The People's Ryder Cup - Spelen op Bethpage Black

Een jaar geleden bezocht redacteur Niels Paauw Bethpage Black, de baan waar deze week om de Ryder Cup wordt gespeeld. 'Wat een monster'.

The People's Ryder Cup - Spelen op Bethpage Black

When the State took over the Yoakum estate and planned a country club for the people,’ schreef The Brooklyn Daily Eagle, ‘golf was given its rightful place, and for the first time on fashionable Long Island the man who is not a millionaire will have a chance on first-class golf links.’

Long Island Golf

Als je in de betonnen jungle van New York woont en aan frisse lucht toe bent, dan is het groene Long Island een van de eerste plekken waar je aan denkt. De stranden zijn er mooi, de dorpjes legendarisch vanwege hun poenerige optrekjes en perfect gemanicuurde tuintjes, en met een Uber of de bus ben je er zo.

In een toeristische trekpleister vol mensen met geld kun je natuurlijk ook golfbanen verwachten. Long Island heeft er maar liefst 140, en dat op een oppervlakte die iets meer dan de provincie Friesland bestrijkt. Banen en clubs zijn er op alle niveaus, van volstrekt onbereikbaar en niet te betalen tot goedkoop en ongepolijst. De golfbaan die wij zoeken, is niets van dat alles, volstrekt uniek, en gastheer van de Ryder Cup in 2025.

Bethpage

Die golfbaan heet Bethpage State Park Golf Courses en de betreffende course heet de Black Course. Over de geschiedenis van de Black Course kun je met gemak een boek volschrijven, en dat is dan ook al gedaan. We geven je even de managementsamenvatting, want het verhaal is lang en begint al vroeg. In 1695 om precies te zijn. In dat jaar koopt de Britse immigrant Thomas Powell een groot stuk land op Long Island om te boeren. Als goede gelovige noemt hij het Bethpage, naar een plaatsje in het Heilige Land. Twee eeuwen blijft het min of meer in de familie, tot het begin 1900 wordt overgenomen door meneer Yoakum, een ondernemer die stinkend rijk is geworden met spoorwegen, mijnbouw en olie. Golf is aan het begin van de vorige eeuw hip bij de nouveau riche, en dus laat Yoakum er naast een kapitale villa ook een golfbaan bouwen. Tot zover niks bijzonders.

Crash

Op 24 oktober 1929 verandert alles. De Amerikaanse beurs stort als een kaartenhuis in elkaar, Yoakum raakt zo’n beetje alles kwijt en komt niet veel later te overlijden. Vreemd genoeg is die beroemde Black Thursday het begin van het succes van Bethpage. Midden in de Grote Depressie zitten de nazaten van de ondernemer met volstrekt onverkoopbaar landgoed in hun mik. Na wat gesteggel en met een creatieve financiële constructie verkopen ze het uiteindelijk aan de lokale overheid.

De timing kon niet beter. President Franklin Delano Roosevelt heeft net zijn New Deal gelanceerd, een project waarmee grote overheidswerken de economie uit het slop moeten trekken. Er komt geld en mankracht, en in no time wordt er van Bethpage een prachtpark gemaakt.

In dat openbare park opent al snel Bethpage State Park Golf Courses zijn deuren, met de oorspronkelijke golfbaan van Yoakum als eerste course. De golfbaan is fantastisch, het clubhuis top, en er zijn douches en lockers. Een ongekende luxe voor golfers die geen lid zijn van dure clubs. Niet veel later gaan er nog drie banen open, waaronder de Black Course, en in 1958 volgt de vijfde en laatste baan, de Yellow Course. Drie van de vijf courses, waaronder de Black Course, zijn ontworpen door niemand minder dan de beroemde A.W. Tillinghast.

2002

Vanaf de jaren zestig raakt Bethpage een beetje in de vergetelheid, tot de USGA in 1997 besluit dat het U.S. Open van 2002 zal plaatsvinden op de Black Course. Dat is bijzonder, want het wordt het eerste U.S. Open op een public golf course, zeg maar een gemeentebaan. Om de baan in volle glorie te kunnen presenteren tijdens het toernooi, zorgt de USGA voor budget en een toparchitect, wat indirect zorgt voor professionalisering van de greenkeeping. De Black krijgt veel aandacht, en het waarschuwingsbord bij de tee wordt ineens wereldberoemd en onbedoeld de beste marketinggimmick aller tijden. Iedereen wil zelf wel eens zien hoe moeilijk de baan is.

