Reizen: Outdoor in de Jura

De Jura is 'op adem komen in de longen van Frankrijk'. Het voor- en najaar zijn hiervoor dé seizoenen.

Reizen: Outdoor in de Jura

Voor golfers zijn er diverse mogelijkheden om te genieten van al het moois dat dit gebergte te bieden heeft. We bezochten er vier banen, elk met z'n eigen bijzondere kenmerken.

Op zo'n 800 kilometer van hartje Nederland ligt het Jura-gebergte, dat de grens bepaalt tussen Frankrijk en Zwitserland. Zelf afficheren ze zich als het beste 'buitengebied' van Oost-Frankrijk met een enorm aanbod aan outdooractiviteiten. En dat klopt, want in dit midden-gebergte valt wel het een en ander te beleven. Denk aan hiken en biken, trottinetten in ongerepte bossen en langs weidevelden. Er zijn watervallen, ravijnen, dino-sporen en... weinig gele kentekenplaten. Ook golfers komen hier ruim aan hun trekken.

Langlaufen

We beginnen op Golf du Mont-Saint-Jean in Les Rousses, zo'n typisch Frans wintersportdorp: stil en een beetje saai in de zomer, bruisend in de winter. Hier draait het voornamelijk om langlaufen. Op alle golfcourses liggen in de winter cross-country-loipes en het zomerse golf is bijna bijzaak. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen, want de laatste jaren viel er op deze hoogtes (maximaal 1.700 meter) weinig tot geen sneeuw.

Mont-Sant-Jean heeft een eenvoudig driesterrenhotel aan de baan. De hotelreceptie is tevens pro shop. Je kunt er wel ontbijt krijgen als hotelgast en er is een bar voor een drankje en lunch. Maar dat is het dan ook. Om half acht gaat de boel dicht en ben je als hotelgast op jezelf aangewezen. Eten doe je in Les Rousses en je krijgt een code mee om jezelf weer toegang tot het hotel te verschaffen.

In de winter kon je hier prima langlaufen alleen bleef de regio de laatste jaren sneeuwloos.

Vroege start

Het is dinsdagmorgen, fris maar zonnig. We moeten vroeg op, want om acht uur start er een wedstrijd met 86 senioren. Velen komen uit Zwitserland aangereden, want de greenfees daar zijn niet te betalen, zo horen we. Snel starten we voor ze uit.

Vanuit het hotel hadden we al gezien dat de baan een enorme glooiende en vooral open vlakte is. De eerste teebox ligt een tiental meters hoger dan de fairway en green, en met een goede drive kun je de 265 meter van geel overbruggen. Direct een uitdaging dus, zeker met een bunker recht voor de green en een venijnig, onzichtbaar vijvertje erachter.

Wat volgt zijn golvende fairways waar je zelden een vlakke stand zult treffen. Voeg daarbij de tinkelende bellen van de grazende bruin-witte Montbéliarde- en Simmental-koeien waar de beroemde Comté-kaas van gemaakt wordt, plus de geur van vers gemaaid zomergras, en het plaatje is compleet. Zo wil je je Franse rondje golf spelen!

Lastige rough

Mont-Saint-Jean (5.858 meter van geel) is een beetje rechttoe-rechtaan. Op elke hole pak je je driver uit de tas. Maar pas op: op een course met zo'n open karakter verwacht je je eventuele misser van de tee snel terug te vinden, maar niets is minder waar. De rough is vet en compact en als je je bal al vindt, dan is het lastig om uit te spelen.

Een paar holes springen eruit: de 4de is een lastige par-5 die tot aan de green omhoogspeelt. Terwijl de 6de juist een korte par-5 is (443 meter) met een blind schot downhill. Hole 14 en 15 zijn de hoogstgelegen holes en bieden fraaie uitzichten op de omgeving en de baan. De veelal kleine greens zijn snel en mooi verzorgd. Weet je je bal hier op de fairway te houden, dan kun je met een prima score thuiskomen.

