Gemiddeld winnen long hitters bijna een halve slag ten opzichte van golfers die minder ver slaan.
We kunnen ons voorstellen dat het leuk is om te spelen met golfers van ongeveer je eigen niveau. Maar ook dat niet iedereen in de flight zijn drive even ver slaat. Misschien ben jij veel langer van de tee, of liggen de anderen juist beduidend verder na hun drives. Hoe dan ook, het feit dat spelers met een verschillend 'powerniveau' dezelfde handicap hebben, roept vragen op. Waar compenseert de speler die minder ver slaat zijn gebrek aan lengte? Is de long hitter uiteindelijk toch in het voordeel, al zijn de handicaps gelijk? En als dat zo is, hoeveel verschil maakt die extra lengte dan? We gingen op zoek naar de antwoorden in de data van Shot Scope.
1. Vuurkracht
Om achter het voordeel van afstand te komen, vergelijken we twee golfers met dezelfde handicap maar een groot verschil in power. In de handicapcategorie 1-5 is de gemiddelde afstand van de tee (grote uitschieters buiten beschouwing gelaten) 246 meter. Maar we duiken dieper in de data en vergelijken de prestaties van een golfer in deze categorie die 20 meter verder slaat dan dit gemiddelde (265 meter) met die van een speler die gemiddeld 20 meter korter is (228 meter). De resultaten zullen aantonen hoeveel voordeel de sterkere speler heeft van die extra vuurkracht.
2. Score tegen par
Uiteindelijk wint de long hitter bijna een halve slag per ronde op de speler die minder ver slaat, met 4,6 tegen 5 slagen boven par. Op de par-4's zien we maar een bescheiden voordeel, maar op de par-5's weet hij een par te maken, terwijl de speler met minder power hier 0,13 slagen inlevert. Op de par-3's – een logische neutralisator van kracht – weet de kortere speler terrein terug te winnen: hij verliest 0,29 slagen ten opzichte van par, tegen 0,37 voor de power hitter. Dit doet vermoeden dat minder krachtige spelers compenseren door meer accuratesse met hun ijzers te ontwikkelen, evenals bij hun approaches.
Spelers die minder ver slaan, vinden 16 procent meer fairways... maar 5 procent minder greens.
3. Afstand en accuratesse
De kortere speler raakt elke ronde gemiddeld 63 procent van de fairways (8 van de 14) terwijl de long hitter niet verder dan 47 procent komt. Ook slaat de eerste de bal minder vaak out of bounds (OB): gemiddeld 0,07 keer per ronde, tegen 0,17 voor de speler die verder slaat. Het voordeel lijkt bij deze cijfers dus bij de short hitter te liggen, maar we hebben al gezien dat de long hitter uiteindelijk beter scoort, wat vraagtekens oproept over het belang van accuratesse. Dat OB-cijfer van 0,17 staat voor 1 drive elke 6 ronden, terwijl die 37 meter extra lengte potentieel 14 keer per ronde een voordeel kan zijn.
4. Approach en korte spel
De speler die minder ver slaat, vindt meer fairways maar minder greens: gemiddeld 48 procent tegen 53 procent voor de long hitter. Dit is een van de duidelijkste aanwijzingen dat kort en recht minder effectief is dan ver en scheef... al moeten we dan wel rekening houden met het aantal 'grote missers', zoals out of bounce, onspeelbare liggingen en strafslagen. Op de andere onderdelen houden deze twee spelers elkaar keurig in evenwicht: beiden noteren 0,32 slagen ten opzichte van par qua up and downs, terwijl de short hitter net wint bij slagen van 80-90 meter, die hij gemiddeld op 9 meter van de vlag slaat tegen 11 meter voor de power-speler.
- Golffile