijn tafeltje, ook niet na de derde keer. Dus toog ik, na het echt geprobeerd te hebben, voor een vierde keer naar zijn bureau. Daar klonk ten overstaan van de hele klas een bars 'Je moet me niet in de maling nemen, Martijn'. Waarna ik onverrichter zake terugkeerde naar mijn tafeltje, waar een vriendje me uiteindelijk op weg hielp. Het was een van de laatste keren dat ik ooit om extra uitleg vroeg. Ik probeer het zelf wel uit te dokteren.
Andere reden waarom ik niet de beste leerling ben, is dat ik, met golf dan toch in elk geval, vooral intuïtief te werk ga. Ik weet oprecht niet waar mijn club is en weet dan ook nog goed hoe erg ik schrok toen ik mijn swing voor het eerst op film zag. In niets leek hij op wat ik dacht dat hij was. Ik had me heus geen swing als die van Ernie Els ingebeeld, maar dit Quasimododraaitje was toch niet van mij afkomstig?
Dus als ik tijdens de les het verzoek krijg om niet alleen het hoogste punt van mijn backswing aan te wijzen maar om dan ook een korte pauze in te lassen – met als doel mijn agressief ingezette downswing enigszins te beteugelen – weet ik echt niet waar ik moet beginnen of eindigen. Ik neem je niet in de maling, Thomas, net zomin als ik dat deed bij Meindert-Jan en Frits. Ik ga het echt proberen de komende weken. Maar kijk niet raar op als ik bij de volgende les weer precies doe wat ik altijd al deed. Met eigenwijsheid heeft dat niets te maken. Misschien wel met de vaststelling van pro Celso Cyrus die, in een gesprek over wat iemand een goede leerling maakt, zei dat 'degene die zijn of haar comfortzone het verst durft te verlaten de meeste resultaten kan boeken’.
Maar het heet toch niet voor niets een comfortzone?
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FSogK9cGTu2lC0z1766052966.jpg)
13 maart - Tussen de oren
Aan het eind van de zomer van 2024 schreef ik voor Golfers Magazine een stukje met als kop 'verwachtingen'. Het ging over een heerlijke golfronde die bruut ontspoorde op het moment dat ik ging denken in plaats van doen.
'Vanaf nu komen de verwachtingen.' Ik hoor het mezelf nog zeggen tegen mijn flightgenoot, toen ik na tien holes op +1 stond. Elke bal was raak. Van de tee vond ik het midden van de fairway, ijzers kwamen allemaal op de green en putts vielen. En toen kwam dus, na weer een goede drive, die gedachte bij me op tijdens de wandeling op de fairway van de elfde hole. Ineens was daar het besef dat dit wel eens mijn beste ronde ooit kon worden.
Veel mensen herkenden zich in dat stukje en in elk geval een van die lezers wist direct: daar kan ik wel wat mee. Pro Ivar van der Moolen heeft met zijn Mental Toughness Golf niet voor niets zijn specialisme gemaakt van de mentale kant van het spel.
Nu moet ik toegeven dat ik altijd een beetje bevreesd ben voor mental coaches. Ergens heb ik het gevoel dat ze dwars door me heen kijken en geen genoegen nemen met de antwoorden die ik geef. Ook voor Ivar geldt dat in zekere zin, merk ik als hij mijn antwoord op zijn vraag 'veel te vaag' vindt. 'Je hebt een concreter doel nodig', zegt hij nadat ik verteld heb dat ik aan het eind van het jaar vooral af hoop te zijn van de negatieve uitschieters. Dat ik nooit slechter dan handicap 15 speel of zo.
Dat ik tijdens 'werkrondjes' nog wel eens door die ondergrens zak, vind ik niet zo’n probleem. Maar wat Ivar betreft zou je elke ronde met dezelfde focus moeten spelen. 'Ook als je tijdens een ronde aantekeningen loopt te maken voor een reisverhaal heb je toch wel een halve minuut per slag over waarin je je kunt concentreren?'
