Uit Golfers Magazine: Wachten op winnen

Goed zijn alleen is niet altijd goed genoeg om te winnen. Geduld en een portie geluk zijn minstens zo belangrijk, schreef Jan Kees van der Velden voor een verhaal in Golfers Magazine 8.
@media (max-width: 679px){#fig-61f12291417bc img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61f12291417bc img{#fig-61f12291417bc img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-61f12291417bc img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61f12291417bc img{#fig-61f12291417bc img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-61f12291417bc img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61f12291417bc img{#fig-61f12291417bc img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-61f12291417bc img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61f12291417bc img{#fig-61f12291417bc img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}wachten

Lanny Wadkins was vooral in de jaren zeventig en tachtig een van de betere spelers van de PGA Tour. Hij won 21 keer, waaronder het PGA Championship, speelde in acht Ryder Cups en was in 1995 ‒ verliezend ‒ captain van Team USA.

De nu 71-jarige Wadkins heeft een jongere broer, ook een uitstekend speler. Met één maar: in 715 toernooien won Bobby Wadkins geen enkele wedstrijd op het hoogste niveau. Wel in Europa en Japan en later ook op de Amerikaanse Senior Tour, maar nooit waar het in golf echt om gaat: winnaar zijn op de PGA Tour. Jaar in, jaar uit, van 1974 tot en met 2007, wachtte Bobby Wadkins op het succes. Soms berustend ‒ en publique ‒ en soms opstandig ‒ thuis ‒ en misschien wel wanhopig. Zeker als je een broer hebt die in de Hall of Fame is gekozen.

Bobby Wadkins is geen uitzondering. Tal van spelers en speelsters hebben niet gekregen waar zij op basis van hun talent en doorzettingsvermogen recht op meenden te hebben. Neem Arnold Palmer, die het PGA Championship nooit kon winnen. Hij deed 37 keer mee, werd drie keer derde, maar de Wanamaker Trophy heeft nooit op de schoorsteenmantel van The King gestaan. En dus staat hij niet in het rijtje Gene Sarazen-Ben Hogan-Gary Player-Jack Nicklaus-Tiger Woods, ofwel winnaars van de Career Grand Slam.

Je weet nooit wat het lot je toebedeelt. Er zijn ook spelers die Majors wonnen en van wie je je in gemoede afvraagt hoe dat in hemelsnaam mogelijk was. Zo werd hetzelfde PGA Championship deze eeuw wel gewonnen door Rich Beem en Shaun Micheel. Zij verbaasden de golfwereld met hun zeges in 2002 en 2003. Beem heeft nog wel twee andere zeges op de PGA Tour op zijn resumé staan, maar voor Micheel is de zege in het PGA Championship zijn enige succes.

(Artikel gaat door onder de advertentie)

Wanhoop

Die successen van Micheel en Beem moeten een man als Lee Westwood toch stilletjes tot wanhoop hebben gedreven. Op zich is er helemaal niets mis met de carrière van de Engelsman, die met 25 zeges achtste staat op de erelijst van de Europese Tour. Maar er zitten geen Majors tussen.

Vanaf The Open van 1995 deed Westwood aan 88 Majors mee. Hij werd drie keer tweede, zes keer derde, eindigde twaalf keer in de top 5 en negentien keer in de top 10. Hij was goed genoeg om zeker drie Majors te winnen. Maar het was op beslissende momenten altijd de putter die hem in de steek liet.

Westwood is nu 48. De biologische klok begint steeds harder te tikken, al moet de Engelsman moed putten uit het feit dat Phil Mickelson in mei van dit jaar met vijftig jaar de oudste Major-winnaar ooit werd door op Kiawah Island het PGA Championship te winnen.

Demonen

Maar Mickelson heeft weer zijn eigen demonen op zolder. Net als Arnold Palmer heeft hij geen Career Grand Slam kunnen veroveren. De reden? Zijn falen tijdens het U.S. Open. Zes keer werd hij tweede ‒ met de editie van 2006 op Winged Foot als dieptepunt. Een par op de 72ste hole was voldoende voor de felbegeerde zege. Maar na een totaal mislukt teeshot maakte hij een double bogey en werd tweede ‒ op één slag van kampioen Geoff Ogilvy.

Natuurlijk, Mickelson kan in juni 2022 op The Country Club bij Boston de ban breken, maar zijn resultaten in de laatste drie U.S. Opens geven weinig reden tot optimisme: 52-mc-62.

Roze olifant

Iedere sportpsycholoog ‒ al dan niet afgestudeerd ‒ kan je vertellen dat je in het hier en nu moet blijven. Dat je niet vooruit moet denken. En dat je ook niet moet denken aan wat er al is gebeurd. Want of het nu goed of slecht was: je kunt het verleden toch niet meer veranderen.

Nee, je mag niet aan de roze olifant denken. Geen wonder dat veel spelers aan de vooravond van een belangrijk toernooi grossieren in clichés: ‘Als het gebeurt, dan gebeurt het.’; ‘Ik concentreer mij vooral op mijn spel, op het proces. Ik ben niet bezig met het eindresultaat.’; ‘Het enige waar ik invloed op heb, is mijn eigen bal. Niet op die van anderen.’

