Wat zijn dat voor vragen?

Golfers Magazine zette de lezer op de stoel van de interviewer en dat leverde bijzondere vragen op voor Joost Luiten, die - zoals we hem kennen - geen blad voor de mond nam, maar zich in Golfers Magazine 7 wel afvroeg: 'Wat zijn dat voor vragen?'
joost luiten

Jarno Dankers: Wat is de beste golfer aller tijden en waarom?

‘In mijn ogen is dat Tiger Woods, zonder meer. Er zullen vast ook mensen zijn die zeggen dat het Jack Nicklaus is, mede omdat hij meer Majors heeft gewonnen, maar het veld is zo veel dieper nu, dat is denk ik niet te vergelijken. Daarbij keek ik ook als kind al tegen Tiger op. Ik heb nog nooit met hem gespeeld, maar als hij op de puttinggreen of drivingrange is, voel je meteen dat de sfeer anders wordt. Als Rory naast me staat op de drivingrange, of iemand als Koepka, blijft iedereen gewoon zijn ding doen, maar bij Tiger ga je toch even staan kijken, dat zie je bij heel veel gasten. Ik heb zelfs een handtekening van hem! Ik deed een keer een demonstratie met Jack Nicklaus en had van hem al een handtekening op een vlag van The Memorial. Daar heb ik toen die van Tiger bij laten zetten. Al moet ik toegeven dat ik het wel door mijn toenmalige caddie heb laten vragen.’

Jaden Moerenhout: Wat vind jij het mooiste Major?

‘The Masters, zonder meer. Omdat het altijd op dezelfde baan wordt gespeeld. Om al die tradities. Omdat je precies weet wat waar is gebeurd. Vanaf die plek sloeg Bubba die hook om te winnen. Tiger maakte up-and-down van daar of daar. Dat heeft The Open veel minder, omdat het op verschillende banen wordt gespeeld. Het was ook het enige toernooi waar ik als kleine jongen voor op mocht blijven. Ook dat zijn bijzondere herinneringen. En daarbij denk ik dat groen me heel goed staat.’

Paul Roman: Wat laat jij op het menu van het Championship-diner zetten als jij The Masters wint?

‘Dat diner is een van die dingen die The Masters tot zo'n bijzonder toernooi maakt. Dat heeft geen enkel ander toernooi. Wat ik op het menu zou zetten? Goede vraag. Zeker iets Nederlands. Geen zuurkool of spruitjes, maar bloemkool met aardappelen, denk ik. Een goed stuk vlees ook. Ik ben een echte vleesliefhebber. En cheesecake toe. Daar ben ik echt dol op. Ik heb nu al zin in het dessert!’

Fred Pals: Bij het U.S. Open op Chambers Bay in 2015 stond je T-5 na 36 holes met twee rondjes 68-69. Is er toen wel eens door je hoofd geschoten dat je hem kon winnen of is dat veel te vroeg na twee dagen?

‘Je weet dat je er goed voorstaat. Er verandert ook wat als je in die positie het weekend in gaat. Maar of het een Major is of een ander toernooi, dat maakt op zich niets uit. Ik kan me niet herinneren of ik daar toen extra gedachtes bij had. Net als elke week moet je de eerste twee dagen proberen jezelf in positie te spelen, om het daarna in het weekend door te trekken. Dat is toen niet gelukt. Maar het was wel een heel leerzame ervaring, in een Major zo kort staan.’

Marjan van Bergen: Wie zijn de leukste en wie zijn de minst leuke spelers om mee te spelen, qua persoonlijkheid?

‘Mijn vrienden op de Tour zijn Bernd Wiesberger, Chris Wood en David Horsey. Samen eten, samen oefenrondes spelen, elkaar een beetje opnaaien. Mannen onder elkaar. Ik heb een stuk minder met Alvaro Quiros. Die hoor je van drie kilometer afstand al praten, houdt nooit zijn mond en is erg aanwezig. Als je met hem speelt, geeft hij heel nadrukkelijk commentaar op zijn eigen ballen. Daar zit ik niet altijd op te wachten. Als ik zie dat ik met hem ben ingedeeld, mag Maarten (zijn caddie Maarten Bosch, red.) de oordopjes meenemen. Maar verder maakt het me eerlijk gezegd niet zo veel uit. De ene dag is je groep leuker dan de andere dag, zo is dat nu eenmaal.’