Ik merk dat ik knik, maar dat ik tegelijkertijd denk: hoe dan? Ik denk het kennelijk niet alleen, ik zeg het ook, want vanaf de andere kant van de tafel klinkt een monter: 'Dáár ga ik je bij helpen', terwijl hij op een papiertje een golfbeweging tekent en uitlegt dat dit de fases van het spel zijn. Naast de preshotroutine benoemt hij de inshot, postshot en de inbetweenshotroutine. 'En vergeet vooral niet wat voor jou de trigger is, het teken dat je gaat beginnen', zegt hij. 'Want als ik jou zo hoor, is dat voor jou misschien wel het voornaamste waar het nu aan ontbreekt.’
Dat Ivar die conclusie trekt, is niet verwonderlijk. Of ik nu met vrienden speel of een wedstrijd van de NVGJ: gezelligheid is voor mij van groot belang. Hoe vaak ik bij het naar mijn bal lopen nog even mijn verhaal afmaak. Of boven de bal sta en denk: dat moet ik zo ook nog vertellen. Of de werkgerelateerde gedachte 'zo even opschrijven': eerder regel dan uitzondering.
Om dat te verhelpen heeft Ivar een eenvoudige oplossing. 'Je kunt kletsen wat je wilt, maar op het moment dat je de club uit de tas haalt, is je voorbereiding begonnen en is daar geen ruimte meer voor. Tot het moment dat je deze terugdoet in de tas ben je met niets anders meer bezig. Het is de trigger waar je je routine mee start en eindigt. En als je tussendoor afgeleid wordt, dan stap je uit', legt hij uit.
17 april - Juiste club
‘Ik maak me hier wel een beetje zorgen over', zegt Thomas en kijkt ons hoofdschuddend aan. 'Ik had niet verwacht dat ik dit nog aan een groep van dit spelniveau moest uitleggen. Hoezo denken jullie dat dít de goede club is voor deze slag?'
Het is een mooie maar frisse lenteavond en we bevinden ons op een meter of tien van de chipping green. 'Eindelijk van die mat af', had Thomas een paar weken geleden tijdens de voorbespreking van deze les gezegd. 'Het is goed, hoor, trainen op de mat, maar uiteindelijk heb je er meer aan als je het gras op gaat. Of dat nu is voor een baanles of voor de chipping green. Voor jezelf, maar ook voor mij als pro, krijg je dan meer feedback op wat je hebt geleerd.'
Nee, we scoren geen punten als groep. Op de vraag met welke club we vanaf deze plek naar de green zouden spelen, kwamen volgens Thomas nagenoeg alleen maar foute antwoorden. Het antwoord ‘putter’ kan nog net zijn goedkeuring wegdragen, maar de vooral genoemde gap, sand en lob wedge kunnen dat niet. Lachend: 'Daarvoor zijn we echt niet goed genoeg, hoor. Het gaat er bij dit soort schoten vooral om het risico zo klein mogelijk te maken. De kans dat je die lob wedge over de green topt is levensgroot, terwijl je, als je de bal naar de vlag laat rollen, vrijwel zeker dichter bij de pin eindigt.' Thomas legt het nog eens uit voor hij ons aan het werk zet. Allemaal moeten we vijf ballen met een ijzer 9 of 8 naar een van de vlaggen op de hoger gelegen green spelen. 'Hoeveel van de ballen hebben de green gemist?', vraagt hij na afloop. Eentje maar, zo blijkt. 'Doe dat nu maar eens met een lob wedge.' Hoewel nog altijd veel ballen op de green eindigen, moeten we bij het rapen na afloop tot wel twintig meter achter de green zoeken om de ballenbuis weer te vullen. 'Dat bedoel ik', zegt de pro van de Waterland Golf Academy als hij zijn stelling bewezen ziet. 'Het kan best leuk zijn, hoor, zo'n bal met een mooi boogje. Maar als je wilt scoren zou ik er, als er geen noodzaak toe is, zeker niet aan beginnen.'