Tiger Woods wint in 2002. Iedereen vindt het te gek en de PGA komt in 2009 terug voor nog een U.S. Open, in 2012 en 2016 voor een play-off event voor de FedEx Cup en in 2019 voor het PGA Championship.

A.W. Tillinghast

Albert Warren Tillinghast leert samen met zijn vader golfen. In 1896 gaan ze op golfreis naar Schotland. Ze bezoeken beroemde golfbanen en leren Old Tom Morris kennen in St Andrews. Tussen 1902 en 1912 speelt Tillie vier keer in het US Amateur. Hij wordt een van de oprichters van de Belfield Golf Club in Philadelphia, geeft daar les en legt uit hoe het spel werkt. Als de revolutionaire Haskell-golfbal ervoor zorgt dat veel golfbanen moeten worden aangepast, vragen golfclubs Tillinghast om hulp. In zijn carrière ontwerpt hij uiteindelijk meer dan 250 banen, waaronder beroemde als Shawnee, Baltusrol, Oak Hills en de San Francisco Golf Club. Vaak komt hij opdagen met een landkaart en in driedelig pak of smoking, met daarboven zijn markante borstelsnor en dromerige blik.

De Black Course

Bethpage heeft waar veel golfbaanarchitecten van dromen. Zeeën van ruimte en een prachtig natuurlijk rollend terrein. Tillinghast maakte hier graag gebruik van. Met de Black Course wilde hij een topbaan maken voor het publiek. Een moordend monster om precies te zijn, of zoals dat in goede architectentaal heet: een strenge test voor de betere golfer. Het mooie van de Black is dus dat je die zelf kunt spelen en daar niet eens de hoofdprijs voor betaalt. New Yorkers betalen $75 voor een rondje, anderen $130. Voor een baan van internationale allure valt dat reuze mee, zeker in een stad waar alles ongeveer anderhalf keer zo duur is als in Nederland. Je moet alleen nog wel even een starttijd weten te bemachtigen.

Starttijd regelen

De Black kun je gewoon boeken, via een online reserveringssysteem. New Yorkers kunnen dit zeven dagen van tevoren doen, out-of-staters vijf dagen van tevoren. Een starttijd bemachtigen via dat reserveringssysteem is overigens lastig, maar niet onmogelijk. Als je vaak genoeg blijft proberen, heb je best kans dat je een starttijd vindt.

Mocht dat nou niet lukken, dan is er nog een andere route. Bethpage reserveert elke dag het hele eerste uur voor golfers die zich als eerste ter plekke melden. In het hoogseizoen betekent dit dat je in de rij moet aansluiten op een speciaal genummerde parkeerplaats, en al vroeg ook, ergens tussen elf uur ’s avonds en vier uur ’s ochtends. Vaak wordt het er reuze gezellig, met barbecues, biertjes en grote verhalen. In alle vroegte krijg je van de starter een nummer en weet je hoe laat je ongeveer, zonder slaap en met een stijve rug, de wei in mag. Alsof de Black al niet lastig genoeg is.

De Black is lang, taai en moeilijk. Op je scorekaart valt niet echt op hoe lang, omdat de hoogteverschillen daar niet op staan. Veel greens liggen boven de fairway. Soms een beetje, maar meestal een paar meter. Bovendien lopen ze dikwijls van voor naar achteren af. Iets wat je niet vaak ziet. Architecten leggen greens liever andersom aan, zodat je ze kunt zien vanaf de fairway. Met veel bunkers en run-off areas is de enige manier om je bal op de green te krijgen een hoge zachte vlucht. Niet zo makkelijk als je met een lang ijzer of een houtje in je handen staat.