Ingeborg Slikker: Wat heb je veranderd om geen problemen (meer) te hebben met het slow play-beleid van de Europese Tour?

‘Ik heb daar zeker problemen mee gehad. Ik had moeite om de trigger over te halen, eigenlijk wat Sergio García ook een tijd heeft gehad. Als amateur was ik ook niet snel. Vandaar dat Ingeborg, die ik natuurlijk nog ken als referee, die vraag stelt. Op de Tour ben ik op een gegeven moment apart genomen door Andy McFee, en toen hebben we er uitgebreid over gesproken. Als je langzaam speelt, krijg je boetes. Maar daar is het de Tour natuurlijk niet om te doen. Hij vroeg me op de man af waarom ik deed wat ik deed en wat we eraan konden veranderen. Hij adviseerde me dringend mijn routines te veranderen, en dat is toen ook gebeurd. Je bent een paar maanden bezig om zoiets aan te passen, maar het is zeker de moeite waard geweest. Als ik nu een referee zie, denk ik niet meteen dat hij voor mij komt.’

Edwin Buis: Wat is je favoriete Netflix-serie?

‘Series als Prison Break, 24 en White Lines mag ik graag kijken. Maar een populaire serie als Breaking Bad vond ik dan weer veel te traag. Dan haak ik af. De afgelopen maanden heb ik eigenlijk geen series gekeken. Als ik in Nederland ben, kijk ik het liefst gewoon Nederlandse tv, talkshows en zo. En aangezien ik vanaf maart tot half juli thuis heb gezeten, is er van series kijken een tijdje weinig terechtgekomen.’

Robert Versteeg: Wat zijn je sterke en wat je minder sterke spelonderdelen, en train je daar dan ook meer op?

‘Ik denk dat de meeste mensen wel weten dat ik een van de betere ballstrikers ben van tee tot green. Ik ben niet de langste, maar raak veel fairways en greens. Iets minder ben ik op van die tight lies rond de greens, daar voel ik me minder bij op mijn gemak. De vraag is alleen of je daar dan al je aandacht op moet richten. De laatste tijd hoor je steeds meer mensen juist zeggen van niet: je komt maar af en toe in die situatie en je bent er niet zo bedreven in, moet je daar dan zo veel tijd in investeren? Nog los van het feit dat dat eigenlijk best negatieve energie is, kun je veel beter nóg beter maken wat al goed is, waardoor je nóg minder in die situatie komt. Uiteindelijk ga je daar beter mee scoren. Dat geldt voor ons en ik denk ook wel voor de meeste clubgolfers.’

Boudewijn Meijer: Aan wat voor eigenschappen moet een trainer voldoen om met hem of haar in zee te gaan? Zijn het bepaalde karaktereigenschappen die een rol spelen bij die keuze? En wat zouden selectiecriteria moeten zijn van recreatieve spelers als ze met een pro aan de slag gaan?

‘Daarvoor geldt een beetje hetzelfde als voor een caddie: er moet in de eerste plaats een klik zijn. Hij moet dingen aandragen, verbeterpunten opmerken, maar je moet elkaar vooral begrijpen. Met Phil (Allen, red.) heb ik aan een half woord genoeg, we werken al zó lang samen. Hij kent me door en door, en dat is andersom niet anders. Dat werkt prettig. Voor amateurs geldt in feite hetzelfde. Als je een uur les hebt geboekt en de pro staat maar wat ongeïnteresseerd om zich heen te kijken, of je moet steeds vragen wat hij of zij eigenlijk bedoelt, dan schiet dat niet op natuurlijk. Ik denk dat je niet alleen iemand nodig hebt die je technisch kan ondersteunen, maar ook iemand die je plezier in het spel geeft. Als je beter wordt, wordt het vanzelf leuker, maar zoek vooral een pro waar je je goed bij voelt.’