Golf du Mont-Saint-Jean maakt deel uit van Golfy (www.golfy.fr/en/), een club met een voordeelpas en zo'n 180 aangesloten banen over heel Europa, zo vertelt golfdirecteur Thibaut Penneret. ‘Hier golf je voor 62 euro van begin mei tot begin oktober. Wat ik het mooiste vind aan deze baan? Het open karakter. En ik hou wel van die hoge teeboxen van hole 1, 9 en 16, met uitzicht over de baan en de omgeving.’

Golf du Rochat is wat ouder en doet iets formeler aan.

Vriendelijk Rochat

Aanpalend aan Mont-Saint-Jean ligt Golf du Rochat. Deze baan is wat ouder, doet iets formeler aan en er hangt een mooi verhaal aan – maar daarover zo meer. Je komt hier ook wat meer boompartijen tegen dan op de grote vlakte van Mont-Saint-Jean. Toch speelt deze course een stuk vriendelijker dan de voorgaande, zeker qua rough. Maar ook qua lengte, want met 5.206 meter vanaf geel heb je een uitstekende kans om je score wat op te vijzelen. Pakte je bij Mont-Saint-Jean voor elke afslag je driver, ook op Rochat ben je daartoe geneigd. Maar omdat de baan zoveel korter is, zou je slimmere keuzes moeten maken om niet elke keer lastige afstandjes tussen de 70 en 45 meter over te houden.

Er zijn een paar instinkerdjes, zoals de derde hole, een par-3 van 173 meter. Vanaf de hoger gelegen teebox krijg je een volkomen vertekend beeld van de situatie, want vlak voor de green staat pontificaal een boom. Je vraagt je af wat je moet doen. Tot je bij de green arriveert en ziet dat de boom zeker tachtig meter voor de green staat, waar overigens dan wel weer een bunker ligt die je niet hebt gezien.

Ook hole 16 mag er zijn. Een prachtige par-5 die helemaal downhill loopt, met water ertussendoor en een smal deel tussen twee boompartijen. Je eindigt Rochat met tweemaal een par-3, waarvan de laatste (198 meter vanaf geel) zelfs stroke index 1 kent!

Rochat doet iets pietepeuteriger aan dan Mont-Saint-Jean. De greens zijn niet snel, maar houden goed. Wel heb je hier lange verplaatsingen tussen de holes door. Dus in dit heuvellandschap wordt je conditie aardig op de proef gesteld.

In de familie

Nog even terug naar de achtergrond van Rochat. Tijdens de lunch in het stampvolle restaurant van de baan vertelt golfdirecteur Nicolas Bonnefoy dat de baan en de grond eigendom zijn van zijn ouders, een tante en een oom. ‘Ooit hadden we een boerenbedrijf met zo'n veertig koeien, maar mijn vader bedacht in 1986 dat het misschien wel leuk was om zomers iets voor toeristen te doen. We zijn gaan pionieren met drie holes en hebben die in de loop der jaren uitgebouwd tot de 18 holes-baan die er nu ligt. We wisten niks en hebben de baan zelf ontworpen op de grond die beschikbaar was. Daardoor is hij iets korter dan normaal. Mijn zus is de pro hier en mijn neef de greenkeeper, dus ja, het zit allemaal in de familie.’

De 250 leden kunnen spelen van mei tot november (de greenfee bedraagt 62 euro voor achttien holes). Daarna is er alleen nog het restaurant voor de wintersporter.

Tussendoortje

Als tussendoortje pakken we de negen holes van Golf de la Valserine mee. Om die te bereiken, moet je eerst hoog de bergen in langs ski- en langlaufstations, om vervolgens eindeloos af te dalen naar La Vallée de la Valserine.

Op Valserine ziet het er weer totaal anders uit. De baan doet gezellig maar ook rommelig en ietwat pretentieloos – in de goeie zin van het woord – aan. We worden begroet door Jérémy Rocco en Guillaume Lefrans, twee jonge managers die door een golfmanagementbureau zijn aangesteld om Valserine uit het slop te trekken. De baan was de laatste jaren behoorlijk verwaarloosd, vertellen ze, en is uiteindelijk overgenomen. Nu proberen zij de boel weer op gang te brengen.

