Waarom besloot de Royal and Ancient niet eerder dan 2019 om terug te keren naar het bijna noordelijkste puntje van Noord-Ierland, dat hemelsbreed dichter bij Schotland dan bij hoofdstad Belfast ligt? Op dat puntje ligt sinds 1888 een soort Walhalla waar iedere liefhebber van linksgolf naartoe wil.
In 1951 won de Engelsman Max Faulkner hier de Claret Jug. Waarom zo lang gewacht?
Het waren vooral The Troubles – de jarenlange religieuze en politieke strijd in dit deel van Groot-Brittannië – die een Open op Royal Portrush lang onmogelijk maakten. Een kampioenschap met tienduizenden toeschouwers per dag was in de ogen van de Royal and Ancient en de Britse autoriteiten simpelweg ondenkbaar. Het risico was te groot.
The Troubles stonden natuurlijk niet op zich. Wie de geschiedenis van de strijd van Ierland om onafhankelijkheid bestudeert, ontdekt dat de tegenstellingen tussen katholiek en protestant en tussen Groot-Brittannie en Ierland onvoorstelbaar groot waren en eigenlijk nog steeds zijn.Het akkoord van april 1998 tussen katholieken en protestanten – beter bekend als Good Friday Agreement – zette de deur weer op een kier. De Noord-Ieren, met de in Portrush wonende Darren Clarke en in de plaats geboren Graeme McDowell als belangrijke ambassadeurs, bleven aandringen. In 2012 werd een grote stap gezet toen de Europese Tour het Iers Open op Royal Portrush organiseerde.
Drie jaar later, op 1 juni 2015, kondigden de Royal and Ancient en de Noord-Ierse regering – onder andere vertegenwoordigd door vicepremier en Sinn Fein-kopstuk Martin McGuinness – aan dat The Open in 2019 op Royal Portrush zou worden gespeeld.
Meer toeschouwers
Twee zaken moesten wel worden geregeld. Vanwege de verwachte enorme belangstelling en de nog steeds matige infrastructuur moest het aantal toeschouwers voor het eerst in de historie van The Open worden beperkt. Het recordaantal van 112.000 toeschouwers werd geteld tijdens het Iers Open van 2012 — een veeg teken. De 190.000 kaartjes voor het Open van dit jaar waren in een mum van tijd uitverkocht. Dat aantal kon toch nog worden vergroot, waardoor zes jaar geleden 237.750 toeschouwers konden worden toegelaten. Dit jaar is het maximum op 278.000 bepaald.Nog belangrijker dan de infrastructuur echter was de noodzaak om de baan aan te passen. De club, opgericht in 1888, vroeg eind jaren twintig aan Harry S. Colt om een nieuwe course te ontwerpen. De Dunluce Links behoort niet alleen tot de allerbeste van Europa, maar staat in de meeste wereldwijde rankings zelfs stevig in de top-10. Na dag één van The Open in 1951 schreef de legendarische golfjournalist Bernard Darwin in The Times:
“The first Open Championship ever to be held in Ireland was begun at Royal Portrush yesterday, and I must to my shame confess that I have never seen this grand course. Let me at once pay it my respectful compliments.”
Darwin noemde Colts creatie “more enduring than brass”.
Renovatie
Aanpassen betekende meer dan alleen het verlengen van een paar holes of het aanleggen van nieuwe bunkers en greens. De par-5 zeventiende en par-4 achttiende voldeden niet aan de eisen: ze waren zwak én boden te weinig ruimte voor de immense tribunes die nu eenmaal bij het slotakkoord van The Open horen. Er moesten dus twee nieuwe holes komen. En die ruimte was er.
Op de aanpalende Valley Course werd ruimte gemaakt voor de nieuwe par-5 zevende en par-4 achtste holes. Het ontwerpbureau Mackenzie & Ebert werd ingeschakeld — specialisten met ervaring op Open-banen. De uitdaging was om in de geest van Colt te werken. Frank Pont noemt dit in een artikel de “Symmetry of Defence”: een hole moet uitdagend zijn voor zowel toppers als doorsnee spelers. Mackenzie & Ebert slaagden daarin.
Banen van Colt vallen niet op in het landschap. Ze lijken door Moeder Natuur zelf ontworpen. De nieuwe holes voelen alsof ze er altijd al hebben gelegen. De oude zeventiende had een gapende bunker – Big Nellie – rechts van de fairway. Die heeft nu een ‘zusje’ op hole zeven, ook rechts en op zo’n 250 meter van de tee. De oude par-4 zestiende is de slothole, met 433 meter en een stuk sterker dan de verdwenen achttiende.
Ook Calamity Corner, een van de beste par-3’s op de Open-courses, komt daardoor later in de ronde in beeld. Deze 216 meter lange hole met een vallei rechts is een ware scorecard wrecker.
Naast de nieuwe holes zijn er kleinere aanpassingen gedaan: nieuwe bunkers, vergrote greens. Met 64 bunkers heeft Royal Portrush er relatief weinig, maar Colt plaatste ze waar ze écht tellen.
Echter: the proof of the puding, is in the eating.
Het kampioenschap van 2019 toonde aan dat het nieuwe Portrush de test glansrijk doorstond. Dat Shane Lowry won in de stromende regen voor tienduizenden Ieren, maakte het een onvergetelijk Open - een van de allermooiste van de laatste decennia.
- Golffile