De gemiddelde 10-handicapper raakt de green bij drie pogingen slechts één keer (32%).
Ik geloof erg in het bijhouden van statistieken over hoe je presteert, maar dat geldt niet voor iedereen. Sommige golfers vinden het te ingewikkeld, verwarrend of tijdrovend. Dat hoeft niet. Arccos en Shot Scope bieden op hun platforms meer dan honderd parameters, maar je beslist zelf hoe diep je in de cijfers wilt duiken. Ik behandel op deze pagina's vier simpele maar belangrijke statistieken die je bij zou kunnen houden. Geloof me, je sterke en zwakke punten kennen kan wonderen doen voor je scorekaart.
1. Greens in regulation
Voor clubgolfers is het een enorm voordeel als ze twee putts voor een par hebben, want het percentage up and downs is laag: binnen de 45 meter heeft een 15-handicapper gemiddeld nog 2,78 slagen nodig om uit te holen. Ook slaan ze maar vier greens in regulation per ronde, wat omhoogkruipt naar elf voor een scratchspeler. Je GIR-prestaties begrijpen geeft je een duidelijk beeld van waar je staat in deze belangrijke statistiek, plus een basislijn van waaruit je verbeteringen kunt bijhouden. Als je maar één ding bijhoudt, laat het dan je GIR's zijn.
2. Up and downs per club
Als je weet welke club je de beste kans geeft op een up and down, dan kun je 'm vaker gaan gebruiken en beter gaan scoren. Een speler met handicap 20 maakt met een lob wedge gemiddeld 18 procent van zijn up and downs, tegen 34 procent met een ijzer 9 en 66 procent met de putter. Dat is een groot verschil, zelfs als je er rekening mee houdt dat de situatie met een putter wellicht eenvoudiger is. Je ziet hier trouwens een trend: hoe lager de loft, des te groter de kans op een up and down. Hou je eigen data bij om te weten wat jouw meest succesvolle wapen is in de tas.
Binnen de 45 meter krijgt een 5-handicapper de bal met een ijzer 9 twee keer zo dicht bij de hole als met een lob wedge (3,6 tegen 7,2 meter).
3. Missers van de tee
Een 15-handicapper vindt ongeveer 47 procent van de fairways. Dat is goed nieuws. Maar hoe zit het met die andere gevallen? Als we weten waar we de fairway meestal missen, kunnen we wisselen van club of een andere lijn kiezen om grote problemen van de tee te voorkomen. De data laten op bijna alle niveaus een redelijk gelijkmatige verdeling zien, waarbij een speler met handicap 15 in 24 procent van de gevallen links mist en 25 procent rechts. In dit geval is het dus essentieel om uit te vinden waar jij je drives meestal mist. Let ook op de potentieel schadelijke 'two-way-miss' naar beide kanten, en ga met je teaching pro aan de slag om dit op te lossen.
4. Putts binnen twee meter
Een speler met handicap 15 mist 7 procent van zijn putts binnen de meter en 41 procent van één tot drie meter. Van korte afstand falen heeft grote invloed op je score, omdat het naast de gemiste korte putt ook de lange putt daarvoor beïnvloedt: die is vaak voorzichtig omdat de speler het idee heeft dat hij de bal dood naast de hole moet leggen om een drieputt te voorkomen. Over alle handicapniveaus blijft 55 procent van de gemiste putts te kort. Ben je beter in korte putts, dan heb je meer vertrouwen en durf je aanvallender te putten. Nogmaals: hou je eigen statistieken bij om te kijken wat je kunt verbeteren aan deze belangrijke parameter.
- Adobe Stock