Uit Golfers Magazine: Wachten op winst -2

Een Nederlandse nabrander op het gisteren gepubliceerde verhaal uit Golfers Magazine 8
@media (max-width: 679px){#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62f9eb0b9d16e img{#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62f9eb0b9d16e img{#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62f9eb0b9d16e img{#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-62f9eb0b9d16e img{#fig-62f9eb0b9d16e img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}wachten

Nederlands net niet

In het boek De honderd edities van het Dutch Open* staat beschreven hoe Gerard de Wit, een van de beste Nederlandse spelers ooit, elk jaar wachtte op de kans om dit toernooi te winnen.

‘Een van de allerbeste spelers in de Nederlandse golfhistorie won het Open nimmer. Wel werd hij vijf keer tweede. Zijn grootste teleurstelling: twee opeenvolgende play-offs, in 1954 en in 1955.

Ieder die de wedstrijd om het Int. Open kampioenschap op de baan van de Haagsche Golf & Country Club heeft gevolgd en een goed begrip heeft van het spel, zal het met mij eens zijn dat ‒ zonder Grappasonni tekort te doen ‒ een overwinning voor Gerard de Wit evenzeer verdiend zou zijn geweest; verdiend om zijn prachtig en regelmatig goed spel onder de ongunstigste weersomstandigheden’, zo was de conclusie van de verslaggever.

In 1954 viel de beslissing op de Haagsche pas op de 109de hole, toen een putt van de Nederlander op de rand bleef liggen. Ugo Grappasonni maakte een birdie-4, De Wit een par.

109de hole? Het was in die tijd de gewoonte om bij een gelijke stand na vier ronden daags erna een play-off over 36 holes te spelen. Gerard de Wit holede overigens op de allerlaatste reguliere hole een putt van vier meter om de verlenging af te dwingen.

Grappasonni en De Wit speelden die extra twee ronden in 154 slagen. De Wit verspeelde in de middagronde een voorsprong van vier slagen. En dus moest men overgaan op sudden death, een tot dan toe onbekend begrip in het Nederlandse golf.

Twaalf maanden later overkwam het De Wit opnieuw: in eigen land in het zicht van de haven stranden. Maakte hij in 1954 op de Haagsche in de vierde ronde een achterstand van twee strokes goed op een Italiaan om in een play-off te komen, nu moest hij op de Kennemer een marge van zelfs vier slagen verdedigen tegen alweer een Italiaan: Alfonso Angelini. De man uit de Piemonte legde de lat hoog. Hij speelde de slotronde in 67 slagen ‒ een nieuw baanrecord ‒ voor een totaal van 280. Dat was te veel gevraagd voor De Wit. Hij had aan een 70 voldoende gehad voor de felbegeerde zege, maar op de 72ste hole gleed een putt van een meter voor die score langs de hole.

De Wit keek daar jaren later in het boek Leer Golf met Gerard de Wit op terug: 'Het was de laatste hole. Een korte putt: die moest erin! In de verte hoorde ik het Zandvoortse trammetje aankomen. Ik wist, bij de kruising gaat dat ding fluiten. Vlug erin... ernaast!'

'Dat betekende overspelen', constateerde de verslaggever van het Maandblad Golf nuchter. En weer moest De Wit zijn meerdere erkennen in een Italiaan. Na 36 extra holes was het verschil zegge en schrijve één slag.

Laatste nieuws