Len Schools: Waarom heeft Nederland nog nooit een top-10 speler afgeleverd?

‘In Nederland denken veel mensen dat je zomaar even de top-10 in wandelt, maar dat gaat echt niet zo gemakkelijk in een mondiale sport als golf. Kijk ter vergelijking ook bij tennis. Daar is de laatste man Krajicek geweest? En nu bij de dames Bertens? We zijn maar een klein golflandje, en de top van de wereldranglijst wordt door de jaren heen vooral gedomineerd door Amerikanen, Engelsen en Zuid-Afrikanen. Natuurlijk zou ik er zelf nog kunnen komen, waarom niet? Ik ben heel dicht bij de top-25 geweest en als je vanuit die positie één keer wint, dan sta je zo in de top-10. Als ik de vorm en de constantheid van een paar jaar geleden kan terugvinden, dan zie ik zeker nog mogelijkheden. Maar als je op langere termijn Nederlandse spelers op dat niveau wilt krijgen, zullen we vooral moeten zorgen voor een grotere kweekvijver om uit te kunnen vissen.’

Didi Hofman: Heeft Anne van Dam het in zich om de wereldtop te halen?

‘Absoluut. Anne van Dam heeft álle kwaliteiten om bij de dames in de top-10 te spelen. En op de meeste dames heeft ze ook nog eens haar enorme kracht voor. Golf is steeds meer een power-game geworden, zeker bij de mannen. Maar ook bij de vrouwen kun je er enorm je voordeel mee doen. Als ze dat nog meer weet uit te buiten, kan ze nog heel veel winst boeken.’

@MarcoNJT: Hang jij nu ook extra vaak aan de gewichten nu je Bryson DeChambeau gigantische lengtes ziet slaan? Dit is toch haast niet meer te compenseren met ijzersterk kort spel?

‘Laat ik eerst zeggen dat het wel heel extreem is wat hij heeft gedaan. Hij heeft nu een paar toernooien gespeeld en deed dat zeker niet slecht, maar of dit de toekomst is? Je moet ook maar afwachten wat dit op de wat langere termijn met zijn lichaam doet. Over twee jaar, over vijf jaar? Hij vraagt wel heel veel van zijn lichaam. Ik denk dat dit voor 99% van de golfers niet werkt. Als ik dit zou doen, weet ik zeker dat ik na een paar maanden geblesseerd thuis zit. Ik begin er dus niet aan. Maar het is wel interessant om te volgen. DeChambeau doet tenslotte niets zomaar.’

Amanda Westenbrink: Op welke banen moet ik echt gespeeld hebben?

‘Oef, dat is zó moeilijk te zeggen! Er zijn zo veel mooie banen op de wereld. Leopard Creek in Zuid-Afrika, pal tegen het Kruger Park. Wat je daar aan wild langs de baan ziet, is zo bijzonder. Dat vergeet je nooit. Maar ook een baan als Sentosa in Singapore vind ik geweldig. Die ligt midden in de haven en overal zie je enorme kranen en olietankers om je heen. In Caracas heb ik als amateur gespeeld en als je daar een hook sloeg, sloeg je hem zo bij de McDonald’s naar binnen. Het zijn totaal verschillende banen, en het is maar net waar je van houdt. Maar het is een van de dingen die golf zo mooi maakt: dat je elke keer op een andere plaats komt en iets heel anders voorgeschoteld krijgt. Er is geen sport die dat zo heeft.’

Bernard Oldenhof: Ik ben benieuwd of de shafts in je clubs spine aligned zijn afgesteld en gemonteerd. Ik hoor dat graag eens. Je hoort weinig over dit aspect.

‘Daar kan ik heel kort over zijn: dat zijn ze niet. Waarom niet? De tourreps zeggen eigenlijk allemaal dat het onzin is. Als het al wat oplevert, dan is dat zo marginaal dat het de moeite niet loont. Ik weet dat er jongens zijn die er wel in geloven, en dan moet je het vooral doen. Maar als de specialisten zeggen “laat maar”, dan ga ik er niet aan beginnen.’