De rough is taai en doet het goed op de ondergrond van vruchtbare zachte klei, en uit de semi-rough heb je onderarmen als Popeye nodig om een beetje lengte te maken. De fairways zijn ook al niet breed, en met veel doglegs wil je graag op de goede plek terechtkomen. Zoals op hole 1. Het is niet de moeilijkste hole van de baan, maar de dogleg is scherp en de ingang naar de green is smal. Er staan bomen in de bocht van de hole en als je je afslag precies daar krijgt, hoef je je tweede slag niet uit de dikke spinazie te slaan en niet over de stevige bunkers die links en rechts van de green liggen. Bethpage is target golf. Wat een vreselijke term is dat toch.

Dubbele Z

Hoe moeilijk ook, Bethpage is vooral mooi. De ene hole is nog leuker dan de andere, en bij elke green loop je de hoek om, om weer een pracht van een hole te spelen. De mooiste overgang is tussen hole 3 en 4. De eerste is een korte par-3. Een hole met een diagonale green van rechtsvoor naar linksachter. Bunkers aan de voorkant en kort links. Als je je bal op de voorkant van de green slaat, rolt hij vanzelf naar het midden. Het is een van de weinige holes zonder verhoogde green. Een plaatje, en een hole die alleen een goede slag beloont. Een goede golfer slaat voor de green linksachter een draw, en rechtsvoor een hoge zachte fade.

Je bent gegarandeerd nog trots, in de war, of in gedachten verzonken als je je omdraait naar de par-5 4de, de beroemdste van de Black. Deze hole loopt in vijf delen zigzaggend naar beneden, als een dubbele letter Z. Het moet verleidelijk zijn geweest voor de architect om de hole aan de linkerkant het dal in te laten lopen, maar dat hij juist voor een route heuvelop koos, maakt het echt een magistrale hole. De hole is niet lang en daagt je uit om er in tweeën voor te gaan, terwijl je weet dat dat een heel slecht idee is. Het eerste schot is misschien nog te doen over de diepe bunkers links. Maar het tweede schot moet minstens 180 meter overbruggen, en moet je op de green laten landen als een lieveheersbeestje met zere voetjes, anders rol je er ongetwijfeld aan de achterkant weer af.

Puzzelen

Tillinghast hield ervan om elke hole zijn eigen karakter te geven, waardoor het bij elke teebox weer een verrassing is wat je voor je kiezen krijgt. Er zijn risk and reward-holes om risicovol af te snijden en in de problemen te komen, zoals hole 5 of 12. Er zijn intimiderende teeshots met water, bunkers en bomen, zoals op hole 8, of met een diep ravijn, zoals op hole 14. Elke hole is een puzzel – of een probleem.

Soms kijk je het gevaar recht in het gezicht. Hole 15 is bijvoorbeeld lang en moeilijk. De kleine green ligt vijftien meter boven de fairway en de bunkers zijn enorm. Een monster waarvan alle hindernissen te zien zijn. De volgende hole is juist subtiel ingewikkeld. Ook die is lang, maar loopt vriendelijk een beetje naar beneden. Als je twee keer kijkt, zie je dat de green diagonaal op de hole staat, en de fairway de andere kant opgaat. De goede kant van de fairway loopt dus van je af de rough in, en zelfs als je je bal daar krijgt, is de natuurlijke balvlucht vanaf die helling van de hole af. Een heerlijk gemene hole.

Hole 17

Mocht je nou het geluk hebben dat je volgend jaar mag komen kijken tijdens de Ryder Cup, dan raden we je hole 17 aan. Een lange par-3, waar je op de afslag alleen maar zand en ellende ziet. De brede en ondiepe green loopt van links naar rechts af als een omgekeerd soepbord. De hole is ruim170 meter lang en met die flinke helling in de green wil je graag aan de goede kant liggen.

Tijdens de U.S. Opens van 2002 en 2009 was het echt feest op 17. Rijen dik stonden de bezoekers om de hole en om de green, waar ook plek zat voor is. Het is een hole waar alles mogelijk is. Een hole-in-one is niet uitgesloten (Lucas Bjerregaard in 2019), maar je kunt je bal ook dood en begraven vinden in een van de bunkers. Laten we hopen dat alle wedstrijden het in 2025 halen tot de 17de, want dat wordt ongelofelijk smullen.

Na zeventien holes geweld verwacht je eigenlijk nog een monster, maar de slothole is een redelijk makkelijke par-4 met een voor Bethpage ruime fairway. Natuurlijk eindigt-ie voor het prachtige clubhuis.