Als we gaan spelen, biedt de vallei in de vroege ochtendzon een betoverend uitzicht op de bergen eromheen. Ook hier klinken de koeienbellen luid en hoor je (motor)zaaggeluiden uit de bossen komen. Het is prachtig en vergoedt veel van het nu nog wat slordig aandoende geheel van de baan. De bunkers zijn niet aangeharkt en hier en daar liggen vlaggen rond de greens, waarvan later blijkt dat ze voor voetgolf bestemd zijn. Maar hole 4 is een topper met drie verschillende plateaus, tweemaal doorsneden door een beek, bomen en een verhoogde green.

Ook de 7de mag er zijn: een par-3 van maar 140 meter met een iets verhoogde green en de imposante bergwand op de achtergrond. Prachtig plaatje. Een niet al te drukke doorgaande weg doorsnijdt het geheel dat de twee managers vanuit het eenvoudige maar gezellige clubhuis met nieuwe keuken en prima chef-kok vol enthousiasme uitbaten. Je betaalt hier 38 euro voor een greenfee voor negen holes, 48 euro voor achttien holes.

Stijlvolle course

Voor de laatste baan dalen we af naar de voet van het gebergte, naar Golf de Besançon. Een stijlvolle en lange toegangsweg leidt naar het lommerrijke clubhuis, dat uitzicht biedt op het terras en de baan. Alles ziet er tot in de puntjes verzorgd uit.

Als we ons klaarmaken om te gaan spelen, zie we veel doglegs op de kaart staan. De gevarieerde holes worden door veel bosschages en bomen begrensd. Ze zijn dan weer breed, dan weer smal. Hole 8 biedt een uitdagend blind schot heuvelop. Op de 10de staat een enorme boom in de weg, met links en rechts ervan water. Op de tweede negen tref je drie keer een par-5 en ook de 11de biedt weer blinde schoten op een golvende hole. Dus ook op deze licht glooiende baan is het weer nadenken over de juiste stand.

Achter in de baan, waar geen bos is, speel je in een landelijke omgeving vol boerderijen en weilanden vol koeien. De supersnelle greens – de dag na ons bezoek zou er een groot toernooi plaatsvinden – zijn klein, zonder al te veel slope, maar worden wel bewaakt door ontelbaar veel bunkers. Lastige rough ook, en het vele maaisel dat is blijven liggen op zowel de fairways als in de rough maakt het er niet eenvoudiger op. De holes sluiten prima op elkaar aan en de kordate golfdirecteur Samantha Perez weet zeker dat je zult genieten van deze parkland-baan. ‘Zelfs als de baan vol is, voelt het aan of je hier alleen speelt.’ Iets wat we alleen maar kunnen beamen. De greenfee? 62 euro, in het weekend 72.

Overige activiteiten

Er is nog veel meer te doen in het Jura-gebergte. Neem om op te warmen eens een kijkje in het Stade Nordique des Tuffes, waar de Franse wintersporttoppers in de Noordse disciplines het hele jaar door trainen op de schansen en geasfalteerde loipes. Of probeer hier te schieten op de biatlon-schijf. Ga wandelen met sledehonden (QimmiQ Aventure); pak een trottinette (elektrische step) en raas de bospaden af; bezoek Maison Comté en zie hoe de beroemde kaas wordt gemaakt; huur een fiets of gravelbike en ga de bergen in; volg de meren- en watervallen-routes; bezoek Dinoplagne, waar talloze pootafdrukken van dino’s zijn gevonden. En er is meer, kijk maar op www.france.fr/nl/artikel/het-juragebergte-doen-bekijken.

Meer lezen?

Dit artikel was ook te lezen in Golfers Magazine 6. Elke editie bezoeken we meerdere bestemmingen en laten we zien wat de golfreiswereld allemaal voor moois in petto heeft. Wil je alle golfreisverhalen – en alle andere artikelen – lezen? Sluit dan nu een abonnement af en ontvang hét golftijdschrift van Nederland binnenkort thuis op de mat.

Banen & Reizen
  • Bart Bruin