Bitter covid-menu voor golf

De tweede golf van het covid-19 virus die Nederland hard aan het treffen is, heeft de nodige gevolgen voor de sportwereld. Voor de meeste clubs, verenigingen en commerciële accommodaties zijn de maatregelen van de overheid bitter, maar wel duidelijk. Maar van golf snappen het Rijk, de Veiligheidsregio’s en veel gemeenten niet veel.
Horeca golf

Er kan in ons land nog altijd gesport worden – met inachtneming van een aantal regels, al is het vanaf 29 september 18.00 uur niet toegestaan om publiek toe te laten bij professionele en amateurwedstrijden.
Maar ook: “Vanaf 29 september 18.00 is het verboden bij of in sport- en fitnessgelegenheden een eet- en drinkgelegenheid of een daarbij behorend buitenterras geopend te houden voor publiek”.
Deze regel is voor het gros van de sportclubs duidelijk. En dan hebben we het vooral over de kantines van de hockey- en voetbalclubs. Het overgrote deel van deze in totaal ongeveer 2.750 verengingen draait door en op de inzet van vrijwilligers. Er is daar zeker geen sprake van professionele horeca.
In golf is dat echter bijna altijd anders. Daar wordt op de meeste banen wel horeca door eigenaren en pachters geëxploiteerd. Horeca die in veel gevallen ook open is voor bezoekers van buiten de baan. Hanteer je de recente voorschriften van de overheid, dan moet de horeca in de clubhuizen echter ook helemaal dicht.
En dat gebeurt ook in veel gevallen. Veiligheidsregio’s en gemeenten handelen echter niet consequent – en komen soms op hun beslissingen terug. En dat terwijl het Ministerie van VWS zegt geen uitzonderingen te willen toestaan.
Die lappendeken aan opinies, maatregelen en uitzonderingen is op zijn zachts gezegd verwarrend en in feite ook een afspiegeling van het covid-19 beleid in dit land: er is geen centrale regie. We polderen van de ene maatregel naar de andere. En de onoverzichtelijke situatie in golf is er daar een sprekend voorbeeld van.
Gevolg van diverse opinies bij overheden, zegt NVG-directeur Lodewijk Klootwijk, ‘is dat we hebben gezien dat de horeca op golfbanen eerst dicht was en weer open. Maar elders was men eerst open en nu weer dicht.’

De NGF en de NVG, de vereniging van baaneigenaren, hebben vrijdag en aantal zaken op een rijtje gezet in een memo dat aan de clubs werd toegestuurd.
“Op basis van 80 reacties: 60% van de golfbanen / -clubs heeft de horeca geopend, waarvan het grootste percentage met toestemming van de gemeente. De rest is in afwachting van een reactie”, staat daarin.
“Hierbij lijkt de beslissing willekeurig genomen te worden. De ene keer is een zelfstandige horecavergunning genoeg, de andere keer is ook een bestemming horeca van het gebouw nodig en soms is openbare openstelling afdoende.
In juni werd er ook onderscheid gemaakt: commercieel versus para-commercieel, waardoor golf open mocht en dat is goed gegaan. We hebben dus een succesvolle voorbeeldcase”.
NGF-directeur Jeroen Stevens probeert samen met Klootwijk lijntjes te leggen naar een aantal ministeries en de voorzitter van de Veiligheidsregio’s. De clubs trekken met goede argumenten aan de bel bij de gemeentes.
Terecht doet golf een beroep op het gezond verstand van de ambtenaren en bestuurders.
‘Het is niet uit te leggen’, zegt Jeroen Stevens, ‘dat bij wijze van spreken aan de ene kant van het hek een restaurant staat dat open mag blijven en dat aan de andere zijde de professionele horeca van een golfclub dicht moet blijven.’

Dat voetbal- en hockeykantines terecht dicht blijven, heeft ook te maken met het teamaspect: elf spelers of speelsters die na een wedstrijd samen aan de bar staan. Die groepsvorming wil je niet.
Maar, zeggen NGF en NVG in hum memo: ‘Golf wordt gespeeld in een flight van maximaal 4 personen, niet in grote groepen. 4 personen is ook de max. aan een tafel in de horeca.’
Geen speld tussen te krijgen, maar het is helaas zo dat in deze tijden de nuance allang uit de discussie is verdwenen. Terecht dat de golfwereld zich niet zomaar gewonnen geeft.

Laatste nieuws