'Misschien moet je een oud beestje geen nieuwe trucs willen leren'
14 mei - De baan in
Heb ik eigenlijk zonnebrand in mijn tas? Die vraag stel ik mezelf als ik richting het clubhuis loop voor de laatste les van de winterserie. Zonnebrand en winterlessen... die twee laten zich moeilijk met elkaar rijmen. Maar de winter is vandaag dan ook heel ver weg. Door omstandigheden begonnen we weken later dan gepland aan ons winterprogramma, en omdat velen op de oorspronkelijke laatste lesdag niet konden staan we nu op de tee van hole 1 klaar voor negen holes – ik kan het niet anders noemen – zomeravondgolf. Half mei en een graad of twintig. Die eerste les in donker januari is niet meer dan een vage herinnering. What a difference a few months make. Maar geldt dat ook voor mijn spel?
Op de slotavond gaan we met twee flights de baan in en zal Thomas meelopen om te kijken hoe we spelen, waar we tegenaan lopen, en vast ook of hij nog wat terugziet van het door hem gedoceerde. We spelen strokeplay en krijgen als extra opdracht mee om het aantal meters dat we over hebben na de slag voor par te onthouden en bij elkaar op te tellen. Een par is logischerwijze 0 meter, maar wat is een birdie? 'Dan gaat er tien meter af', roept iemand. En hoewel dat best een goed idee is, hoor ik mezelf streng zeggen dat dat wat mij betreft ook gewoon 0 meter is. Thomas gaat daarin mee. Helaas, want natuurlijk maak ik zowel op de par 3 1ste als de par 4 2de pardoes een birdie. 'Jullie en je goede ideeën', grinnikt Thomas om deze inschattingsfout. Op hole 3, na een drive die optimaal profiteert van de harde fairway, heb ik prima papieren om een derde birdie op rij te maken. Maar in plaats van de bal rustig op de green te leggen, produceer ik een armzalig rollertje. Hoewel ik de schuld geef aan de harde ondergrond en de onjuiste techniek die ik toepaste, ging het natuurlijk daarvoor al fout. De mentale tips die ik kreeg van Ivar van der Moolen pas ik meestentijds goed toe, maar soms ontglippen ze me nog.
En dat geldt misschien wel voor alles wat ik de voorbije maanden heb geleerd. Of het nu de iets rustiger swing is, het genereren van meer snelheid of het controleren van de balvlucht: soms lukt het wel, soms lukt het niet. Ik ben daarin niet alleen, merk ik als ik het navraag bij mijn ‘collega-lesnemers’. Het 'je vervalt toch snel in je oude fouten' is de meest gehoorde terugkoppeling.
'Misschien moet je een oud beestje geen nieuwe trucs willen leren', zei mijn collega kort nadat ik met de lessen begonnen was. 'We hebben ons zonder les toch aardig omlaag gerommeld?', voegde hij daaraan toe, wijzend op onze hoge single handicaps.
Dat is waar. Toch ben ik blij dat ik deze winter de deur uit ben gegaan. Aan mijn handicap zie je het misschien niet direct af, maar toen een goede vriend onlangs opmerkte dat er echt wat ten positieve veranderd was aan mijn spel, kreeg ik nog maar eens bevestigd dat lessen heus zin heeft. Of je nu voor groepslessen gaat of individueel les neemt, een pro helpt je altijd verder. Ben ik een betere golfer geworden? Niet als je naar mijn handicap kijkt, maar gevoelsmatig wel. Als ik erin slaag om me te focussen, dan sla ik meer goede ballen dan voorheen – en nog veel belangrijker: minder slechte.
Als ik in juli op Golfbaan Kralingen ben en Mariëtte de Groot weer tegen het lijf loop, wil ze weten hoe de lessen zijn gegaan. 'Goed,’ zeg ik, ‘maar ik zou wat meer moeten oefenen.’ Ze begint te lachen en zegt: ‘Lessen is goed, maar als je niet oefent... Nou ja, dat hoef ik niet nog een keer te zeggen, volgens mij.' En daarmee geeft ze misschien wel de belangrijkste les van allemaal.
Met dank aan Golf Waterland Academy, Thomas Schukkink en mijn groepsgenoten.
PGA Holland
Deze winter ook aan de slag? Informeer bij je homecourse of head pro naar de mogelijkheden voor (groeps)les of kijk op www.pgaholland.nl voor informatie over pro's bij jou in de buurt.
- Edwin Vermaas