Een briefkaart uit 1944

Bij mij thuis werd er vroeger meestal in algemene termen over de Tweede Wereldoorlog gesproken. In de eerste week van mei was mijn vader Dirk, hij overleed in 1993, stil, teruggetrokken.
Silhouette

Ik wist dat hij als jonge dwangarbeider door het misdadige Nazi-regime ergens bij Berlijn in een fabriek was geplaatst. Waar precies? Wat hij had meegemaakt?

Hij kon er niet over praten.

Een neef van hem, zoon van mijn tante Catrien, nam een paar jaar geleden contact met mij op. Willem van Prooijen bleek te golfen – ik geloof op Oude Maas – en hij had mijn naam in een van de bladen gezien.

Of ik de zoon van Dirk was, vroeg hij in een briefje. Dat klopte dus. Telefonisch hebben we later wat herinneringen aan elkaars ouders opgehaald. En aan hun acht broers en zussen.

Later stuurde hij mij nog een brief. Willem van Prooijen was er eindelijk toe gekomen om wat overgebleven paperassen van zijn eveneens overleden ouders te sorteren.

Hij vond daarin een briefkaart van mijn vader aan tante Catrien, gedateerd op 12 juli 1944. Verstuurd uit Gemeinschaftslager Agneshof in Falkensee, even ten westen van Berlijn.

‘Ik verlang’, zo schrijft mijn vader in zijn kenmerkende, keurige handschrift, ‘naar het einde van die ellendige oorlog want het is zo toch geen menselijk bestaan meer.’

Als ik de informatie op websites, onder andere die van de gemeente Falkensee, lees, begrijp ik zijn opmerking beter. Wie niet voldeed werd naar concentratiekamp Sachsenhausen getransporteerd om aldaar te worden omgebracht

Voor het eerst had ik een enigszins concreet beeld van hoe hij zich moeten hebben gevoeld. Een jonge Rotterdammer, ver weg van zijn familie, in gevangenschap, veertien uur per dag werkend in een munitiefabriek, slecht behandeld door dat Nazi-tuig. Een tipje van de sluier is opgelicht.

Mijn dank aan neef Willem was en is groot.

Zonder golf had ik die briefkaart immers nooit ontvangen.

Laatste nieuws