1. Laat je armen ontspannen langs je lichaam hangen. Je zult zien dat je handen dan iets naar binnen draaien. We willen onze handen zo veel mogelijk in deze natuurlijke stand op de club plaatsen. Als we hier vanaf wijken, hebben onze handen de neiging om het clubblad bij impact te openen of te sluiten, omdat ze hun natuurlijke positie weer opzoeken.
2. Maar hoe weet je nou of je handen in een natuurlijke, neutrale positie op de grip liggen? Er is een simpele manier om dit te checken. Pak een club – de driver werkt prima – en adresseer de bal met je normale grip. Vanuit deze positie til je de club met gestrekte armen omhoog tot de shaft horizontaal is. De leading edge (de voorste rand van de club) moet zo goed als verticaal zijn (inzet).
3. Trek nu de grip van de club naar de gesp van je riem, zodat je ellebogen zich tegen je zij vouwen. Als de grip naar je toe beweegt, maakt de rotatie van het clubblad duidelijk hoe je de club vasthoudt. Bij een sterke grip (foto) sluit het clubblad zich en wijst het naar de grond, terwijl het bij een zwakke grip naar de lucht wijst. In het ideale geval blijft de leading edge verticaal. Pas je grip aan tot dit het geval is.