Uit Golfers Magazine: Speedgolf

Traag spel is een van de grote gevaren voor de golfsport. Niemand geniet van rondjes van vijf, zes uur. Al is speedgolf wel weer het andere uiterste. Golfers Magazines' Martijn Paehlig rende voor Golfers Magazine 6 een ronde over de baan om kennis te maken met deze rappe vorm van golf.
@media (max-width: 679px){#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d67380cf img{#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d67380cf img{#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d67380cf img{#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d67380cf img{#fig-62fd4d67380cf img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}speedgolf

Oké, zó gehaast moet je dus ook weer niet spelen, denk ik bij mezelf als ik mijn tweede slag op de par-4 tiende van Golfbaan Waterland rechts in de waterhindernis heb geslagen. In het zakje dat naast mijn linkervoet ligt, heb ik vanochtend vijf ballen gedaan. Maar nu ik er op mijn eerste hole, nog voor half zeven 's ochtends, al eentje heb weggeslagen, realiseer ik me dat ook bij speedgolf haastige spoed zelden goed is. Het doel bij deze vorm van golf mag dan zijn om een ronde in zo min mogelijk minuten te voltooien, maar het is meer dan alleen een rondje hardlopen over de fairways. Er moet ook nog gegolfd worden. Bij voorkeur zonder daarbij al te veel slagen te gebruiken of ballen te verliezen.

Bucketlist

Wanneer ik met hardlopen begon? Een kleine tien jaar geleden inmiddels. Noem het de eerste tekenen van een midlifecrisis, een poging nog iets van de jeugdige fitheid vast te houden. En ja, ook een poging om wat overbodige kilo's kwijt te raken. Na jaren van alleen maar golf – en dus laag intensief bewegen – viel het nog helemaal niet mee, dat hardlopen. De eerste rondjes hield ik bij wijze van spreken meer pauzes dan dat ik geholde meters aflegde, en de eerste twee kilometer zonder wandelonderbreking voelde als een ultraloop. Maar langzaam maar zeker (met de nadruk op langzaam) breidde ik het aantal kilometers uit. Twee werden er vijf, vijf werden er tien, tien kilometers werden tien Engelse mijlen, om uiteindelijk op te lopen tot een halve marathon. De aandrang om 42 kilometer hard te lopen, ook wel een marathon genoemd en een bucketlistitem voor velen, kon ik prima onderdrukken. Het idee alleen al...

En andere activiteit stond wel nadrukkelijk op mijn bucketlist. Speedgolf. Met een paar clubs in je hand in zo min mogelijk slagen en zo min mogelijk tijd negen of achttien holes spelen. De ultieme aanval op slow-play, zo je wilt. Dat moest ik een keer proberen.

Wanneer speedgolf als apart golfonderdeel begon, is niet helemaal duidelijk. Zelfs de Wikipedia-pagina zegt dat dit 'waarschijnlijk' in 1979 was, toen een voormalig hardloopkampioen rennend door de baan ging en in 29 minuten en 33 seconden tekende voor een rondje in 95 slagen. Hierbij maakte hij alleen gebruik van een ijzer-3, want ja, als je hardlopend door de baan gaat, doe je dat bij voorkeur zo licht mogelijk en dus niet met een volle set. Het mag zelfs niet eens volgens de speciale speedgolfregels, een volledige uitrusting van veertien stokken voeren. Mede daarom heeft de gemiddelde speedgolfer hooguit vier clubs bij zich en vervoert die vaak niet eens in een tas. Clubs in de hand, ballen in de broekzak, handschoen aan en gáán.

(Artikel gaat door na de advertentie)

@media (max-width: 680px){#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d6738655 img{#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{width: 624px;height: 0px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d6738655 img{#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{width: 980px;height: 0px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62fd4d6738655 img{#fig-62fd4d6738655 img.lazyloading{width: 1272px;height: 0px;}}

Hartslag 160

Voor ik ook maar één bal geslagen heb, ontdek ik al een nadeel van speedgolf. Als je bedenkt dat het wel een leuk idee is om zo’n rondje te spelen, dan zul je daar vroeg voor op moeten staan. De gemiddelde golfbaan is tegenwoordig nagenoeg de hele dag bezet, dus je zult echt de eerste starttijd van de dag moeten hebben wil je zonder oponthoud door kunnen spelen.

