De waarheid over greenside bunkers

We kijken naar de data van Arccos om de waarheid over bunkerspel te ontdekken en gebruiken deze om jou te helpen slimmere beslissingen te nemen.

De waarheid over greenside bunkers

Een 20-handicapper komt 9 van de 10 keer bij zijn eerste poging uit het zand, maar heeft nog steeds 3,5 slag nodig om uit te holen.

Geen enkel ander onderdeel van het spel polariseert golfers zo sterk als de greenside bunker. Aan de ene kant zien we topgolfers die de bal uit het zand standaard binnen een meter van de vlag leggen. Aan de andere kant heb je hoge handicappers die met angst en beven de bunker in stappen. Maar bestaan deze stereotypes wel? En zo ja, welke invloed hebben ze op jouw instelling, ambitie en strategie als je het zand vindt? We kijken naar de data van Arccos om de waarheid over bunkerspel te ontdekken en gebruiken deze om jou te helpen slimmere beslissingen te nemen.

Hoe vaak lig je in het zand?

Hoe vaak lig jij tijdens een rondje van achttien holes in de greenside bunker? Drie keer? Vier? Nee hoor, het valt heus mee. Een speler met handicap 20 ligt gemiddeld slechts 1,22 keer in het zand naast de green, terwijl dit bij een 10-handicapper 1,12 keer is en bij een scratch-speler 0,68 keer. Dit lage cijfer suggereert dat je niet te veel tijd in de oefenbunker moet doorbrengen, maar we weten allemaal dat zelfs één bezoekje aan het zand je scorekaart kan vernachelen. De beste aanpak is zorgen voor een redelijk basisniveau uit het zand, en de meeste oefentijd besteden aan slagen waar je vaker mee te maken krijgt.

Een scratch-speler heeft gemiddeld 3,03 slagen nodig om uit het zand de hole af te maken.

Wat doet de topspeler?

Scratch-spelers moeten uit de greenside bunker op jacht gaan naar een up-and-down, toch? In werkelijkheid hebben ze uit het zand gemiddeld nog 3,03 slagen nodig om uit te holen. Ofwel: met een 'sand save' winnen ze meer dan een slag op een veld dat volledig bestaat uit golfers met handicap 0. Accepteer dat een bunkerslag en twee putts zelfs op dit niveau een prima resultaat is. Bij scratch-spelers is de 'break even'-putt (50% kans) tussen de 1,8 en 2,7 meter lang, wat betekent dat je een heel goede bunkerslag nodig hebt (binnen de 1,5 meter) om een goede kans te hebben op een up-and-down.

Wat doet de hoge handicapper?

Golfers met handicap 20 of 25 hebben normaal gesproken 3 of 4 slagen nodig om uit de greenside bunker uit te holen (gemiddeld 3,5). Ze komen 9 van de 10 keer in één keer uit het zand, dus die 4 betekent dat ze de bal niet dicht genoeg bij de hole slaan om een 2-putt te maken. De 20-handicapper slaat zijn bal van 9 meter uit de bunker op ruim 2 meter van de hole – ruim buiten de 'break even'-afstand (een 20-handicapper maakt maar 55% van de putts tussen de 0,9 en 1,8 meter). Probeer uit de greenside bunker de bal binnen 6 meter van de hole te krijgen – een realistisch doel dat zal helpen om minder 3-putts te maken.

Wat moet jij doen?

Voor bunkerspel geldt misschien wel meer dan voor elk ander onderdeel van golf dat jouw handicap niet per se iets zegt. Je heb matige golfers die geen problemen hebben uit het zand, en goede golfers die de bunker lastig blijven vinden. De data geven misschien een solide maatstaf voor prestaties en strategie, maar er gaat niets boven het verzamelen van je eigen cijfers om te weten wat jouw niveau is uit de greenside bunker. Begin met deze statistieken: scratch-spelers moeten ernaar streven om uit het zand in 3 slagen uit te holen, 10-handicappers in 3,2 slagen en 20-handicappers in 3,55 slagen. Als jij dit niet redt, dan scoren spelers van jouw niveau beter dan jij.