Finn van Someren: Ben je bijgelovig?

‘Nee, daar heb ik niets mee. Ik ben wel van de routines, dezelfde dingen doen. Maar een bepaalde onderbroek, een lucky marker of wat dan ook, daar heb ik niets mee. Omdat het niet werkt. Maar ook omdat, als je er wel mee begint, het einde zoek is. Mijn oranje shirt voor de zondag heeft ook niets met bijgeloof te maken. Ik vind het leuk, ik heb gemerkt dat Nederlandse fans het leuk vinden en het is herkenbaar, daarom doe ik het. Maar als ik mijn shirt een keer vergeten ben, dan doe ik gewoon een andere kleur aan en zal ik geen seconde denken: daar gaat mijn score.’

Dirk Franken: Nederlanders praten niet graag over geld, maar willen er alles over weten. Je heb best goed verdiend de voorbije jaren. Wat doe je met dat geld?

‘Ik heb net een heel mooi huis gekocht. En ik hou van mooie auto's. Ik heb een heel leuke en lieve vriendin, maar die is ook best duur. Daarnaast vind ik het fijn om af en toe gewoon wat leuks te doen met mijn geld. Daar denkt niet iedereen in Nederland hetzelfde over, maar ik doe en laat er ontzettend veel voor om topsporter te zijn en dan vind ik dat je jezelf wel af en toe mag verwennen. Al ben ik natuurlijk ook met de toekomst bezig en doe ik hier en daar wat investeringen. Ik heb geen idee hoelang mijn loopbaan nog duurt. Die kan nog jaren duren, maar ik kan ook morgen van de trap vallen. Dan kun je maar beter weten hoe je dan verder moet.’

Jarno Dankers: Hebben jij en je vriendin een kinderwens?

‘Jazeker. De honden zijn geen oefenkinderen, maar daar hebben we er inmiddels ook twee van. Ik heb altijd gezegd dat als ik er de ruimte voor zou hebben, dat ik dan een grote hond zou willen. Bunker is nu vijf maanden oud, maar weegt al dertig kilo. De ouders van mijn vriendin hadden vroeger honden die Birdie en Bogey heetten, dus wij zochten ook naar zo’n soort naam, iets anders dan anders. Ik vond Flugel wel leuk, zij Bumper. Op een keer had ik Maarten aan de telefoon en zei ik waar we tussen twijfelden. Hij verstond niet Bumper maar Bunker en riep enthousiast dat dat het moest worden. Dat vonden wij toen ook. Als hij hoort dat hij de naam eigenlijk verzonnen heeft, krijgt hij vast weer praatjes.’

Jan Smeets: Hoelang wil je nog doorgaan met golf – als je gezond blijft ‒ en wat wil je daarna gaan doen?

‘Ik denk niet dat ik op mijn vijftigste nog zal spelen. Ik hoop het wel, maar ik blijf denk ik alleen spelen zolang ik met de besten mee kan. Dat is voor mij een belangrijke motivatie om er al die tijd in te stoppen, om altijd onderweg te zijn. Ik wil presteren en resultaten halen. Na mijn loopbaan zie ik voor mezelf wel een rol als coach of begeleider van jonge kinderen. Ik heb natuurlijk veel ervaring opgedaan, heb geleerd wat je wel en niet moet doen als je het wilt maken. Dat kan via mijn foundation – al is dat zeker niet het doel daarvan, dat is echt om kinderen kennis te laten maken met golf – maar ook op andere manieren. De vijver waar we in vissen moet groter worden. De kans dat een nieuwe Tiger Woods of Joost Luiten zich dan aandient, zou voor het Nederlandse golf natuurlijk alleen maar goed zijn.’


Dit interview stond eerder in Golfers Magazine 7. Nog geen abonnement? Sluit dat dan hier af.

Laatste nieuws