En dus meld ik me, na wat gemopper op mezelf toen de wekker ging, om 06.10 uur op de tiende tee van Golfbaan Waterland, waarmee ik de kans op 'voorliggers' nog wat kleiner maak. Twee stokken heb ik bij me en natuurlijk was er twijfel over de clubkeuze. Met welke club heb ik de grootste kans om greens in regulation of hooguit een slagje meer te halen, terwijl ik tegelijkertijd hindernissen ontwijk en zelfs nog hoop mag koesteren uit eventuele bunkers te blijven? Het ijzer-7 viel door gebrek aan meters af, het ijzer-4 door een te hoge moeilijkheidsgraad. Toch maar een clubje meer dan? Droeg de houder van het wereldrecord (een rondje 77 in 31 minuten) immers niet zes clubs en zijn er – volgens de Britse regels – maximaal zeven toegestaan? Of 'gewoon' putten met een ijzer en toch maar een wedge in de tas voor de bunkers en korte afstanden? Het werden het ijzer-5 en een putter, al verdwijnen die niet in een tas, maar gaan ze los in de hand mee, met een zakje ballen en een paar tees in de andere hand.

Een korte warming-up, de stopwatch ingedrukt en weg. Het enige wat ontbreekt, is een startschot zoals dat wel klinkt bij de loopevenementen waar ik regelmatig aan mee doe.

Na een prima eerste slag naar de rechterkant van de fairway zet ik het nog voor de bal stillegt op een sprinten. Usain Bolt zou er niet van onder de indruk zijn, maar nauwelijks dertig seconden later sta ik hijgend alweer klaar om de volgende bal te slaan. Die dus prompt in het water verdwijnt.

Speedgolf is meer dan alleen slaan en zo hard mogelijk rennen. De kunst is om precies voldoende tijd te nemen om een min of meer normale voorbereiding te kunnen doen – target kiezen, set-up innemen, rustig swingen – waarbij je je hartslag ook enigszins kunt laten zakken. Een goede swing maken terwijl je hartslag de 160 aantikt, je hoog in je adem zit, en je je benen vol voelt lopen… nee, dat werkt niet, zo merk ik al snel.

Op de par-3 elfde kan ik de net geleerde les al in praktijk brengen. Na de bogey en lost ball op de openingshole speel ik mijn ijzer-5 bewust wat links van de green om de bunkers uit het spel te halen, speel ik een chip-and-run tot op twee meter en hole ik de bal uit voor een par. Makkelijk hoor, dat speedgolf.

(Artikel gaat door onder de advertentie

Nog geen abonnee van Golfers Magazine? Ga hierheen en profiteer van een van onze aanbiedingen.

Koffie?

Speedgolf is niet alleen iets wat voor de lol door verdwaalde hardlopers wordt gespeeld. Het staat vaak op het programma bij lustrumwedstrijden, er is een Nederlandse website (www.speedgolf.nl) met grootse plannen, en er worden wereldwijd speedgolfevenementen georganiseerd.

Daar moest ik maar niet aan meedoen, bedenk ik twee holes later als ik – recht tegen de opkomende zon in spelend ‒ een bal kwijtraak pal naast de fairway (dubbel bogey). Een hole later leg ik lafjes op uit vrees de sloot vlak voor de green van de par-3 dertiende niet te gaan halen bij mijn derde slag. De par-4 veertiende is daarentegen weer heel goed voor het gemoed. Waar ik tijdens een normale ronde nog wel eens met een driver en te grote ambities op deze tee sta, haal ik met twee rustige klappen de green om twee putts later met een easy par van de green te lopen.

Nou ja, lopen? Het tempo zit er nog aardig in. Opnieuw, Usain Bolt, Gerard Nijboer of welke andere geoefende loper dan ook zou er zijn neus voor ophalen, maar met 6 minuten en 19 seconden over de tweede golf- en loopkilometer, en met twee parren op de kaart, maak ik me op voor de lange weg terug naar het clubhuis.

Na een bogey op de par-5 vijftiende, met een approach van negentig meter tot op vier meter, een par op de par-3 zestiende met een kort gegript ijzer, en een bogey op de par-3 zeventiende waar ik normaal gesproken een ijzer-4 voor uit de tas haal, loop ik tegen de heuvel van de hooggelegen green op. Het doet overal pijn en mijn hartslag – zo zie ik later – loopt nog iets verder op, net voorbij de 170, als ik de tee van de par-5 achttiende op ren.

Een kleine vijfhonderd meter verderop zie ik dat de greenkeepers hun loods verlaten om de baan klaar te maken voor de dag. Ook draait de eerste auto met gewone golfers het parkeerterrein op. Nog één keer zet ik aan. Drie volle slagen, een poging tot een wedgeslag en twee putts later druk ik de stopwatch in.

28 minuten en 40 seconden na de eerste afslag haal ik na in totaal 44 slagen mijn bal uit de hole. Het is nog nauwelijks tien voor zeven. Zou ik al koffie kunnen krijgen?

Laatste nieuws