Column: Roman

Waarom is er nog steeds geen grote golfroman uitgekomen, vraagt Jan Kees van der Velden zich af in zijn laatste column in Golfers Magazine
roman

Waarom is er nog steeds geen grote golfroman uitgekomen? Mijn goede vriend Michiel Eijkman – oud-voorzitter van de Koninklijke Haagsche – vroeg zich onlangs hardop af ‘of er schrijvers zijn, of zijn geweest, die beeldend over het edele golfspel schrijven?’

Die vraag rees nadat we beiden tot conclusie waren gekomen dat de al in 1998 verschenen novelle Over het water van H.M. van den Brink van een schoonheid is die moeilijk te evenaren is. Het boek gaat over twee jongens, van totaal verschillende komaf, die hun hart hebben verpand aan de roeisport. Maar het verhaal ontstijgt dat van een gewoon sportboek. Tal van passages heb ik meerdere keren gelezen. Beeldend is dan ook eigenlijk nog te zwak uitgedrukt.

Ofwel, om met Bert Wagendorp – auteur van onder andere Ventoux – te spreken: ‘Goeie sportboeken gaan niet over sport’. Dat is de kracht van Over het water, maar ook bijvoorbeeld van het al eind jaren zeventig uitgekomen De renner van Tim Krabbé. Wijlen Nico Scheepmaker noemde het veertig jaar geleden ’t beste sportboek in de Nederlandse taal, maar ook een werk met een hoog literair niveau. Alleen daarom al is De renner het lezen of herlezen waard.

De meeste sportboeken – zeker in Nederland – hebben nauwelijks diepgang. Michiel van Egmond verdiende ongetwijfeld veel geld met boeken als Gijp en Kieft. Ideale cadeaus voor de feestdagen, maar is het allemaal verheffend en is er sprake van diepgang? Veel minder goed verkocht was zijn bundel verhalen over Feyenoord, De snor van Kiprich. Het oversteeg het ‘hup-hup-niveau’ en beantwoordde op beeldende wijze de vraag waarom de ‘club van Zuid’ bij zijn fans zo diep in het hart zit. Maar: het was géén roman en zeker niet over golf.

En ook over de grens kom je weinig tegen. Veel gelezen en ook zelfs verfilmd is Steven Pressfields The legend of Bagger Vance. Het boek is beter dan de rolprent, maar stijgt ook niet boven de sport uit. Misschien dat Golf in the Kingdom van Michael Murphy wat dat betreft beter uit de verf kwam, maar ook dat is geen echt literair werk.

Wie het voor lief neemt dat er geen grote golfroman is en de donkere wintermaanden toch een mooie roman met een link naar sport wil lezen, moet The art of fielding van Chad Harbach (ook in het Nederlands vertaald) onverwijld lezen. De hoofdpersoon is een talentvolle honkballer die voor het team van een kleine universiteit speelt. Hij is korte stop, de moeilijkste positie in het veld. Hij gooit op een geven moment alles de verkeerde kant op, is zijn touch kwijt. Dat heeft ook buiten het veld invloed. Het is iets dat vaker voorkomt in deze sport. Dat noemen ze in honkbal gewoon ook de yips.

En daarmee komen we dan toch nog een beetje in de buurt van golf.

(Deze column van Jan Kees van der Velden stond eerder in Golfers Magazine 1)

Laatste nieuws