Wat het mentale aspect betreft, is golf een lastige sport. Voor de amateur, die weet dat een par op de laatste hole hem de Maandbeker gaat opleveren. Op topniveau is golf soms welhaast onmenselijk. Elke week staan er 155 tegenstanders om je heen die hetzelfde willen: winnen. En hoe groter de taak, hoe groter de mogelijke blokkades. Voeg daar onmiddellijk bij: hoe langer de negatieve reeks, hoe lastiger het wordt om succesvol te zijn.

(Artikel gaat onder de advertentie verder)

Sprookjes bestaan

Maar in sport, en zeker in golf, zijn sprookjes mogelijk. Zoals die in de zomer van 2018 van de man die in zijn 285ste wedstrijd op de Europese Tour in Hamburg in het Porsche Europees Open zijn eerste zege behaalde: de 39-jarige Richard McEvoy. Hij had er al een paar keer aan gedacht om te stoppen. ‘Ik heb het daar met mijn vrouw en goede vrienden over gehad’, zei hij een paar weken na zijn onverwachte zege. ‘Golf is zo'n wispelturig spel, waar je schitterende weken en geweldige jaren kent. En dan begint het seizoen erna met hoge verwachtingen en word je meteen met beide voeten teruggezet op aarde. Het niveau op de Europese Tour is zo hoog… als je niet je beste golf speelt, is het erg moeilijk om met de anderen te concurreren. Voor Hamburg heb ik er een paar keer aan gedacht om te stoppen, om het op te geven en naar andere opties te kijken. Als je een gezin hebt, doe je dat soort dingen.’

Bijna hetzelfde overkwam Paul Waring een maand later in Zweden. De toen net 38 geworden Engelsman was een talentvolle amateur, maar zijn professionele carrière werd gekenmerkt door tal van blessures. En toen, in zijn tweehonderdste toernooi, was het toch opeens raak.

Landgenoot Richard Bland ‘deed het’ dit jaar op The Belfry, in zijn 478ste toernooi van de Europese Tour. Het werd op de parkbaan bij Birmingham een buitengewoon emotionele aangelegenheid, niet in de laatste plaats omdat het tv-interview werd gedaan door Sky’s verslaggever Tim Barter, tevens Blands swingcoach. Zelden zowel de speler als de interviewer met tranen in de ogen zien staan.

Nieuw slachtoffer

Zodra iemand van een mentale last is verlost, valt er een nieuw slachtoffer te betreuren. Een andere speler die de last van langst wachtende op een zege met zich mee mag dragen. Zijn naam? David Drysdale, 46 jaar oud en woonachtig in het Schotse Cockburnspath, ten oosten van Edinburgh. Drysdale moest tien keer naar de Qualifying School, maar sinds 2009 speelt hij jaar in, jaar uit op het hoogste niveau. Soms redde hij zijn kaart aan het einde van het seizoen ruimschoots, soms maar nét. Half september 2021 had hij in totaal 5,9 miljoen bij elkaar gespeeld, maar hij heeft een goed slot van het jaar nodig om zijn volle speelrecht te behouden.

Drysdale heeft altijd zijn eega Victoria aan zijn zijde. Zij is zijn caddie, reisleider, verzorger en mentaal begeleider. Ze is ontstellend vriendelijk, maar toen Air France een paar jaar geleden Davids tas kwijtraakte, scheurde zij de Fransen op Twitter aan stukken.

Het begin september gespeelde BMW PGA Championship was zijn 535ste toernooi van de Europese Tour. Hij werd vier keer tweede, vijf keer derde en behaalde 28 andere top 10-plaatsen.

In maart 2020, vlak voor de wereldwijde lockdown, speelde Drysdale het Qatar Masters. Net als Jorge Campillo eindigde hij op de baan van Education City op dertien onder. Het werd een bloedstollende play-off, die Drysdale net zo goed in zijn voordeel had kunnen beslissen. Maar de Spanjaard trok op de vijfde extra hole aan het langste eind. Overigens won Campillo in Qatar voor de tweede keer op de Europese Tour. Hij pakte zijn eerste zege in wedstrijd nummer tweehonderd.

‘Ja, ik heb mijn kansen gehad’, zei David Drysdale in de zomer van 2020, een paar maanden na het drama in Qatar. ‘Je moet extreem goed spelen ‒ en extreem goed putten ‒ om tegenwoordig zelfs maar aan de overwinning te ruiken, omdat het niveau van iedereen op de Europese Tour zo hoog is. Ik ben drie keer tweede geworden. Dus ja, een paar close calls. Geluk heeft er ook mee te maken. Ik heb een paar gekke dingen meegemaakt, zoals jongens die in de slotfase putts van twintig meter holen. Maar uiteindelijk moet je jezelf gewoon kansen blijven geven.’

Zo’n man gun je gewoon een zege, maar zo zit de harde wereld van topgolf helaas niet in elkaar.

Laatste nieuws